Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-05-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1593, 23/828 en 23/829

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-05-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1593, 23/828 en 23/829

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
8 mei 2024
Datum publicatie
23 mei 2024
Annotator
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:1593
Formele relaties
Zaaknummer
23/828 en 23/829

Inhoudsindicatie

Niet meer in geschil is dat de naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting terecht zijn opgelegd, omdat de auto’s niet aan de fiscale inrichtingseisen voldoen. Door een wijziging van paragraaf 34 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst moeten de boetes worden verminderd tot 50% van de nageheven belasting.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummers: 23/828 en 23/829

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 17 april 2023, nummers BRE 21/2957 en 21/2958, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur,

en

de Minister van Justitie en Veiligheid,

hierna: de minister.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft twee naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd. Tevens zijn bij beschikkingen boetes opgelegd.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De inspecteur heeft nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de andere partij.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

1.7.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is volgens het kentekenregister vanaf 24 april 2018 respectievelijk 15 mei 2018 houder van twee motorrijtuigen van het type [auto merk] met de kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] (hierna: de auto’s). De auto’s zijn voor het eerst in het buitenland (Hongarije) geregistreerd op 5 augustus 2015. In 2018 zijn de auto’s in het kentekenregister in Nederland geregistreerd als bestelauto, type opleggertrekker.

2.2.

Op 17 januari 2020 zijn de auto’s onderzocht. Bij de controle is geconstateerd dat de oorspronkelijke laadbak, voorzien van een overkapping, (demontabel) is teruggeplaatst. De hierdoor ontstane gesloten laadruimte voldoet daarmee volgens de inspecteur niet meer aan de verplichte afmetingen. Tevens is geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de eis dat 40% van de lengte van de laadruimte is gelegen voor het hart van de achterste as. De auto’s voldoen daarmee volgens de inspecteur niet meer aan alle fiscale inrichtingseisen voor een bestelauto.1 De inspecteur heeft de auto’s daarom fiscaal aangemerkt als een personenauto en het daarvoor geldende tarief voor de motorrijtuigenbelasting toegepast.

2.3.

Als gevolg daarvan zijn aan belanghebbende twee naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd van elk € 1.956. Gelijktijdig zijn aan belanghebbende twee boetes opgelegd van elk € 1.956.

2.4.

De rechtbank heeft de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de boetebeschikkingen vernietigd, de boetebeschikkingen verminderd tot elk € 1.662, de beroepen voor het overige ongegrond verklaard, de minister veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van € 462, de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van € 1.038 en een proceskostenvergoeding van € 1.133 en bepaald dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 360 aan haar vergoedt.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de boetebeschikkingen terecht zijn opgelegd en de hoogte van de boetes passend en geboden is.

3.2.

Niet meer in geschil is dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.

Belanghebbende heeft op de zitting de stelling dat de auto’s voldoen aan de fiscale inrichtingseisen ingetrokken.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vernietiging van de boetebeschikkingen. De inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vermindering van de boetes tot elk € 831.

4 Gronden

5 Beslissing