Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 26-03-2021, ECLI:NL:OGEAC:2021:51, 555.00281/19
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 26-03-2021, ECLI:NL:OGEAC:2021:51, 555.00281/19
Gegevens
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 26 maart 2021
- Datum publicatie
- 26 maart 2021
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2021:51
- Zaaknummer
- 555.00281/19
Inhoudsindicatie
Uitlokken van brandstichting in kantoor van de belastingdienst te Willemstad. Gewoontewitwassen. Diefstal. Opzetheling. Gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren.
Uitspraak
Parketnummer: 555.00281/19
Uitspraak: 26 maart 2021 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [datum] in [plaats],
wonende in Curaçao, [adres].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 5 maart 2021. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.C. Vaders, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partij Landsontvanger/Inspectie der Belastingen heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding. Namens de benadeelde partij zijn [twee personen] ter terechtzitting verschenen.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officieren van justitie mrs. H. Leepel en C.J.W.M. Janssen (hierna: de officier van justitie) en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het medeplegen van opzettelijke uitlokking van medeplegen van opzettelijk brand stichten, (gewoonte)witwassen, alsmede diefstal van stroom en water en opzetheling van een trilplaat bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest. De vordering behelst voorts de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen, de toewijzing (hoofdelijk) van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van NAf 50.000,00 en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
Tenlastelegging
De tenlastelegging, zoals vermeld in de inleidende dagvaarding, is op vordering van de officier van justitie op de zitting van 8 juli 2020 ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde gewijzigd. Op vordering van de officier van justitie is op de zitting van 16 oktober 2020 de tenlastelegging ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde gewijzigd en op de zitting van 5 maart 2021 is de tenlastelegging ten aanzien van de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde gewijzigd.
Aan de verdachte is - na toegestane genoemde wijzigingen - ten laste gelegd: