Home

Rechtbank Leeuwarden, 23-09-2005, AU5770, 72296 / KG ZA 05-258

Rechtbank Leeuwarden, 23-09-2005, AU5770, 72296 / KG ZA 05-258

Gegevens

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
23 september 2005
Datum publicatie
21 september 2006
Annotator
ECLI
ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5770
Formele relaties
Zaaknummer
72296 / KG ZA 05-258

Inhoudsindicatie

De afwijzing van de verlofaanvraag van eiser strookt met de in de toelichting op de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting gegeven hoofdregel dat voor huwelijksjubilea geen verlof wordt verstrekt. De door eiser aangevoerde omstandigheden zijn niet bijzonder genoeg om op die hoofdregel een uitzondering te maken.

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 23 september 2005

Kort-geding-nummer: 72296 / KG ZA 05-258

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

[eiser],

wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in de P.I. Noord, locatie "De Marwei" te Leeuwarden,

eiser,

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaat: mr. mr. C.N.M. Dekker te Amsterdam,

tegen

1. de publieke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van justitie),

zetelend te 's-Gravenhage,

2. DE PENITENTIAIRE INRICHTING NOORD, de directeur van de locatie "De Marwei", dhr. [naam] q.q.,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagden,

procureur: mr. V.M.J. Both,

advocaat: mr. A.Th.M. ten Broeke te 's-Gravenhage.

PROCESGANG

Partijen zijn vrijwillig in kort geding verschenen op de openbare zitting van 23 september 2005.

[eiser] heeft toen gevorderd dat de rechter bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, gedaagden ieder voor zich en/of gezamenlijk veroordeelt tot het verlenen van 'verlof' aan [eiser] vanaf komende zaterdag 24 september althans vanaf zondagmorgen 25 september 2005 om op zondag 25 september 2005 de viering van het 60-jarige huwelijksfeest van zijn ouders te [woonplaats] ([provincie]) bij te kunnen wonen tot en met die zondagavond althans tot en met maandagmorgen 26 september 2005, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 30.000,00 per dat indien (elk der) gedaagden niet, niet volledig en/of niet behoorlijk aan deze veroordeling voldoen, alsmede gedaagden veroordeelt in de kosten van het geding. Gedaagden hebben schriftelijk geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn vordering jegens de penitentiaire inrichting, noord, de directeur van de locatie "De Marwei", [naam] q.q. en tot afwijzing van de tegen de Staat ingestelde vordering, kosten rechtens, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Gedaagden hebben met goedvinden van [eiser] producties in het geding gebracht. Partijen hebben vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. [eiser] heeft bij de directie van De Marwei een verzoek ingediend, om in aanmerking te komen voor incidenteel verlof om het 60 jarige huwelijksjubileum van zijn ouders bij te wonen.

1.2. De directeur heeft bij brief van 22 september 2005 op dat verzoek afwijzend beslist onder aanvoering van de volgende reden:

"De reden die u opgeeft voldoet niet aan de gestelde objectieve criteria om in aanmerking te komen voor een incidenteel verlof. Dit op grond van de regeling Incidenteel Verlof, punt 2.10; incidenteel verlof wordt niet toegestaan voor huwelijkssluiting, het bijwonen van huwelijksjubilea, of het bijwonen van godsdienstige plechtigheden of rituelen."

1.3. [eiser] is voornemens bij de beklagcommissie een klacht in te dienen.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2. [eiser] vordert dat gedaagden worden veroordeeld hem het gevraagde verlof te verlenen. [eiser] moet evenwel in zijn vordering tegen gedaagde sub 2 niet-ontvankelijk worden verklaard omdat een ambtelijk orgaan van de Staat als zodanig geen rechtspersoonlijkheid bezit.

3. [eiser] is ontvankelijk in zijn vordering tegen de Staat, nu geen andere met voldoende waarborgen omklede rechtsgang beschikbaar is, die ook op korte termijn voor [eiser] voldoende rechtsbescherming biedt.

4. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de Staat jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld omdat de directeur in zijn beslissing van 22 september 2005 de wettelijke regelingen op onjuiste danwel onvolledige wijze heeft toegepast. [eiser] verwijt de Staat dat de directeur bij zijn beslissing de persoonlijke omstandigheden van [eiser] niet heeft meegewogen. [eiser] wijst er op dat de directeur in zijn redengeving voor de afwijzing van het gevraagde verlof -zoals hiervoor onder 1.2. geciteerd- uitsluitend naar objectieve criteria verwijst, terwijl ingevolge het bepaalde in artikel 21, eerste lid van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting incidenteel verlof kan worden verleend voor het bijwonen van gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer van de gedetineerde waarbij zijn aanwezigheid noodzakelijk is, zodat voor persoonlijke omstandigheden een grote rol is weggelegd. [eiser] vindt in de beslissing van de directeur niet terug dat een afweging van alle in aanmerking komende belangen heeft plaatsgevonden, en evenmin dat aan de redelijkheid en billijkheid is getoetst, terwijl dat volgens hem wel had gemoeten.

5. [eiser] vindt dat zijn persoonlijke omstandigheden tot toewijzing van de vordering moeten leiden. Als omstandigheden voert [eiser] aan dat dit familiefeest, vanwege de leeftijd van zijn ouders, een allerlaatste familiefeest zal zijn waarop zijn broer, die begin 2004 op gewelddadige wijze om het leven is gebracht, zal ontbreken, terwijl [eiser] de crematie van zijn broer niet heeft kunnen bijwonen, niet omdat hij daartoe geen verlof had gekregen, maar omdat het vervoer er naartoe niet geregeld was. [eiser] wenst dat de familie op dit laatste grote familiefeest van zijn ouders zoveel mogelijk compleet zal zijn.

6. De rechter ziet in de beslissing van de directeur geen motiveringsgebrek zoals [eiser] heeft gesteld. De afwijzing van de verlofaanvraag strookt met de in de toelichting op de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting onder 2.10. gegeven hoofdregel dat voor huwelijksjubilea geen verlof wordt verstrekt. De rechter deelt het standpunt van de Staat dat de door [eiser] aangevoerde omstandigheden niet bijzonder genoeg zijn om op die hoofdregel een uitzondering te maken.

7. Als aan de beslissing van de directeur al een motiveringsgebrek kleeft zoals door [eiser] gesteld, dan kan dit gebrek nog niet leiden tot het afdwingen van een door [eiser] gewenst verlof door middel van dit kort geding. De directeur zou in dat geval een nieuw, beter gemotiveerd besluit moeten nemen, dat niettemin toch een afwijzing van het verzoek zou kunnen inhouden.

8. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering tegen de Staat moet worden afgewezen. [eiser] moet als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

1. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen gedaagde sub 2;

2. wijst de vordering tegen gedaagde sub 1 af;

3. veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op € 244,00 aan verschotten en € 300,00 aan salaris procureur;

4. verklaart de proceskostenveroordeling sub 3 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2005.