Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-10-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8519, 15/01423

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-10-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8519, 15/01423

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 oktober 2016
Datum publicatie
4 november 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:8519
Zaaknummer
15/01423

Inhoudsindicatie

Wet woz. Waardevaststelling vrijstaande woning. Gemeente slaagt in bewijslast.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

Nummer 15/01423

uitspraakdatum: 25 oktober 2016

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

F [X] te [Z]

(hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 23 september 2015, nummer AWB 15/2025, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, voorheen de heffingsambtenaar van de gemeente Zeist,

(hierna: de heffingsambtenaar)

betreffende na te melden beschikking.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 7 te [Z] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2013 voor het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 vastgesteld op € 983.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2014 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 865.

1.2

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 23 september 2015 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft, alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2016 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede namens de heffingsambtenaar, mr. [A] en [B] . Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De onroerende zaak is een vrijstaande woning met garage. Het bouwjaar van de onroerende zaak is 1998. De woning heeft een inhoud van 753 m³ en is gelegen op een perceel van 2.040 m².

2.2.

De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem verdedigde waarde een taxatierapport overgelegd, opgemaakt op 10 juni 2015 door [C] , WOZ-taxateur. In het taxatierapport zijn drie referentieobjecten vermeld, te weten [b-straat] 28 te [D] , verkocht op 20 december 2013 voor € 920.000, [c-straat] 128 te [D] , verkocht op 2 december 2012 voor € 945.000 en [d-straat] 8 te [Z] , verkocht op 11 april 2013 voor € 950.000. Bij de analyse van de verkooptransacties en bij de vergelijking met de onroerende zaak heeft de taxateur dezelfde grondstaffel toegepast, waarbij de toegekende waarde per m² afneemt naarmate de grondkavel groter wordt. In het taxatierapport is de volgende matrix opgenomen. In afwijking van deze matrix is het bouwjaar van de woning aan de [c-straat] 128 niet 1983, maar 2001.

Onroerende zaak

[b-straat] 28

[c-straat] 128

[d-straat] 8

Inhoud (m³ )

753

597

754

585

Oppervlakte (m²)

2040

1220

819

1390

Bouwjaar

1998

1971

Renovatie 2001

1983

1995

Transactiedatum

20-12-2013

02-02-2012

11-04-2013

Transactiesom

920.000

945.000

950.000

Na correctie

943.000

921.375

955.000

Garage

15.000

15.000

30.000

30.000

Carport

10.000

Grond (staffel)

640.500

505.000

377.600

547.500

Woningwaarde

380.000

423.000

503.775

377.500

Woningwaarde per m³

505

709

668

645

Waarde

1.035.500

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In geschil is het antwoord op de vraag of de waarde van de onroerende zaak op een te hoog bedrag is vastgesteld.

3.2

Belanghebbende is van mening dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. De heffingsambtenaar is van mening dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord.

3.3

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de zitting.

3.4

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraak van de heffingsambtenaar en tot vermindering van de bij beschikking vastgestelde waarde tot € 883.000.

3.5

De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing