Tweede vraag
17 Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 45 VWEU aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen niet-meetelling van de door een werknemer voor dezelfde werkgever in diens exploitatiezetels in verschillende lidstaten en krachtens eenzelfde algemene arbeidsovereenkomst vervulde dienstjaren voor de bepaling van de periode voor verwerving van definitieve aanspraken op aanvullende pensioenuitkeringen in een lidstaat.
18 De verwijzende rechter vraagt zich ook af of de overplaatsing van een werknemer, met zijn instemming, naar een exploitatiezetel van dezelfde werkgever in een andere lidstaat moet worden gelijkgesteld met vrijwillig vertrek van deze werknemer in de zin van de bepalingen van het betrokken stelsel van aanvullend pensioen.
19 Meteen dient te worden opgemerkt dat artikel 45 VWEU niet alleen geldt voor het optreden van de overheid, maar ook voor bepalingen van andere aard die strekken tot collectieve regeling van arbeid in loondienst (zie arrest van 16 maart 2010, Olympique Lyonnais, C-325/08, Jurispr. blz. I-2177, punt 30 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
20 Daaruit volgt dat artikel 45 VWEU van toepassing is op een situatie als die in het hoofdgeding, waarin een collectieve arbeidsovereenkomst de rechten op aanvullend pensioen van Casteels jegens BA regelt.
21 Bovendien is het vaste rechtspraak dat de bepalingen van het VWEU inzake het vrije verkeer van personen in hun geheel beogen het de burgers van de Unie gemakkelijker te maken om op het grondgebied van de Unie om het even welk beroep uit te oefenen, en in de weg staan aan regelingen die deze burgers zouden kunnen benadelen wanneer zij op het grondgebied van een andere lidstaat een economische activiteit willen verrichten (zie arrest van 1 april 2008, Gouvernement de la Communauté française en Gouvernement wallon, C-212/06, Jurispr. blz. I-1683, punt 44 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en arrest Olympique Lyonnais, reeds aangehaald, punt 33).
22 Bijgevolg staat artikel 45 VWEU in de weg aan elke maatregel die, zelfs wanneer hij zonder discriminatie op grond van nationaliteit van toepassing is, het gebruik van de in het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden door burgers van de Unie kan belemmeren of minder aantrekkelijk kan maken (zie arrest Gouvernement de la Communauté française en Gouvernement wallon, reeds aangehaald, punt 45 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
23 In het hoofdgeding zijn de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst, met name § 7 ervan, weliswaar gelijkelijk van toepassing op alle werknemers die in de vestigingen van BA in Duitsland werken, zonder onderscheid naar de nationaliteit van de betrokken werknemers, maar deze collectieve arbeidsovereenkomst benadeelt werknemers in de situatie van Casteels die hun recht van vrij verkeer binnen de Unie hebben uitgeoefend, tegenover werknemers van BA die dit recht niet hebben uitgeoefend.
24 Zoals ook de advocaat-generaal in punt 50 van haar conclusie heeft opgemerkt, is de collectieve arbeidsovereenkomst namelijk beperkt tot het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland.
25 Ten eerste vloeit daaruit voort dat voor werknemers van BA die zoals Casteels vanuit een exploitatiezetel van BA in een andere lidstaat zijn overgeplaatst naar de exploitatiezetel van deze werkgever te Düsseldorf, de diensttijd bij de eerste zetel niet meetelt als relevante diensttijd wanneer wordt nagegaan of de betrokkene de minimumdiensttijd heeft vervuld die is vereist ter verkrijging van definitieve rechten op aanvullend pensioen in de vigerende Duitse regeling.
26 Daarentegen kunnen de werknemers van de exploitatiezetel te Düsseldorf die bij BA een even lange diensttijd als Casteels hebben, maar hun recht van vrij verkeer niet hebben uitgeoefend, zich beroepen op een onafgebroken diensttijd wanneer wordt nagegaan of zij overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst de nodige tijd hebben vervuld ter verkrijging van definitieve rechten op aanvullend pensioen krachtens de in die exploitatiezetel geldende regeling. Deze werknemers konden onafgebroken hun rechten op een aanvullend pensioen opbouwen terwijl het tijdvak waarin Casteels krachtens de bij dezelfde exploitatiezetel geldende regeling rechten opbouwde, niet de bij § 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst vereiste minimumdrempel kon bereiken wegens de breuk in de diensttijd van betrokkene bij BA doordat hij bij exploitatiezetels van dezelfde werkgever in verschillende lidstaten diensttijden heeft volbracht.
27 Ten tweede worden werknemers van BA die met hun instemming van de exploitatiezetel van BA in Düsseldorf worden overgeplaatst naar een exploitatiezetel van deze werkgever in een andere lidstaat, geacht BA te verlaten in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst zodat zij krachtens § 7, lid 2, sub b, ervan bij overplaatsing vóór de vervulling van vijf jaar dienst slechts recht hebben op de door hun eigen bijdragen gegarandeerde uitkeringen.
