Gerechtshof Amsterdam, 02-07-2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4073, 14/00366
Gerechtshof Amsterdam, 02-07-2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4073, 14/00366
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 juli 2015
- Datum publicatie
- 7 oktober 2015
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:4073
- Zaaknummer
- 14/00366
Inhoudsindicatie
Wet woz
Heffingsambtenaar geslaagd in de op hem rustende bewijslast inzake de waardering van bedrijfsruimten
Uitspraak
kenmerk 14/00366
2 juli 2015
uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] te [Z], belanghebbende,
gemachtigde: G. Veldhuisen (Juradvin incassobureau en juridische dienstverlening) te Amsterdam
tegen de uitspraak van 7 april 2014 in de zaak met kenmerk AWB 13/4460 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer,
de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) met dagtekening 28 februari 2013 de waarde van de onroerende zaken [A-STRAAT] [1] unit [A] en [A-STRAAT] [2] unit [B] te [P], gemeente Haarlemmermeer (hierna: de bedrijfsruimtes) per waardepeildatum 1 januari 2012 voor het tijdvak 1 januari 2013 tot 1 januari 2014 (hierna: de WOZ-waarde) vastgesteld op € 29.000 elk. In hetzelfde geschrift zijn ook de aanslagen onroerendezaakbelastingen 2013 met betrekking tot de bedrijfsruimtes bekendgemaakt.
Na daartegen gemaakt bezwaar, heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak van 19 september 2013 de in 1.1 vermelde waardebeschikkingen en aanslagen gehandhaafd.
Bij uitspraak van 7 april 2014 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 19 mei 2014, aangevuld bij brief van 17 juni 2014. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juni 2015. Belanghebbende – dan wel een gemachtigde van hem – is niet ter zitting verschenen. De oproep voor de zitting is naar het juiste adres verzonden. Ter zitting is middels ‘Track and trace’-gegevens van PostNL komen vast te staan dat de oproepingsbrief op 17 april 2015 op het adres van belanghebbende is bezorgd en met tekening voor ontvangst in ontvangst is genomen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft in haar uitspraak (waarin belanghebbende is aangeduid als 'eiser', de heffingsambtenaar als 'verweerder') de navolgende feiten vastgesteld.
“Eiser is eigenaar van de bedrijfsruimtes. De bedrijfsruimtes zijn gesitueerd in een bedrijfsgebouw op een terrein met meerdere van dergelijke gebouwen. De oppervlakte van de bedrijfsruimtes in 37 m².”
Nu partijen tegen de door de rechtbank vastgestelde feiten geen grieven hebben gericht, zal ook het Hof van die feiten uitgaan. Hieraan voegt het Hof nog de volgende feiten toe, mede ontleend aan de in hoger beroep overgelegde stukken.
De bedrijfsruimtes hebben een zadeldak met een nokhoogte van ongeveer 5 meter en een goothoogte van ongeveer 3,50 meter. De toegangsdeur aan de voorzijde is iets minder dan 3,50 meter hoog.
De bedrijfsruimtes zijn gebouwd in 2009/2010. Belanghebbende heeft de bedrijfsruimtes in 2010 gekocht; voor [A-STRAAT] [2] unit [B] heeft hij € 32.130 betaald.
In de beroepsfase heeft de door de heffingsambtenaar ingeschakelde taxateur de waarde van de bedrijfsruimtes op peildatum 1 januari 2012 op € 29.000 ieder gesteld. In het desbetreffende taxatierapport is onder meer het volgende verkoopgegeven vermeld:
“[A-STRAAT] [3] unit 75 Opslag/magazijn 13-06-2012 € 32.500
[P] 37 m2 vloeroppervlakte”
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is in geschil of de WOZ-waarden van de bedrijfsruimtes op een te hoog bedrag zijn vastgesteld. Belanghebbende bepleit een waarde van primair € 20.000, subsidiair € 25.000. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.