Gerechtshof Amsterdam, 07-11-2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3920, 12/00836
Gerechtshof Amsterdam, 07-11-2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3920, 12/00836
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 november 2013
- Datum publicatie
- 13 november 2013
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2013:3920
- Zaaknummer
- 12/00836
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Het Hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de heffingsambtenaar de (gecorrigeerde vervangings)waarde van de jachthaven niet te hoog heeft vastgesteld. Het eerst ter zitting in hoger beroep gedane bewijsaanbod wordt door het Hof tardief verklaard.
Uitspraak
kenmerk 12/00836
7 november 2013
uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de vereniging [X], gevestigd te [Z], belanghebbende,
tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 12/287 van de rechtbank Haarlem (hierna; de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [P],
de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 31 mei 2013 de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [a-weg 1] te [Z] (hierna: de jachthaven), op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) op waardepeildatum 1 januari 2010 voor het kalenderjaar 2011 vastgesteld op € 1.145.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen (hierna: OZB) voor het jaar 2011 bekendgemaakt, berekend naar een waarde van € 1.145.000.
Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak, verzonden op 6 december 2011, de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
Bij uitspraak van 24 september 2012 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 31 oktober 2012 en aangevuld bij brief van 21 november 2012. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2013. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1 en 2.2 van haar uitspraak de volgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin (evenals in het hierna opgenomen citaat uit deze uitspraak) aangeduid als ‘eiseres’, de heffingsambtenaar als ‘verweerder’:
Eiseres is een vereniging die tot doel heeft de beoefening van de watersport op zinvolle wijze te bevorderen en is gebruikster van de jachthaven.
De jachthaven is in 2010 aangelegd en omvat een clubhuis, een woning voor de havenmeester, een haven met aanlegplaatsen en een steiger.
Nu tegen de feitenvaststelling door de rechtbank, als hiervoor vermeld, door partijen geen bezwaren zijn ingebracht, gaat ook het Hof van die feiten uit.
Het Hof voegt hieraan op grond van de gedingstukken in eerste aanleg de volgende feiten toe:
De heffingsambtenaar heeft bij brief, verzonden op 10 mei 2012, een nader stuk ingediend waarin het volgende overzicht is gegeven:
“Bouwkosten overzicht [X]
[a-weg 1] te [Z]
[A] jachthaven werknr. 08040
Riolering € 47.993,70
Verharding € 392.429,94
Steigers/helling/botenkraan € 689.146,73
Inrichting € 189.986,33 +
Totaal € 1.319.556,70 excl. btw.
BTW 19 % € 250.715,77 +
Totaal € 1.570.272,47 incl. btw.
[B] doc.nr: VGO6101-04
Opstallen € 549.620,-
Meerwerk € 338,40
Meerwerk € 1.750,-
Meerwerk K&A € 3.673,38 +
Totaal € 555.381,78 excl. btw.
BTW 19% € 105.522,53 +
Totaal € 660.904,31 incl. btw.
TOTALE KOSTEN INCL. BTW € 2.231.176,-”.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is evenals bij de rechtbank in geschil of de waarde van de jachthaven te hoog is vastgesteld.