Gerechtshof Den Haag, 27-07-2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2315, BK-15/01076 en BK-15/01077
Gerechtshof Den Haag, 27-07-2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2315, BK-15/01076 en BK-15/01077
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 juli 2016
- Datum publicatie
- 2 augustus 2016
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2315
- Zaaknummer
- BK-15/01076 en BK-15/01077
Inhoudsindicatie
In geschil is of de door de rechtbank vastgestelde waarde van de woningen te hoog is en of belanghebbende recht heeft op vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en taxatiekosten.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummers BK-15/01076 en BK-15/01077
Uitspraak d.d. 27 juli 2016
in het geding tussen:
[X] te [Z] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, de heffingsambtenaar,
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 oktober 2015, nummers ROT 14/8167 en 14/8168, betreffende de onder 1.1 vermelde beschikkingen en aanslagen.
Beschikkingen, aanslagen, bezwaar en geding in eerste aanleg
De heffingsambtenaar heeft bij beschikkingen op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2013 (hierna: de waardepeildatum) van de onroerende zaken, plaatselijk bekend als [A] en [B] (hierna: de woningen), voor het kalenderjaar 2014 vastgesteld op € 214.000, respectievelijk € 217.000. Met de beschikkingen zijn in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [Y] (hierna: de aanslagen).
Bij afzonderlijke uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het door belanghebbende gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroepen ingesteld bij de rechtbank. Er is een griffierecht geheven van eenmaal € 45.
De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de beschikkingen gewijzigd in die zin dat de waarde van [A] nader wordt vastgesteld op € 209.000 en [B] op € 212.000, bepaald dat de aanslagen dienovereenkomstig worden verlaagd, bepaald dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt en de heffingsambtenaar veroordeeld in de taxatiekosten tot een bedrag van € 121.