Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-10-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7482, 14/01152
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-10-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7482, 14/01152
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2015
- Datum publicatie
- 16 oktober 2015
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:7482
- Zaaknummer
- 14/01152
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Hof bepaalt waarde woning in goede justitie.
Uitspraak
Afdeling belastingrecht
Locatie Arnhem
nummer 14/01152
uitspraakdatum: 29 september 2015
Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 30 september 2014, nummer AWB 14/942, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Berkelland (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 91 te [Z] , per waardepeildatum 1 januari 2012, voor het jaar 2013 vastgesteld op € 197.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerende-zaakbelasting 2013 (de aanslag OZB) vastgesteld.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en, naar het Hof begrijpt, de aanslag OZB gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 30 september 2014 ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. De heffingsambtenaar heeft nadere stukken overgelegd aan het Hof waarvan afschriften zijn doorgezonden aan belanghebbende.
Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2015 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord [A] , als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [B] , namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [C] .
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 De vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak gelegen aan de [a-straat] 91 te [Z] (hierna: de onroerende zaak). De onroerende zaak betreft een in het jaar 1987 gebouwde twee-onder-een-kap woning met een inhoud van 311 m³ en een perceeloppervlakte van 243 m². Tot de onroerende zaak behoren een berging en tuinhuis.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet WOZ de waarde van de onroerende zaak, per waardepeildatum 1 januari 2012, voor het jaar 2013 vastgesteld op € 197.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag OZB vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft het tegen de beschikking ingediende bezwaar afgewezen en de beschikking alsmede de aanslag OZB gehandhaafd. De Rechtbank heeft het tegen de uitspraak op bezwaar ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Ter onderbouwing van de door hem voorgestane waarde heeft de heffingsambtenaar (in hoger beroep) een taxatiematrix overgelegd. Deze is opgesteld door [C] (taxateur), die tot een waarde van de onroerende zaak van € 197.000 concludeert. Voor zover van belang luidt deze matrix als volgt:
Adres |
Aantal m² |
€ p/m² |
Aantal m³ |
€ p/m³ |
Waarde bijgebouwen in € |
Aftrek in € |
Taxatie- waarde |
Verkoop-prijs |
Verkoop-datum |
Onroerende zaak |
243 |
180 |
311 |
464 |
9400 |
197444 |
|||
[b-straat] 25 |
230 |
180 |
308 |
485 |
11500 |
202280 |
203750 |
Septem-ber 2011 |
|
[c-straat] 4 |
336 |
180 |
350 |
412 |
10000 |
40000 |
174680 |
163000 |
20-09-2012 |
[a-straat] 89 (buurpand) |
259 |
180 |
314 |
448 |
8000 |
40000 |
155292 |
145000 |
07-10-2012 |
[b-straat] 29 |
385 |
176 |
275 |
483 |
25900 |
226485 |
210000 |
29-06-2012 |
|
[d-straat] 1 |
249 |
180 |
286 |
510 |
10027 |
25000 |
175707 |
172500 |
April 2012 |
Belanghebbende verdedigt een waarde van de onroerende zaak van € 148.000 en heeft daartoe ook een taxatiematrix overgelegd.
3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
In geschil is of de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2012 niet te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende beantwoordt die vraag ontkennend en de heffingsambtenaar beantwoordt die vraag bevestigend.
Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de zitting.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot vermindering van de bij beschikking vastgestelde waarde tot een waarde van € 148.000 alsmede tot veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende.
De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.