Home

Rechtbank Gelderland, 18-12-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:9160, AWB 22/4562 en 23/132

Rechtbank Gelderland, 18-12-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:9160, AWB 22/4562 en 23/132

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18 december 2024
Datum publicatie
28 maart 2025
Annotator
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2024:9160
Zaaknummer
AWB 22/4562 en 23/132

Inhoudsindicatie

Omzetbelasting. Aftrek voorbelasting gemengd gebruikte ruimte. A en B hebben een nieuwbouwwoning aangeschaft. Ter zake van de levering van de grond en de bouw van de woning is omzetbelasting (voorbelasting) aan hen in rekening gebracht. Een onzelfstandig deel van de woning (de zolder) wordt belast verhuurd aan de B.V. van A, en in verband daarmee heeft samenwerkingsverband A en B een deel van de voorbelasting afgetrokken. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit niets dat de woning (mede) is verworven met het doel een deel ervan (belast) te verhuren. Er is geen sprake van rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de verwerving van de woning en de verhuur van de zolder (Hoge Raad 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1158). De rechtbank is verder van oordeel dat opteren voor belaste verhuur niet mogelijk is, aangezien belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zolder niet ook voor woondoeleinden wordt gebruikt. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: ARN 22/4562 en 23/132

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van

in de zaken tussen


[belanghebbende] [persoon A] en [persoon B], uit [plaats 1], belanghebbende (gemachtigde: [naam gemachtigde]),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Groningen, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 23 juni en 11 augustus 2022.

De inspecteur heeft voor de perioden 1 september 2019 tot en met 31 december 2019 (zaaknummer ARN 22/4562) en 1 januari 2020 tot en met 30 september 2020 (zaaknummer ARN 23/132) teruggaafbeschikkingen omzetbelasting (OB) aan belanghebbende gegeven.

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.

De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft de beroepen op 10 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende, en namens de inspecteur, [persoon C] en [persoon D].

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep