Home

Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water

Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water

1998L0083 — NL — 27.10.2015 — 003.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

RICHTLIJN 98/83/EG VAN DE RAAD

van 3 november 1998

betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water

(PB L 330 van 5.12.1998, blz. 32)

Gewijzigd bij:




▼B

RICHTLIJN 98/83/EG VAN DE RAAD

van 3 november 1998

betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (3),

Overeenkomstig de procedure van artikel 189 C van het Verdrag (4),

(1)

Overwegende dat Richtlijn 80/778/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (5) aan de vooruitgang van wetenschap en technologie dient te worden aangepast; dat de ervaring bij de uitvoering van genoemde richtlijn heeft geleerd dat er voor de lidstaten een adequaat, flexibel en doorzichtig wettelijk kader dient te worden gecreëerd om op te treden in gevallen waarin niet aan de normen wordt voldaan; dat de richtlijn bovendien opnieuw moet worden bezien in het licht van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het bijzonder in het licht van het subsidiariteitsbeginsel;

(2)

Overwegende dat in artikel 3 B van het Verdrag wordt bepaald dat het optreden van de Gemeenschap niet verder gaat dan hetgeen nodig is om de doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken; dat Richtlijn 80/778/EEG derhalve dient te worden herzien, teneinde de nadruk te leggen op de naleving van parameters die van essentieel belang zijn voor kwaliteit en gezondheid, terwijl de lidstaten daaraan andere parameters kunnen toevoegen wanneer dit hun goeddunkt;

(3)

Overwegende dat de communautaire maatregelen, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, de maatregelen van de bevoegde autoriteiten in de lidstaten moeten steunen en aanvullen;

(4)

Overwegende dat overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel wegens de natuurlijke en sociaal-economische verschillen tussen de regio's in de Unie de meeste beslissingen inzake controle, analyse en maatregelen tot herstel van tekortkomingen op lokaal, regionaal of nationaal niveau dienen te worden genomen, voorzover deze verschillen de vaststelling van het reglementaire wetgevings- en administratief kader dat in de onderhavige richtlijn wordt bepaald, niet in de weg staan;

(5)

Overwegende dat Gemeenschapsnormen voor essentiële en preventieve met de gezondheid verband houdende kwaliteitsparameters met betrekking tot voor menselijke consumptie bestemd water, nodig zijn om de minimale doelstellingen voor de milieukwaliteit de bepalen die in samenhang met andere communautaire maatregelen moeten worden verwezenlijkt zodat het duurzame gebruik van voor menselijke consumptie bestemd water wordt gewaarborgd en bevorderd;

(6)

Overwegende dat gezien het belang voor de volksgezondheid van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, op Gemeenschapsniveau de essentiële kwaliteitsnormen moeten worden vastgesteld waaraan voor dit doel bestemd water moet voldoen;

(7)

Overwegende dat deze normen ook dienen te gelden voor in de levensmiddelenindustrie gebruikt water, tenzij kan worden vastgesteld dat het gebruik van dergelijk water niet van invloed is op de gezondheid van het eindproduct;

(8)

Overwegende dat, opdat de bedrijven die water leveren de kwaliteitsnormen kunnen naleven, door het toepassen van adequate beschermende maatregelen moet worden gewaarborgd dat grond- en oppervlaktewateren schoon blijven; dat hetzelfde doel kan worden bereikt door voorafgaand aan de levering passende waterbehandelingsmaatregelen toe te passen;

(9)

Overwegende dat het in het belang van de samenhang van het Europese waterbeleid noodzakelijk is dat te zijner tijd een adequate kaderrichtlijn inzake water wordt vastgesteld;

(10)

Overwegende dat het noodzakelijk is, natuurlijk mineraalwater en als geneesmiddel gebruikt water van deze richtlijn uit te sluiten, aangezien voor dergelijke soorten water speciale voorschriften zijn vastgesteld;

(11)

Overwegende dat maatregelen vereist zijn voor alle rechtstreeks voor de gezondheid relevante parameters en voor andere parameters ingeval zich een achteruitgang in de kwaliteit heeft voorgedaan; dat dergelijke maatregelen voorts zorgvuldig moeten worden gecoördineerd met de uitvoering van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (6) en Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (7);

(12)

Overwegende dat het noodzakelijk is voor stoffen die in de gehele Gemeenschap belangrijk zijn, afzonderlijk parameterwaarden vast te stellen die streng genoeg zijn om te garanderen dat het doel van de richtlijn wordt bereikt;

(13)

Overwegende dat de parameterwaarden berusten op de beschikbare wetenschappelijke kennis en dat het voorzorgsbeginsel ook in aanmerking is genomen; dat deze waarden zijn gekozen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemd water veilig gedurende een leven lang kan worden gebruikt en derhalve een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid bieden;

(14)

Overwegende dat een evenwicht moet worden geschapen om zowel microbiologische als chemische risico's te voorkomen; dat daartoe, en in het licht van een toekomstige evaluatie van de parameterwaarden, de vaststelling van parameterwaarden met betrekking tot voor menselijke consumptie bestemd water gebaseerd moet zijn op volksgezondheidsoverwegingen en op een methode voor de risicobeoordeling;

(15)

Overwegende dat er momenteel onvoldoende bewijs is waarop communautaire parameterwaarden met betrekking tot voor het endocrine stelsel schadelijke chemicaliën kunnen worden gebaseerd, maar dat er toch groeiende zorg bestaat over de mogelijke gevolgen voor mens, fauna en flora van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid;

(16)

Overwegende dat met name de normen in bijlage I in het algemeen gebaseerd zijn op de richtwaarden voor de drinkwaterkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie en het advies van het Raadgevend Wetenschappelijk Comité van de Commissie voor het onderzoek naar de toxiciteit en ecotoxiciteit van chemische verbindingen;

(17)

Overwegende dat de lidstaten waarden voor andere aanvullende, niet in bijlage I opgenomen parameters moeten vaststellen wanneer dit ter bescherming van de volksgezondheid op hun grondgebied noodzakelijk is;

(18)

Overwegende dat de lidstaten waarden voor andere aanvullende, niet in bijlage I opgenomen parameters kunnen vaststellen wanneer dit noodzakelijk wordt geacht om de kwaliteit van de productie, distributie en inspectie van moor menselijke consumptie bestemd water te waarborgen;

(19)

Overwegende dat de lidstaten wanneer zij de vaststelling nodig achten van strengere normen dan die in bijlage I, delen A en B, of van normen voor aanvullende parameters die niet in bijlage I zijn opgenomen maar nodig zijn om de volksgezondheid te beschermen, van deze normen kennis moeten geven aan de Commissie;

(20)

Overwegende dat de lidstaten bij de invoering of handhaving van strengere beschermingsmaatregelen de beginselen en voorschriften van het Verdrag moeten naleven zoals die door het Hof van Justitie worden uitgelegd;

(21)

Overwegende dat aan de parameterwaarden moet worden voldaan op de plaats waar voor menselijke consumptie bestemd water voor de verbruiker beschikbaar is;

(22)

Overwegende dat de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water door het huishoudelijk leidingnet kan worden beïnvloed; dat bovendien erkend wordt dat de lidstaten niet noodzakelijkerwijs verantwoordelijk zijn voor het huishoudelijk leidingnet of het onderhoud ervan;

(23)

Overwegende dat de lidstaten programma's moeten vaststellen om te controleren of voor menselijke consumptie bestemd water aan de voorschriften van deze richtlijn voldoet; dat dergelijke controleprogramma's bij de lokale behoeften moeten aansluiten en aan de minimale voorschriften van deze richtlijn inzake controle moeten voldoen;

(24)

Overwegende dat de methoden voor de analyse van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water betrouwbare en vergelijkbare resultaten dienen op te leveren;

(25)

Overwegende dat de betrokken lidstaten in geval van niet-naleving van de normen van deze richtlijn een onderzoek naar de oorzaak moeten instellen en ervoor moeten zorgen dat zo spoedig mogelijk de nodige maatregelen worden getroffen om de waterkwaliteit te herstellen;

(26)

Overwegende dat het van belang is potentieel gevaar voor de volksgezondheid als gevolg van verontreinigd water te voorkomen; dat de levering van dergelijk water verboden of het gebruik ervan ingeperkt dient te worden;

(27)

Overwegende dat in geval van niet-naleving van een parameter met een indicatorfunctie de betrokken lidstaat dient te onderzoeken of daardoor een risico voor de volksgezondheid ontstaat; dat hij maatregelen moet treffen om de waterkwaliteit te herstellen wanneer dat met het oog op de bescherming van de volksgezondheid noodzakelijk is;

(28)

Overwegende dat in geval dergelijke maatregelen voor het herstel van de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water noodzakelijk zijn, overeenkomstig artikel 130 R, lid 2, van het Verdrag voorrang moet worden gegeven aan maatregelen die het probleem bij de bron oplossen;

(29)

Overwegende dat de lidstaten het recht moeten hebben onder bepaalde voorwaarden afwijkingen van deze richtlijn toe te staan; dat het bovendien noodzakelijk is een passend kader voor dergelijke afwijkingen vast te stellen, mits deze afwijkingen geen potentieel gevaar voor de volksgezondheid vormen en de levering van voor de menselijke consumptie bestemd water in het betrokken gebied niet langs enige andere redelijke weg kan worden gehandhaafd;

(30)

Overwegende dat, aangezien ter bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water bepaalde stoffen of materialen nodig kunnen zijn, voorschriften voor het gebruik daarvan vereist zijn teneinde eventuele schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid te voorkomen;

(31)

Overwegende dat de wetenschappelijke en technische vooruitgang een snelle aanpassing van de in de bijlagen II en III vastgelegde technische voorschriften noodzakelijk kan maken; dat, teneinde de uitvoering van de daartoe noodzakelijke maatregelen te vergemakkelijken, bovendien in een procedure moet worden voorzien volgens welke de Commissie, bijgestaan door een uit vertegenwoordigers van de lidstaten samengesteld comité, dergelijke aanpassingen kan vaststellen;

(32)

Overwegende dat de verbruikers goed en naar behoren dienen te worden ingelicht over de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, over door de lidstaten toegestane afwijkingen en over de door de bevoegde autoriteiten genomen herstelmaatregelen; dat bovendien rekening moet worden gehouden met de technische en statistische behoeften van de Commissie, alsmede met het recht van een ieder op voldoende informatie omtrent de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water;

(33)

Overwegende dat het onder uitzonderlijke omstandigheden en met betrekking tot geografisch afgebakende gebieden nodig kan zijn de lidstaten een langere termijn toe te staan om aan sommige bepalingen van deze richtlijn te voldoen;

(34)

Overwegende dat deze richtlijn de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV vermelde termijn voor de omzetting van de richtlijn in nationale wetgeving en voor de toepassing daarvan onverlet laat,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:



Artikel 1

Doel

1. Deze richtlijn heeft betrekking op de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.

2. De richtlijn heeft ten doel de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water door ervoor te zorgen dat het gezond en schoon is.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.voor menselijke consumptie bestemd water:

a)al het water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereiding of andere huishoudelijke doeleinden, ongeacht de herkomst en of het water wordt geleverd via een distributienet, uit een tankschip of tankauto, of in flessen of verpakkingen;

b)al het water dat in enig levensmiddelenbedrijf wordt gebruikt voor de vervaardiging, de behandeling, de conservering of het in de handel brengen van voor menselijke consumptie bestemde producten of stoffen, tenzij de bevoegde nationale autoriteiten ervan overtuigd zijn dat de kwaliteit van het water de gezondheid van de levensmiddelen als eindproduct niet kan aantasten.

2.huishoudelijk leidingnet:

de leidingen, fittingen en toestellen die geïnstalleerd worden tussen de kranen die normaliter worden gebruikt voor menselijke consumptie en het distributienet, maar slechts indien die volgens de desbetreffende nationale wetgeving niet onder de verantwoordelijkheid van de waterleverancier in zijn hoedanigheid van waterleverancier vallen.

Artikel 3

Uitzonderingen

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a)natuurlijk mineraalwater dat door de bevoegde nationale autoriteiten overeenkomstig Richtlijn 80/777/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van natuurlijk mineraalwater (8) als zodanig is erkend;

b)water dat een geneesmiddel is in de zin van Richtlijn 65/65/EEG van de Raad van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen (9).

2. De lidstaten mogen van toepassing van deze richtlijn uitzonderen:

a)water dat uitsluitend bestemd is voor doeleinden waarvoor de kwaliteit van het water naar de overtuiging van de bevoegde autoriteiten direct noch indirect van invloed is op de gezondheid van de betrokken verbruikers;

b)voor menselijke consumptie bestemd water dat afkomstig is van een afzonderlijke voorziening die gemiddeld minder dan 10 m3 per dag levert of waarvan minder dan 50 personen gebruik maken, tenzij het water wordt geleverd in het kader van een commerciële of openbare activiteit.

3. Lidstaten die gebruik maken van de in lid 2, onder b), genoemde uitzonderingen zorgen ervoor dat de betrokken bevolking daarvan op de hoogte wordt gebracht en ook van de maatregelen die kunnen worden getroffen om de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water. Bovendien wordt de betrokken bevolking zo spoedig mogelijk passend advies verstrekt, wanneer blijkt dat de kwaliteit van dit water gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.

Artikel 4

Algemene verplichtingen

1. Onverminderd hun verplichtingen uit hoofde van andere communautaire bepalingen, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemd water gezond en schoon is. Overeenkomstig de minimumvereisten van deze richtlijn is voor menselijke consumptie bestemd water gezond en schoon, als het:

a)geen micro-organismen, parasieten of andere stoffen bevat in hoeveelheden of concentraties die gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren,

b)voldoet aan de in bijlage I, delen A en B, gespecificeerde minimumvereisten;

en als de lidstaten, overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 5 tot en met 8 en 10, overeenkomstig het Verdrag, alle andere nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat voor menselijke consumptie bestemd water aan de vereisten van deze richtlijn voldoet.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van deze richtlijn er in geen geval, direct of indirect, toe kunnen leiden dat de huidige kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water achteruitgaat, voorzover dit van belang is voor de bescherming van de volksgezondheid, of dat de verontreiniging van voor de drinkwaterproductie bestemd water toeneemt.

Artikel 5

Kwaliteitseisen

1. De lidstaten stellen voor de in bijlage I vermelde parameters de waarden vast die van toepassing zijn op voor menselijke consumptie bestemd water.

2. De overeenkomstig lid 1 vastgestelde waarden zijn niet minder streng dan de in bijlage I vermelde waarden. De waarden voor de parameters in bijlage I, deel C, behoeven uitsluitend te worden vastgesteld voor controledoeleinden en om te voldoen aan de verplichtingen van artikel 8.

3. Indien de bescherming van de volksgezondheid op hun grondgebied of een deel daarvan dit vereist, stellen de lidstaten waarden vast voor aanvullende parameters die niet in bijlage I zijn opgenomen. De vastgestelde waarden moeten ten minste voldoen aan de eisen van artikel 4, lid 1, onder a).

Artikel 6

Plaats waaraan de kwaliteitseisen moet worden voldaan

1. Aan de overeenkomstig artikel 6 vastgestelde parameterwaarden moet worden voldaan:

a)voor water dat via een distributienet wordt geleverd, op het punt binnen een perceel of gebouw waar het uit de kranen komt die normaliter worden gebruikt voor menselijke consumptie; of

b)voor water dat geleverd wordt uit een tankschip of tankauto, op het punt waar het uit het tankschip of de tankauto komt; of

c)voor water in flessen of verpakkingen bestemd voor verkoop, op het punt waarop de flessen of verpakkingen worden gevuld; of

d)voor water dat wordt gebruikt in een levensmiddelenbedrijf, op het punt waar het in het bedrijf wordt gebruikt.

2. Voor water zoals omschreven in lid 1, onder a), worden de lidstaten geacht aan hun verplichtingen krachtens dit artikel, artikel 4 en artikel 8, lid 2, te hebben voldaan, wanneer kan worden vastgesteld dat de overschrijding van de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden te wijten is aan het huishoudelijk leidingnet of het onderhoud daarvan, behalve op percelen en in gebouwen waar het publiek van water wordt voorzien, zoals scholen, ziekenhuizen en restaurants.

3. Wanneer lid 2 van toepassing is en er een risico bestaat dat het in lid 1, onder a), omschreven water niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden, zorgen de lidstaten er niettemin voor dat:

a)passende maatregelen worden genomen om het risico dat de parameterwaarden worden overschreden te verkleinen of weg te nemen, zoals het adviseren van eigenaars over mogelijke herstelmaatregelen die zij kunnen treffen; en/of

andere maatregelen worden genomen, zoals de toepassing van adequate behandelingstechnieken, om de aard of de eigenschappen van het water voor de levering zodanig te veranderen dat het risico dat het water na de levering niet aan de parameterwaarden voldoet, wordt verkleind of weggenomen;

en

b)de betrokken verbruikers naar behoren worden geïnformeerd en geadviseerd over mogelijke aanvullende herstelmaatregelen die zij moeten treffen.

Artikel 7

Controle

1. Om na te gaan of het voor de verbruikers beschikbare water aan de vereisten van deze richtlijn en in het bijzonder aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden voldoet, treffen de lidstaten alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water regelmatig wordt gecontroleerd. Er moeten monsters worden genomen die representatief zijn voor de kwaliteit van het gedurende het jaar verbruikte water. Ingeval voor menselijke consumptie bestemd water bij de bereiding of distributie gedesinfecteerd wordt, treffen de lidstaten voorts alle maatregelen om ervoor te zorgen dat de doelmatigheid van de toegepaste desinfectiebehandeling wordt gecontroleerd.

2. Om te voldoen aan de bij lid 1 opgelegde verplichtingen stellen de bevoegde autoriteiten passende controleprogramma's op voor al het voor menselijke consumptie bestemde water. Deze controleprogramma's voldoen aan de minimumvereisten van bijlage II.

3. De plaatsen van monsterneming worden bepaald door de bevoegde autoriteiten en voldoen aan de desbetreffende vereisten van bijlage II.

▼M2

4. Voor de in het onderhavige artikel bedoelde controles kunnen communautaire richtsnoeren worden opgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, vastgelegde beheersprocedure.

▼B

5.

a)De lidstaten houden zich aan de specificaties voor de analyses van parameters als omschreven in bijlage III

b)Andere dan in bijlage III, deel 1, vermelde methoden mogen worden gebruikt, mits kan worden aangetoond dat de verkregen resultaten minstens even betrouwbaar zijn als die van de gespecificeerde methoden. De lidstaten die een alternatieve methode hanteren, verstrekken de Commissie alle relevante inlichtingen over deze methode en de gelijkwaardigheid ervan.

c)Voor de in bijlage III, delen 2 en 3, genoemde parameters mag elke analysemethode worden gebruikt, mits deze aan de aldaar gestelde eisen voldoet.

6. Voor stoffen of micro-organismen waarvoor geen parameterwaarden zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 5, zorgen de lidstaten per geval voor aanvullende controle indien er reden is om aan te nemen dat deze stoffen of organismen aanwezig zijn in hoeveelheden of aantallen die gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.

Artikel 8

Herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik

1. De lidstaten zorgen ervoor dat elk geval waarin niet aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden wordt voldaan, onmiddellijk wordt onderzocht om de oorzaak vast te stellen.

2. Wanneer voor menselijke consumptie bestemd water, ondanks de met het oog op naleving van de verplichtingen van artikel 4, lid 1, genomen maatregelen, niet aan de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde parameterwaarden voldoet, en onverminderd artikel 6, lid 2, zorgen de betrokken lidstaten ervoor dat zo spoedig mogelijk de nodige herstelmaatregelen worden getroffen om de kwaliteit weer op peil te brengen, waarbij onder meer wordt gelet op de mate waarin de parameterwaarde in kwestie is overschreden en op het mogelijke gevaar voor de volksgezondheid.

3. Ongeacht of al dan niet aan de parameterwaarden wordt voldaan, zorgen de lidstaten ervoor dat de levering van voor menselijke consumptie bestemd water dat gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid, wordt verboden of dat het gebruik ervan wordt ingeperkt of dat er andere maatregelen worden genomen om de volksgezondheid te beschermen. In dat geval worden de verbruikers zo spoedig mogelijk over de situatie geïnformeerd en van het nodige advies voorzien.

4. De bevoegde autoriteiten of andere betrokken instanties besluiten welke maatregelen krachtens lid 3 noodzakelijk zijn en houden daarbij tevens rekening met de risico's die onderbreking van de levering of inperking van het gebruik van voor menselijke consumptie bestemd water zouden opleveren voor de volksgezondheid.

5. De lidstaten kunnen richtsnoeren opstellen om de bevoegde autoriteiten bij de vervulling van hun verplichtingen krachtens lid 4 te ondersteunen.

6. Wanneer niet wordt voldaan aan de parameterwaarden of de specificaties in bijlage I, deel C, gaan de lidstaten na of een en ander risico voor de volksgezondheid oplevert. Zij nemen herstelmaatregelen om de kwaliteit van het water weer op peil te brengen indien de bescherming van de volksgezondheid dit vereist.

7. De lidstaten zorgen ervoor dat indien er herstelmaatregelen worden genomen, de verbruikers op de hoogte worden gebracht, behalve wanneer de bevoegde autoriteiten oordelen dat de overschrijding van de parameterwaarden niet van betekenis is.

Artikel 9

Afwijkingen

1. De lidstaten kunnen tot een door hen vast te stellen maximumwaarde voorzien in afwijkingen van de parameterwaarden van bijlage I, deel B, of die welke zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 3, indien de afwijking geen gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid en de levering van voor menselijke consumptie bestemd water in het betrokken gebied op geen enkele andere redelijke manier kan worden verzekerd. Afwijkingen moeten worden gebonden aan een zo kort mogelijke termijn die niet langer mag zijn dan drie jaar. Aan het einde van deze termijn wordt een evaluatie gemaakt om na te gaan of de situatie voldoende verbeterd is. Lidstaten die een tweede maal een afwijking willen toestaan, zenden de evaluatie en de redenen waarop hun besluit omtrent die afwijking is gebaseerd, toe aan de Commissie. Deze tweede afwijking geldt voor maximaal drie jaar.

2. In uitzonderlijke gevallen kunnen de lidstaten de Commissie verzoeken om een derde afwijking van maxmaal drie jaar. De Commissie neemt binnen drie maanden een besluit over een dergelijk verzoek.

3. Bij een besluit omtrent een afwijking overeenkomstig de leden 1 en 2 wordt gespecificeerd:a

a)de reden van de afwijking;

b)de parameter waarop het besluit omtrent de afwijking betrekking heeft, voorgaande relevante controleresultaten die met deze parameter verband houden en de maximaal toelaatbare waarde ingevolge het besluit omtrent de afwijking;

c)het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, de betrokken bevolkingsgroep en of de afwijking al dan niet gevolgen heeft voor enig betrokken levensmiddelenbedrijf;

d)een passend controleschema met, zo nodig, een verhoogde controlefrequentie;

e)een samenvatting van het plan voor de noodzakelijke herstelmaatregelen, met inbegrip van een tijdschema voor het werk, een raming van de kosten en voorzieningen voor de evaluatie;

f)de vereiste duur van de afwijking.

4. Indien de bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat de overschrijding van de parameterwaarde onbeduidend is en indien herstelmaatregelen overeenkomstig artikel 8, lid 2, het probleem binnen maximaal 30 dagen kunnen oplossen, zijn de vereisten van lid 3 niet van toepassing.

In dat geval stellen de bevoegde autoriteiten of andere betrokken instanties alleen de maximaal toelaatbare parameterwaarde vast en de tijd waarin het probleem moet worden opgelost.

5. Lid 4 kan niet langer worden toegepast wanneer dezelfde parameterwaarde voor een bepaalde waterlevering in de voorafgaande twaalf maanden in totaal meer dan 30 dagen is overschreden.

6. De lidstaten die van de in dit artikel bedoelde afwijkingsmogelijkheden gebruik maken, zorgen ervoor dat de betrokken bevolking zo spoedig mogelijk naar behoren over het besluit omtrent de afwijking en de daaraan verbonden voorwaarden wordt geïnformeerd. Bovendien zorgen de lidstaten ervoor dat specifieke bevolkingsgroepen waarvoor de afwijking een speciaal risico kan opleveren zo nodig advies wordt verstrekt.

Behoudens andersluidend besluit van de bevoegde autoriteiten, zijn deze verplichtingen niet van toepassing in de in lid 4 vermelde omstandigheden.

7. Met uitzondering van afwijkingen krachtens lid 3, stellen de lidstaten de Commissie binnen twee maanden in kennis van afwijkingen die betrekking hebben op een waterlevering van gemiddeld meer dan 1 000 m3 per dag of aan meer dan 5 000 personen; daarbij verstrekken zij de in lid 3 genoemde gegevens.

8. De bepalingen van dit artikel hebben geen betrekking op voor menselijke consumptie bestemd water dat in flessen of verpakkingen te koop wordt aangeboden.

Artikel 10

Waarborging van de kwaliteit van behandeling, installatie en materialen

De lidstaten treffen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de stoffen of in nieuwe installaties toegepaste materialen, die gebruikt worden bij de bereiding of distributie van voor menselijke consumptie bestemd water, en de door dergelijke stoffen of materialen veroorzaakte verontreinigingen niet in een hogere concentratie in het water achterblijven dan voor het gebruik van die stoffen of materialen noodzakelijk is en dat zij er direct noch indirect toe leiden dat afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de volksgezondheid waarin deze richtlijn voorziet; de basisdocumenten en technische specificaties overeenkomstig artikel 3 en artikel 4, lid 1 van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten (10) moeten voldoen aan de eisen van deze richtlijn.

Artikel 11

Herziening van de bijlagen

1. Ten minste om de vijf jaar beziet de Commissie bijlage I opnieuw in het licht van de vooruitgang van wetenschap en techniek en dient zij, zo nodig, volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag wijzigingsvoorstellen in.

▼M2

2. Ten minste om de vijf jaar past de Commissie de bijlagen II en III aan de vooruitgang van wetenschap en techniek aan.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼M1

Artikel 12

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG (11) van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

▼M2

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

▼B

Artikel 13

Informatie en rapportage

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de verbruikers passende en actuele informatie over de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water ter beschikking staat.

2. Onverminderd Richtlijn 90/313/EEG van de Raad van 7 juni 1990 inzake de vrije toegang tot milieu-informatie (12) publiceert elke lidstaat een driejaarlijks verslag over de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water, teneinde de verbruikers te informeren. Het eerste verslag bestrijkt de periode van 2002 tot en met 2004. Elk verslag omvat minimaal alle voorzieningen van gemiddeld meer dan 1 000 m3 per dag of aan meer dan 5 000 personen en beslaat drie kalenderjaren en wordt vóór het einde van het kalenderjaar volgend op de verslagperiode gepubliceerd.

3. De lidstaten doen hun verslagen binnen twee maanden na publicatie aan de Commissie toekomen.

▼M2

4. De vorm en de minimuminhoud van de in lid 2 bedoelde verslagen worden, met name gelet op de in artikel 3, lid 2, artikel 5, leden 2 en 3, artikel 7, lid 2, artikel 8, artikel 9, leden 6 en 7, en artikel 15, lid 1, bedoelde maatregelen bepaald en zo nodig gewijzigd volgens de beheersprocedure van artikel 12, lid 2.

▼B

5. De Commissie bestudeert de verslagen van de lidstaten en publiceert om de drie jaar een samenvattend verslag inzake de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water in de Gemeenschap. Dit verslag wordt binnen negen maanden na ontvangst van de verslagen van de lidstaten gepubliceerd.

▼M2

6. Samen met het in lid 2 bedoelde eerste verslag over deze richtlijn, brengen de lidstaten eveneens verslag uit aan de Commissie over de maatregelen die zij hebben getroffen of voornemens zijn te treffen om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 3, en van bijlage I, deel B, opmerking 10. In voorkomend geval, wordt een voorstel betreffende de vorm van dit verslag ingediend, overeenkomstig de beheersprocedure van artikel 12, lid 2.

▼B

Artikel 14

Tijdschema voor de naleving

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn voldoet aan deze richtlijn, zulks onverminderd de opmerkingen 2, 4 en 10 in bijlage I, deel B.

Artikel 15

Uitzonderlijke gevallen

1. De lidstaten kunnen in uitzonderlijke gevallen en voor geografisch afgebakende gebieden, bij de Commissie een bijzonder verzoek om meer tijd dan vastgesteld in artikel 14 indienen. Deze bijkomende periode mag niet langer zijn dan drie jaar en aan het einde ervan moet een evaluatie worden gemaakt en toegezonden aan de Commissie, die op basis van deze evaluatie een tweede bijkomende periode van maximaal drie jaar kan toekennen. Deze bepaling is niet van toepassing op voor menselijke consumptie bestemd water dat in flessen of verpakkingen te koop wordt aangeboden.

2. In dit met redenen omklede verzoek wordt melding gemaakt van de ondervonden moeilijkheden, en worden ten minste alle in artikel 9, lid 3, genoemde gegevens opgenomen.

▼M2

3. Dit verzoek wordt bestudeerd volgens de beheersprocedure van artikel 12, lid 2.

▼B

4. De lidstaten die dit artikel hanteren, zorgen ervoor dat de bij dit verzoek betrokken bevolking zo spoedig mogelijk op passende wijze wordt geïnformeerd over het resultaat van het verzoek. Bovendien zorgen de lidstaten ervoor dat specifieke bevolkingsgroepen waarvoor het verzoek een bijzonder risico kan opleveren, zo nodig advies wordt verstrekt.

Artikel 16

Intrekking

1. Richtlijn 80/778/EEG wordt vijf jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige richtlijn ingetrokken. Onverminderd lid 2 doet deze intrekking geen afbreuk aan de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de termijnen voor de omzetting in de nationale wetgeving en voor de toepassing, zoals vermeld in bijlage IV.

Een verwijzing naar de ingetrokken richtlijn wordt als een verwijzing naar de onderhavige richtlijn opgevat en dient te worden gelezen volgens de correlatietabel in bijlage V.

2. Zodra een lidstaat de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking heeft doen treden om aan deze richtlijn te voldoen en de in artikel 14 bedoelde maatregelen heeft genomen, is deze richtlijn en niet Richtlijn 80/778/EEG in die lidstaat van toepassing op de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.

Artikel 17

Omzetting in nationaal recht

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om binnen twee jaar na de inwerkingtreding aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten doen de Commissie mededeling van de tekst van de bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 18

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 19

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

PARAMETERS EN PARAMETERWAARDEN

DEEL A

Microbiologische parameters



Parameter

Parameterwaarde

(aantal/100 ml)

Escherichia coli (E. Coli)

0

Enterokokken

0

Voor water dat in flessen of verpakkingen te koop wordt aangeboden, geldt het volgende:



Parameter

Parameterwaarde

Escherichia coli (E. Coli)

0/250 ml

Enterokokken

0/250 ml

Pseudomonas aeruginosa

0/250 ml

Telling kolonies bij 22 °C

100/ml

Telling kolonies bij 37 °C

20/ml

DEEL B

Chemische parameters



Parameter

Parameterwaarde

Eenheid

Opmerkingen

Acrylamide

0,10

μg/l

Opmerking 1

Antimoon

5,0

μg/l

Arseen

10

μg/l

Benzeen

1,0

μg/l

Benzo(a)pyreen

0,010

μg/l

Boor

1,0

mg/l

Bromaat

10

μg/l

Opmerking 2

Cadmium

5,0

μg/l

Chroom

50

μg/l

Opmerking 3

Koper

2,0

mg/l

Opmerking 3

Cyanide

50

μg/l

1,2-Dichloorethaan

3,0

μg/l

Epichloorhydrine

0,10

μg/l

Opmerking 1

Fluoride

1,5

mg/l

Lood

10

μg/l

Opmerkingen 3 en 4

Kwik

1,0

μg/l

Nikkel

20

μg/l

Opmerking 3

Nitraat

50

mg/l

Opmerking 5

Nitriet

0,50

mg/l

Opmerking 5

Pesticiden

0,10

μg/l

Opmerkingen 6 en 7

Pesticiden — totaal

0,50

μg/l

Opmerkingen 6 en 8

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

0,10

μg/l

Som van de concentraties van de gespecificeerde verbindingen; opmerking 9

Seleen

10

μg/l

Tetrachlooretheen en Trichlooretheen

10

μg/l

Som van de concentraties van de gespecificeerde parameters

Trihalomethanen — totaal

100

μg/l

Som van de concentraties van de gespecificeerde verbindingen; opmerking 10

Vinylchloride

0,50

μg/l

Opmerking 1

Opmerking 1:

Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximumvrijkoming van de overeenkomstige polymeer in contact met water.

Opmerking 2:

Waar mogelijk moeten de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde streven.

Voor water als genoemd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en d), moet uiterlijk tien kalenderjaren na de inwerkingtreding van deze richtlijn aan deze waarde worden voldaan. De parameterwaarde voor bromaat vanaf vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn tot tien jaar na de inwerkingtreding bedraagt 25 μg/l.

Opmerking 3:

Deze waarde geldt voor een monster van voor menselijke consumptie bestemd water dat via een passende steekproefmethode (13) aan de kraan verkregen is en dat representatief mag worden geacht voor de gemiddelde waarde die de verbruiker wekelijks binnenkrijgt. Waar nodig worden de monsterneming- en controlemethoden toegepast, die worden geharmoniseerd overeenkomstig artikel 7, lid 4. De lidstaten houden rekening met eventuele pieken die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid.

Opmerking 4:

Voor water als genoemd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en d) moet uiterlijk 15 kalenderjaren na de inwerkingtreding van deze richtlijn aan deze waarde worden voldaan. De parameterwaarde voor lood vanaf vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn tot 15 jaar na haar inwerkingtreding bedraagt 25 μg/l.

De lidstaten zorgen ervoor dat alle passende maatregelen worden genomen om de concentratie van lood in voor menselijke consumptie bestemd water zoveel mogelijk te verlagen gedurende de periode die nodig is om ervoor te zorgen dat aan de parameterwaarde wordt voldaan.

Bij het uitvoeren van de maatregelen om deze waarde te bereiken dienen de lidstaten toenemende prioriteit toe te kennen aan die gevallen waarin de loodconcentratie in voor menselijke consumptie bestemd water het hoogst is.

Opmerking 5:

De lidstaten zorgen ervoor dat de voorwaarde dat [nitraat]/50 + [nitriet]/3 ≤ 1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2, vervuld wordt en dat aan de waarde van 0,10 mg/l voor nitriet voldaan wordt af waterbehandelingsinstallatie.

Opmerking 6:

Onder pesticiden worden verstaan:

—organische insecticiden;

—organische herbiciden;

—organische fungiciden;

—organische nematociden;

—organische acariciden;

—organische algiciden;

—organische rodenticiden;

—organische slimiciden;

—soortgelijke producten (onder meer groeiregulators) en hun respectieve metabolieten en afbraak- en reactieproducten.

Alleen die pesticiden die naar alle waarschijnlijkheid in bepaald water voorkomen, moeten worden gecontroleerd.

Opmerking 7:

De parameterwaarde geldt voor elk afzonderlijk pesticide. In het geval van aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide is de parameterwaarde 0,030 μg/l.

Opmerking 8:

„Pesticiden — totaal” is de som voor alle afzonderlijke pesticiden die bij de controleprocedure worden opgespoord en gekwantificeerd.

Opmerking 9:

De gespecificeerde verbindingen zijn:

—benzo(b)fluorantheen

—benzo(k)fluorantheen

—benzo(ghi)peryleen

—indeno(1,2,3-cd)pyreen.

Opmerking 10:

Waar mogelijk moeten de lidstaten, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar mag komen, naar een lagere waarde streven.

De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan, broomdichloormethaan.

Voor water als genoemd in artikel 6, lid 1, onder a), b) en d) moet uiterlijk tien kalenderjaren na de inwerkingtreding van deze richtlijn aan deze waarde worden voldaan. De parameterwaarde voor totaal THM vanaf vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn tot tien jaar na haar inwerkingtreding bedraagt 150 μg/l.

De lidstaten zorgen ervoor dat alle passende maatregelen worden genomen om de concentratie van THM in voor menselijke consumptie bestemd water zoveel mogelijk te verlagen gedurende de periode die nodig is om ervoor te zorgen dat aan de parameterwaarde wordt voldaan.

Bij het uitvoeren van de maatregelen om deze waarde te bereiken dienen de lidstaten toenemende prioriteit toe te kennen aan die gevallen waarin de concentratie van THM in voor menselijke consumptie bestemd water het hoogst is.

DEEL C

Indicatorparameters



Parameter

Parameterwaarde

Eenheid

Opmerkingen

Aluminium

200

μg/l

Ammonium

0,50

mg/l

Chloride

250

mg/l

Opmerking 1

Clostridium perfringens (met inbegrip van sporen)

0

aantal/100 ml

Opmerking 2

Kleur

Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering

Geleidingsvermogen voor elektriciteit

2 500

μS cm-1 bij 20 °C

Opmerking 1

Waterstofionenconcentratie

≥ 6,5 en ≤ 9,5

pH-eenheden

Opmerking 1 en 3

IJzer

200

μg/l

Mangaan

50

μg/l

Geur

Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering

Oxideerbaarheid

5,0

mg/l O2

Opmerking 4

Sulfaat

250

mg/l

Opmerking 1

Natrium

200

mg/l

Smaak

Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering

Telling kolonies bij 22°

Geen abnormale verandering

Colibacteriën

0

aantal/100 ml

Opmerking 5

Organisch koolstof totaal (TOC)

Geen abnormale verandering

Opmerking 6

Troebelingsgraad

Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering

Opmerking 7



RADIOACTIVITEIT

Parameter

Parameterwaarde

Eenheid

Opmerkingen

Tritium

100

becquerel/l

Opmerkingen 8 en 10

Totale indicatieve dosis

0,10

mSv/jaar

Opmerkingen 9 en 10

▼M3




BIJLAGE II

CONTROLE

DEEL A

Algemene doelstellingen en controleprogramma's voor het voor menselijke consumptie bestemde water

1.Met de programma's voor de controle van voor menselijke consumptie bestemd water:

a)moet worden nagegaan of de geldende maatregelen om risico's voor de gezondheid van de mens te beheersen in de volledige watertoeleveringsketen vanaf het wingebied, over de onttrekking, de behandeling en de opslag tot en met de distributie doeltreffend zijn en of het water op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, gezond en schoon is;

b)moet informatie worden verstrekt over de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water om aan te tonen dat wordt voldaan aan de verplichtingen die zijn vastgesteld in de artikelen 4 en 5 en aan de parameterwaarden vastgesteld in bijlage I;

c)moeten de geschiktste middelen worden vastgesteld om het risico voor de gezondheid van de mens te beperken.

2.Overeenkomstig artikel 7, lid 2, stellen de bevoegde autoriteiten controleprogramma's op die voldoen aan de parameters en frequenties vermeld in deel B van deze bijlage en die bestaan uit:

a)het nemen en het analyseren van verschillende watermonsters, of

b)metingen die in het kader van een doorlopend proces van controle worden geregistreerd.

Daarnaast kunnen de controleprogramma's bestaan uit:

a)inspectie van bescheiden met betrekking tot de functionaliteit en de staat van onderhoud van de installatie, en/of

b)inspectie van het stroomgebied en de infrastructuren voor de onttrekking, de behandeling, de opslag en de distributie van water.

3.Controleprogramma's kunnen worden gebaseerd op een risicobeoordeling zoals vermeld in deel C.

4.De lidstaten zorgen ervoor dat de controleprogramma's voortdurend worden geëvalueerd en ten minste om de vijf jaar worden bijgewerkt of herbevestigd.

DEEL B

Parameters en frequenties

1. Algemeen kader

In een controleprogramma moet rekening worden gehouden met de in artikel 5 bedoelde parameters, met inbegrip van de parameters die belangrijk zijn om de impact van het huishoudelijk leidingnet op de kwaliteit van het water te bepalen op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, zoals vastgesteld in artikel 6, lid 1. Bij de keuze van geschikte parameters voor controle moeten de lokale omstandigheden voor elk watervoorzieningssysteem in overweging worden genomen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de parameters van punt 2 overeenkomstig de desbetreffende bemonstersingsfrequenties van punt 3 worden gecontroleerd.

2. Lijst van parameters

Parameters groep A

De volgende parameters (groep A) worden gecontroleerd overeenkomstig de controlefrequenties zoals vastgesteld in tabel 1 van punt 3:

a)Escherichia coli (E. coli), colibacteriën, telling kolonies bij 22 °C, kleur, troebelingsgraad, smaak, geur, pH, geleidbaarheid;

b)andere parameters die als relevant zijn aangemerkt in het controleprogramma, in overeenstemming met artikel 5, lid 3, en, in voorkomend geval, door middel van een risicobeoordeling zoals vermeld in deel C.

Onder specifieke omstandigheden worden de volgende parameters toegevoegd aan de parameters van groep A:

a)ammonium en nitriet, bij chloraminering;

b)aluminium en ijzer, indien gebruikt als chemicaliën voor waterbehandeling.

Parameters groep B

Om te bepalen of aan alle parameterwaarden van deze richtlijn is voldaan, worden alle andere parameters die niet in het kader van groep A zijn geanalyseerd en die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 5, minstens overeenkomstig de frequenties van tabel 1 van punt 3 gecontroleerd.

3. Bemonsteringsfrequenties



Tabel 1

Minimumfrequentie voor monsterneming en analyse voor nalevingscontrole

Dagelijks binnen een leveringsgebied gedistribueerde of geproduceerde hoeveelheid water

(zie opmerkingen 1 en 2)

m3

Parameter groep A

Aantal monsternemingen per jaar

(Zie opmerking 3)

Parameter groep B

Aantal monsternemingen per jaar

≤ 100

> 0

(Zie opmerking 4)

> 0

(Zie opmerking 4)

> 100

≤ 1 000

4

1

> 1 000

≤ 10 000

4

+ 3

voor elke 1 000 m3/d en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

1

+ 1

voor elke 4 500 m3/d en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

> 10 000

≤ 100 000

3

+ 1

voor elke 10 000 m3/d en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

> 100 000

12

+ 1

voor elke 25 000 m3/d en fractie daarvan van de totale hoeveelheid

Opmerking 1:Een leveringsgebied is een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het voor menselijke consumptie bestemde water afkomstig is uit één of enkele bronnen en waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn.

Opmerking 2:De hoeveelheden zijn gemiddelden berekend over een kalenderjaar. Het vaststellen van de minimumfrequentie mag worden gebaseerd op het aantal inwoners in een leveringsgebied in plaats van op de hoeveelheid water uitgaande van een waterverbruik van 200 l/(dag*hoofd van de bevolking).

Opmerking 3:De vermelde frequentie wordt als volgt berekend: bv. 4 300 m3/d = 16 monsternemingen (vier voor de eerste 1 000 m3/d + 12 voor de bijkomende 3 300 m3/d).

Opmerking 4:Lidstaten die hebben besloten afzonderlijke voorzieningen uit te zonderen overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), van deze richtlijn, passen deze frequenties enkel toe voor leveringsgebieden die tussen 10 en 100 m3 per dag distribueren.

DEEL C

Risicobeoordeling

1.De lidstaten kunnen voorzien in de mogelijkheid af te wijken van de parameters en bemonsteringsfrequenties in deel B, mits een risicobeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig dit deel.

2.De in punt 1 bedoelde risicobeoordeling gebeurt op basis van de algemene beginselen van risicobeoordeling zoals vastgesteld met betrekking tot internationale normen zoals norm EN 15975-2 inzake het „veiligstellen van de drinkwatervoorziening, richtsnoeren betreffende risico- en crisisbeheer”.

3.In de risicobeoordeling wordt rekening gehouden met de resultaten van de controleprogramma's die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 7, lid 1, tweede alinea, en artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (14) voor de ingevolge artikel 7, lid 1, aangewezen waterlichamen die overeenkomstig bijlage V bij die richtlijn gemiddeld meer dan 100 m3 per dag leveren.

4.Op basis van de resultaten van de risicobeoordeling wordt de lijst van parameters in deel B, punt 2, uitgebreid en/of worden de bemonsteringsfrequenties in deel B, punt 3 verhoogd, wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)de in deze bijlage vermelde lijst van parameters of frequenties volstaat niet om te voldoen aan de verplichtingen die zijn opgelegd overeenkomstig artikel 7, lid 1;

b)bijkomende controle is vereist voor de toepassing van artikel 7, lid 6;

c)de nodige waarborgen moeten worden geleverd zoals bedoeld in deel A, punt 1, onder a).

5.Op basis van de resultaten van de risicobeoordeling wordt de lijst van parameters in deel B, punt 2, beperkt en worden de bemonsteringsfrequenties van deel B, punt 3, verlaagd, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)de bemonsteringsfrequentie voor E. coli mag onder geen beding lager liggen dan de in deel B, punt 3, vastgelegde frequentie;

b)voor alle andere parameters:

i)rekening houdend met artikel 6 wordt de plaats en bemonsteringsfrequentie bepaald met inachtneming van de herkomst van de parameter en van de variatie en langetermijnontwikkeling van diens concentratie;

ii)om de minimumfrequentie voor monsterneming van een parameter, zoals vastgesteld in deel B, punt 3, te verlagen, moeten alle resultaten van de monsters die in een periode van ten minste drie jaar met regelmatige tussenpozen zijn genomen op plaatsen die representatief zijn voor het volledige leveringsgebied, minder dan 60 % van de parameterwaarde bedragen;

iii)om een parameter te schrappen van de lijst van te controleren parameters, zoals vastgesteld in deel B, punt 2, moeten alle resultaten van de monsters die in een periode van ten minste drie jaar met regelmatige tussenpozen zijn genomen op plaatsen die representatief zijn voor het volledige leveringsgebied, minder dan 30 % van de parameterwaarde bedragen;

iv)het schrappen van een specifieke in deel B, punt 2, vastgestelde parameter van de lijst van te controleren parameters wordt gebaseerd op het resultaat van de risicobeoordeling, waarbij kennis wordt genomen van de controleresultaten van de bronnen van voor menselijke consumptie bestemd water en waarbij wordt bevestigd dat de volksgezondheid beschermd is tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van voor menselijke consumptie bestemd water, zoals vastgesteld in artikel 1;

v)enkel indien in de risicobeoordeling wordt bevestigd dat geen enkele redelijkerwijs te voorziene factor aanwezig is waardoor de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water achteruit zou kunnen gaan, kan de bemonsteringsfrequentie worden verlaagd of een parameter worden geschrapt uit de lijst van te controleren parameters, zoals vastgesteld onder ii) en iii).

6.De lidstaten zorgen ervoor dat:

a)de risicobeoordelingen worden goedgekeurd door hun bevoegde autoriteit, en

b)informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat een risicobeoordeling heeft plaatsgevonden, samen met een samenvatting van de resultaten van de risicobeoordeling.

DEEL D

Steekproefmethoden en plaatsen van monsterneming

1.De plaatsen van monsterneming worden zo bepaald dat wordt voldaan aan de in artikel 6, lid 1, omschreven punten waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan. In geval van een distributienet kunnen de lidstaten voor specifieke parameters echter monsters nemen in het leveringsgebied of in de behandelingsinstallatie indien kan worden aangetoond dat er geen negatieve verandering zou zijn in de gemeten waarde van de betrokken parameters. Voor zover mogelijk wordt het aantal monsters gelijkelijk over tijd en plaats verdeeld.

2.Monsterneming op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, moet aan de volgende vereisten voldoen:

a)monsters voor bepaalde chemische parameters (in het bijzonder koper, lood en nikkel) worden genomen aan de kraan van de consument zonder er voorafgaand water uit te laten stromen. Een monster moet worden genomen met een hoeveelheid van een liter op een willekeurig tijdstip gedurende de dag. Bij wijze van alternatief kunnen de lidstaten methoden gebruiken met een vaste tijd van stilstand die hun nationale situatie beter weerspiegelen, op voorwaarde dat dit op het niveau van het leveringsgebied niet leidt tot minder gevallen van niet-naleving dan het gebruik van de methode op een willekeurig tijdstip gedurende de dag;

b)monsters voor microbiologische parameters op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, worden genomen en behandeld overeenkomstig EN ISO 19458, steekproefdoel B.

3.Monsterneming in het distributienet, met uitzondering van monsterneming aan de kraan van de consument, gebeurt overeenkomstig ISO 5667-5. Monsters voor microbiologische parameters in het distributienet worden genomen en behandeld overeenkomstig EN ISO 19458, steekproefdoel A.

▼B




BIJLAGE III

SPECIFICATIES VOOR DE ANALYSE VAN PARAMETERS

▼M3

De lidstaten zorgen ervoor dat de analysemethoden die gebruikt worden voor controle en om aan te tonen dat wordt voldaan aan deze richtlijn, worden gevalideerd en gedocumenteerd overeenkomstig EN ISO/IEC 17025 of andere gelijkwaardige op internationaal niveau erkende normen. De lidstaten zorgen ervoor dat laboratoria of door laboratoria gecontracteerde partijen methoden voor kwaliteitszorgsystemen hanteren die in overeenstemming zijn met EN ISO/IEC 17025 of andere gelijkwaardige op internationaal niveau erkende normen.

Indien geen analysemethode bestaat die voldoet aan de minimale prestatiekenmerken van deel B, zorgen de lidstaten ervoor dat de controle wordt uitgevoerd met gebruikmaking van de beste beschikbare technieken die geen buitensporige kosten meebrengen.

DEEL A

Microbiologische parameters waarvoor analysemethoden gespecificeerd zijn

▼M2

De volgende beginselen voor methoden voor microbiologische parameters worden gegeven als referentie wanneer een CEN/ISO-methode wordt opgegeven of als leidraad, in afwachting van de eventuele toekomstige aanneming door de Commissie van verdere internationale CEN/ISO-methoden, voor deze parameters. De lidstaten kunnen alternatieve methoden gebruiken mits aan artikel 7, lid 5, wordt voldaan.

Deze maatregelen betreffende verdere internationale CEN/ISO-methoden, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼M3

De methoden voor microbiologische parameters zijn:

a)Escherichia coli (E. coli) en colibacteriën (EN ISO 9308-1 of EN ISO 9308-2),

b)enterokokken (EN ISO 7899-2),

c)Pseudomonas aeruginosa (EN ISO 16266),

d)opsomming van micro-organismen die gekweekt kunnen worden — telling kolonies bij 22 °C (EN ISO 6222),

e)opsomming van micro-organismen die gekweekt kunnen worden — telling kolonies bij 36 °C (EN ISO 6222),

f)Clostridium perfringens met inbegrip van sporen (EN ISO 14189).

DEEL B

Chemische en indicatorparameters waarvoor prestatiekenmerken gespecificeerd zijn

1. Chemische en indicatorparameters

Voor de parameters van tabel 1 houden de gespecificeerde prestatiekenmerken in dat met de gebruikte analysemethode ten minste concentraties moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de parameterwaarde, met een bepalingsgrens, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2009/90/EG van de Commissie (15), van 30 % of minder van de desbetreffende parameterwaarde en een meetonzekerheid als aangegeven in tabel 1. Het resultaat wordt met ten minste evenveel significante cijfers uitgedrukt als de parameterwaarde genoemd in bijlage I, delen B en C.

Tot 31 december 2019 kunnen de lidstaten het gebruik van „juistheid”, „precisie” en „aantoonbaarheidsgrens”, zoals aangegeven in tabel 2, toestaan als alternatieve reeks prestatiekenmerken voor „bepalingsgrens” en „meetonzekerheid”, zoals aangegeven in respectievelijk de eerste alinea en tabel 1.

De in tabel 1 vermelde meetonzekerheid wordt niet gebruikt als bijkomende tolerantie voor de in bijlage I vermelde parameterwaarden.



Tabel 1

Minimumprestatiekenmerk „meetonzekerheid”

Parameters

Meetonzekerheid

(Zie opmerking 1)

% van de parameterwaarde (behalve voor pH)

Opmerkingen

Aluminium

25

Ammonium

40

Antimoon

40

Arseen

30

Benzo(a)pyreen

50

Zie opmerking 5

Benzeen

40

Boor

25

Bromaat

40

Cadmium

25

Chloride

15

Chroom

30

Geleidbaarheid

20

Koper

25

Cyanide

30

Zie opmerking 6

1,2-dichloorethaan

40

Fluoride

20

Waterstofionenconcentratie (uitgedrukt in pH-eenheden)

0,2

Zie opmerking 7

IJzer

30

Lood

25

Mangaan

30

Kwik

30

Nikkel

25

Nitraat

15

Nitriet

20

Oxideerbaarheid

50

Zie opmerking 8

Pesticiden

30

Zie opmerking 9

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

50

Zie opmerking 10

Seleen

40

Natrium

15

Sulfaat

15

Tetrachlooretheen

30

Zie opmerking 11

Trichlooretheen

40

Zie opmerking 11

Trihalomethanen — totaal

40

Zie opmerking 10

Totale organische koolstof (TOC)

30

Zie opmerking 12

Troebelingsgraad

30

Zie opmerking 13

Acrylamide, epichloorhydrine en vinylchloride controleren via productspecificatie.



Tabel 2

Minimumprestatiekenmerken „juistheid”, „precisie” en „aantoonbaarheidsgrens” — mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2019

Parameters

Juistheid

(Zie opmerking 2)

% van de parameterwaarde (behalve voor pH)

Precisie

(Zie opmerking 3)

% van de parameterwaarde (behalve voor pH)

Aantoonbaarheidsgrens

(Zie opmerking 4)

% van de parameterwaarde (behalve voor pH)

Opmerkingen

Aluminium

10

10

10

Ammonium

10

10

10

Antimoon

25

25

25

Arseen

10

10

10

Benzo(a)pyreen

25

25

25

Benzeen

25

25

25

Boor

10

10

10

Bromaat

25

25

25

Cadmium

10

10

10

Chloride

10

10

10

Chroom

10

10

10

Geleidbaarheid

10

10

10

Koper

10

10

10

Cyanide

10

10

10

Zie opmerking 6

1,2-dichloorethaan

25

25

10

Fluoride

10

10

10

Waterstofionenconcentratie (uitgedrukt in pH-eenheden)

0,2

0,2

Zie opmerking 7

IJzer

10

10

10

Lood

10

10

10

Mangaan

10

10

10

Kwik

20

10

20

Nikkel

10

10

10

Nitraat

10

10

10

Nitriet

10

10

10

Oxideerbaarheid

25

25

10

Zie opmerking 8

Pesticiden

25

25

25

Zie opmerking 9

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

25

25

25

Zie opmerking 10

Seleen

10

10

10

Natrium

10

10

10

Sulfaat

10

10

10

Tetrachlooretheen

25

25

10

Zie opmerking 11

Trichlooretheen

25

25

10

Zie opmerking 11

Trihalomethanen — totaal

25

25

10

Zie opmerking 10

Troebelingsgraad

25

25

25

Acrylamide, epichloorhydrine en vinylchloride controleren via productspecificatie.