28 Zoals de advocaat-generaal in punt 51 van haar conclusie benadrukt, wordt een werknemer van BA die overplaatsing van de exploitatiezetel van Düsseldorf naar een andere exploitatiezetel van BA in Duitsland aanvaardt, daarentegen niet geacht BA te verlaten in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst, zodat § 7, lid 2, sub b, van deze collectieve arbeidsovereenkomst niet op hem van toepassing is.
29 Doordat de door een werknemer van BA in een exploitatiezetel van deze werkgever in een andere lidstaat vervulde diensttijd niet wordt meegeteld en de overplaatsing van een werknemer van BA met zijn instemming naar een exploitatiezetel van deze werkgever in een andere lidstaat wordt gelijkgesteld met zijn vrijwillig vertrek, benadeelt de collectieve arbeidsovereenkomst dus de werknemers die hun recht van vrij verkeer gebruiken, daar zij financieel verlies lijden en minder rechten op aanvullend pensioen hebben. Dit te verwachten nadeel kan werknemers als Casteels ervan weerhouden, de in een lidstaat gelegen exploitatiezetel van hun werkgever te verlaten om bij een in een andere lidstaat gelegen exploitatiezetel van deze werkgever te werken (zie in die zin arrest Gouvernement de la Communauté française en Gouvernement wallon, reeds aangehaald, punt 48).
30 Daar de regeling in het hoofdgeding een bij artikel 45 VWEU in beginsel verboden belemmering van het vrije verkeer van werknemers vormt, kan zij slechts toelaatbaar zijn mits zij een doel van algemeen belang nastreeft, geschikt is om de verwezenlijking daarvan te waarborgen en niet verder gaat dan noodzakelijk is om het nagestreefde doel te bereiken (zie met name arrest Gouvernement de la Communauté française en Gouvernement wallon, reeds aangehaald, punt 55 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
31 Volgens BA strekt deze regeling ertoe de gelijktijdige aansluiting van een werknemer bij verschillende pensioenregelingen in verschillende lidstaten te voorkomen. Zoals de advocaat-generaal in punt 79 van haar conclusie heeft opgemerkt, valt in een geval als dat van Casteels evenwel geen ongerechtvaardigde verrijking van de migrerende werknemer te vrezen, maar een ongerechtvaardigd nadeel als gevolg van het verlies van het recht op aanvullend pensioen over de tijd van aansluiting van de betrokkene bij het Duitse stelsel voor aanvullend pensioen.
32 Het door BA aangevoerde doel van personeelsbinding kan niet redelijkerwijs rechtvaardigen dat werknemers ongunstiger worden behandeld terwijl zij hun recht van vrij verkeer binnen de Unie uitoefenen en bij dezelfde werkgever in dienst blijven.
33 Volgens vaste rechtspraak staat het aan de nationale rechter, ten volle gebruik makend van de hem door het nationale recht toegekende beoordelingsvrijheid, de bepaling van nationaal recht in overeenstemming met de eisen van het Unierecht uit te leggen en toe te passen (zie arresten van 4 februari 1988, Murphy e.a., 157/86, Jurispr. blz. 673, punt 11; 26 september 2000, Engelbrecht, C-262/97, Jurispr. blz. I-7321, punt 39, en 11 januari 2007, ITC, C-208/05, Jurispr. blz. I-181, punt 68).
34 Dienaangaande gebiedt een met artikel 45 VWEU verenigbare uitlegging van § 7, lid 2, sub b, tweede alinea, van de collectieve arbeidsovereenkomst Casteels, die vanaf 1 juli 1974 onafgebroken in dienst bij BA was, als sinds die datum in dienst van BA te beschouwen zonder dat hij deze werkgever bij overplaatsing naar diens exploitatiezetel in Frankrijk heeft verlaten, zodat hij de uitkeringen op basis van zijn eigen bijdragen en van die van BA geniet over het tijdvak van zijn aansluiting bij de in de exploitatiezetel van BA te Düsseldorf geldende regeling.
35 Deze bepaling van de collectieve arbeidsovereenkomst geeft de vóór 1 januari 1978 bij BA in dienst getreden werknemers die uit eigen wil of om welke reden ook BA na vijf jaar dienst verlaten, maar de wettelijke diensttijd voor verwerving hebben vervuld, namelijk ook recht op de pensioenuitkeringen die op die datum op basis van de door BA betaalde bijdragen zijn opgebouwd. Dienaangaande gaf BA ter terechtzitting voor het Hof toe dat § 7, lid 2, van de collectieve arbeidsovereenkomst op Casteels kon worden toegepast.
36 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 45 VWEU aldus moet worden uitgelegd dat het zich bij verplichte toepassing van een collectieve arbeidsovereenkomst verzet tegen:
-
niet-meetelling van de door een werknemer bij dezelfde werkgever in diens exploitatiezetels in verschillende lidstaten en krachtens eenzelfde algemene arbeidsovereenkomst vervulde dienstjaren voor de bepaling van de periode voor verwerving van definitieve rechten op aanvullende pensioenuitkeringen in een lidstaat;
-
gelijkstelling met vertrek uit eigen wil door een werknemer van de overplaatsing van deze werknemer van een in een lidstaat gelegen exploitatiezetel van zijn werkgever naar een in een andere lidstaat gelegen exploitatiezetel van dezelfde werkgever.