2. Opmerkingen bij de tabellen 1 en 2



Opmerking 1

Onder „meetonzekerheid” wordt verstaan een niet-negatieve parameter die de spreiding karakteriseert van de kwantitatieve waarden die aan een te meten grootheid worden toegekend, gebaseerd op de gebruikte informatie. Het prestatiekenmerk voor meetonzekerheid (k = 2) is het in de tabel vermelde percentage van de parameterwaarde of beter. De meetonzekerheid wordt geschat op het niveau van de parameterwaarde, tenzij anders vermeld.

Opmerking 2

Juistheid is een maat voor systematische fouten, d.w.z. het verschil tussen de via een groot aantal herhaalde metingen vastgestelde gemiddelde waarde en de werkelijke waarde. Verdere specificaties zijn deze vastgesteld in ISO 5725.

Opmerking 3

Precisie is een maat voor toevallige fouten en wordt gewoonlijk uitgedrukt als de standaardafwijking (binnen een groep en tussen groepen onderling) van de spreiding van de resultaten rond het gemiddelde. De aanvaardbare precisie bedraagt tweemaal de relatieve standaardafwijking. Deze term is nader gedefinieerd in ISO 5725.

Opmerking 4

De aantoonbaarheidsgrens is hetzij:

— driemaal de standaardafwijking binnen een groep waarnemingen aan een origineel drinkwatermonster met een lage concentratie van de parameter, hetzij

— vijfmaal de standaardafwijking binnen een groep waarnemingen aan een blancomonster.

Opmerking 5

Als niet aan de waarde van de meetonzekerheid kan worden voldaan, moet de beste beschikbare techniek worden toegepast (tot 60 %).

Opmerking 6

Met deze methode wordt het totaal aan cyanide in elke vorm bepaald.

Opmerking 7

Waarden voor juistheid, precisie en meetonzekerheid worden uitgedrukt in pH-eenheden.

Opmerking 8

Referentiemethode: EN ISO 8467

Opmerking 9

De prestatiekenmerken voor afzonderlijke pesticiden zijn indicatief. Lage waarden voor meetonzekerheid van 30 % zijn haalbaar voor meerdere pesticiden, hogere waarden tot 80 % kunnen worden toegelaten voor een aantal pesticiden.

Opmerking 10

De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 25 % van de parameterwaarde in bijlage I, deel B.

Opmerking 11

De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 50 % van de parameterwaarde in bijlage I, deel B.

Opmerking 12

De meetonzekerheid moet worden geschat op het niveau van 3 mg/l van de totale organische koolstof (TOC). Voor het bepalen van de TOC en de opgeloste organische koolstof (DOC) worden de CEN 1484-richtsnoeren gebruikt.

Opmerking 13

De meetonzekerheid moet worden geschat op het niveau van 1,0 NTU (nephelometrische troebelingseenheid) overeenkomstig EN ISO 7027.

▼M3 —————

▼B




BIJLAGE IV



TIJDLIMIETEN VOOR OMZETTING IN NATIONALE WETGEVING EN VOOR TOEPASSING

Richtlijn 80/778/EEG

Omzetting 17.7.1982

Toepassing 17.7.1985

Alle lidstaten met uitzondering van Spanje, Portugal en de nieuwe deelstaten van Duitsland

Richtlijn 81/858/EEG

(Aanpassing vanwege de toetreding van Griekenland)

Akte van Toetreding van Spanje en Portugal



Spanje:

omzetting

1.1.1986

toepassing

1.1.1986

Portugal:

omzetting

1.1.1986

toepassing

1.1.1989

Richtlijn 90/656/EEG voor de nieuwe deelstaten van Duitsland

Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden



Oostenrijk:

omzetting

1.1.1995

toepassing

1.1.1995

Zweden:

omzetting

1.1.1995

toepassing

1.1.1995

Finnland:

omzetting

1.1.1995

toepassing

1.1.1995

Richtlijn 91/692/EEG

Artikel 1 tot en met 14

Toepassing 31.12.1995

Artikel 15

Gewijzigd per 1.1.1981

Gewijzigd per 1.1.1986

Gewijzigd per 1.1.1995

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 17 bis toegevoegd

Artikel 18

Artikel 19

Gewijzigd

Gewijzigd

Artikel 20

Artikel 21




BIJLAGE V



CORRELATIETABEL

Onderhavige richtlijn

Richtlijn 80/778/EEG

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 2

Artikel 2, lid 1

onder a) en b)

Artikel 2

Artikel 2, lid 2

Artikel 3, lid 1,

onder a) en b)

Artikel 4, lid 1

Artikel 3, lid 2,

onder a) en b)

Artikel 3, lid 3

Artikel 4, lid 1

Artikel 7, lid 6

Artikel 4, lid 2

Artikel 11

Artikel 5, lid 1

Artikel 7, lid 1

Artikel 5, lid 2, eerste zin

Artikel 7, lid 3

Artikel 5, lid 2, tweede zin

Artikel 5, lid 3

Artikel 6, lid 1

Artikel 12, lid 2

Artikel 6, leden 2 en 3

Artikel 7, lid 1

Artikel 12, lid 1

Artikel 7, lid 2

Artikel 7, lid 3

Artikel 12, lid 3

Artikel 7, lid 4

Artikel 7, lid 5

Artikel 12, lid 5

Artikel 7, lid 6

Artikel 8

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 1 en artikel 10, lid 1

Artikel 9, leden 2 tot en met 6

Artikel 9, lid 7

Artikel 9, lid 2 en artikel 10, lid 3

Artikel 9, lid 8

Artikel 10

Artikel 8

Artikel 11, lid 1

Artikel 11, lid 2

Artikel 13

Artikel 12, lid 1

Artikel 14

Artikel 12, leden 2 en 3

Artikel 15

Artikel 13, lid 1

Artikel 13, leden 2 tot en met 5

Artikel 17, onder a) (ingevoegd bij Richtlijn 91/692/EEG)

Artikel 14

Artikel 19

Artikel 15

Artikel 20

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 21



(1) PB C 131 van 30.5.1995, blz. 5 en

PB C 213 van 15.7.1997, blz. 8.

(2) PB C 82 van 19.3.1996, blz. 64.

(3) PB C 100 van 2.4.1996, blz. 134.

(4) Advies van het Europees Parlement van 12 december 1996 (PB C 20 van 20.1.1997, blz. 133), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 19 december 1997 (PB C 91 van 26.3.1998, blz. 1) en besluit van het Europees Parlement van 13 mei 1998 (PB C 167 van 1.6.1998, blz. 92).

(5) PB L 229 van 30.8.1980, blz. 11. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

(6) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/68/EG van de Commissie (PB L 277 van 30.10.1996, blz. 25).

(7) PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1.

(8) PB L 229 van 30.8.1980, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/70/EG (PB L 299 van 23.11.1996, blz. 26).

(9) PB L 22 van 9.2.1965, blz. 369. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/39/EEG (PB L 214 van 24.8.1993, blz. 22).

(10) PB L 40 van 11.2.1989, blz. 12. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/68/EEG (PB L 220 van 30.8.1993, blz. 1).

(11) Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23).

(12) PB L 158 van 23.6.1990, blz. 56.

(13) Toe te voegen op basis van de thans lopende studie.

(14) Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

(15) Richtlijn 2009/90/EG van de Commissie van 31 juli 2009 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand krachtens Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 201 van 1.8.2009, blz. 36).