Home

Rechtbank Noord-Holland, 06-09-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:8906, HAA- 22/189

Rechtbank Noord-Holland, 06-09-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:8906, HAA- 22/189

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
6 september 2023
Datum publicatie
25 september 2023
Annotator
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:8906
Zaaknummer
HAA- 22/189

Inhoudsindicatie

In geschil is of eiseres een onderneming drijft met haar reclameactiviteiten en daarvoor belastingplichtig is. Indien de vraag of eiseres met haar reclameactiviteiten een onderneming drijft bevestigend wordt beantwoord, is in geschil of een vergoeding voor het gebruik van vermogensbestanddelen of grond, in aftrek kan worden gebracht op de opbrengst uit de reclameactiviteiten. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid en neemt eiseres deel aan het economische verkeer. In onderhavige zaak betreft het een directe overheidsonderneming, waardoor voor de bepaling van de totaalwinst de hoofdregel geldt dat de werkelijke opbrengsten en kosten tot de winst behoren. Een gebruiksvergoeding strookt daar niet mee. De rechtbank ziet in het licht van de parlementaire geschiedenis ruimte voor allocatie aan de ondernemingsactiviteiten van in werkelijkheid gemaakte kosten. De rechtbank volgt dan ook het door partijen ter zitting gesloten compromis dat additioneel 30% aan indirecte kosten in aanmerking kunnen worden genomen. Het beroep is derhalve gegrond.

Uitspraak

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 22/189

(gemachtigden: mr. drs. [naam] en drs. [naam 2] ),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2016 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbare winst van € 20.963.622. Daarnaast is belastingrente in rekening gebracht ter hoogte van € 976.004.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 20.212.415. Daarnaast is de in rekening gebrachte belastingrente verlaagd naar € 928.067.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft een nader stuk ingediend. Verweerder heeft voorafgaand aan de zitting een pleitnota ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juni 2023 te Haarlem. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. [naam 2] , mr. [naam 3] , [naam 4] Msc, [naam 5] , [naam 5] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 6] , mr. [naam 7] , mr. [naam 8] en mr. [naam 9] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is een gemeente in de provincie Noord-Holland . Zij is eigenaar van de grond, licht- en [objecten 1] , verkeersregelkasten en [objecten 2] in de gemeente.

2. Eiseres sluit - binnen het beleid van de gemeente - privaatrechtelijke overeenkomsten voor het plaatsen en/of exploiteren van reclameobjecten op en aan de gemeentelijke eigendommen. Hierdoor kunnen reclame-exploitanten in de openbare ruimte reclame maken. De reclame-exploitant is verantwoordelijk voor het plaatsen en/of onderhouden van objecten, het verkrijgen van de benodigde vergunningen en het sluiten van contracten met bedrijven en instellingen die reclame willen maken. De reclame-exploitant betaalt een jaarlijkse (vaste) vergoeding aan eiseres.

3. Voorheen sloten de stadsdelen van de gemeente de verschillende reclamecontracten. Tot medio 2016 was ieder stadsdeel verantwoordelijk voor het opstellen van zijn eigen reclamebeleid. De gemeente heeft in 2016 het “Stedelijk Kader Buitenreclame” gepubliceerd, waarin de visie van de gemeente ten aanzien van buitenreclame is vastgelegd en waarin het beleid is geharmoniseerd. In paragraaf 1.2 van het “Stedelijk Kader Buitenreclame” staat het volgende:

“(…) Deze beleidsnota geeft ook de visie op buitenreclame weer. De visie op buitenreclame is drieledig: objecten met buitenreclame, zoals abri’s, dragen bij aan de leefbaarheid van de stad en worden gezien als een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte. Dit geldt ook voor multifunctioneel straatmeubilair met buitenreclame, waarbij reclamevlakken kunnen worden ingezet ten behoeve van bijvoorbeeld crowdmanagement en bewegwijzering. Op de derde plaats wordt buitenreclame gezien als middel om straatmeubilair en delen van de openbare ruimte op een hoog niveau en in gezamenlijkheid te beheren.

Naast beheer en onderhoud levert buitenreclame ook inkomsten op voor de gemeente (…). Het beleidskader dient als uitgangspunt bij nieuwe aanbestedingen en het aangaan van overeenkomsten. Met het aangaan van overeenkomsten wil de gemeente de inkomsten uit reclame in de openbare ruimte optimaliseren, met inachtneming van de ruimtelijke kwaliteit en verkeersveiligheid. (…)

Pijler 2:

De economische belangen van de gemeente (…);

De gemeente (…) kan in vergelijking met andere grote gemeenten in Nederland relatief hoge inkomsten verwerven uit de uitbating van de openbare ruimte door de grond in zijn hoedanigheid als eigenaar te exploiteren. Daarom laat de gemeente zich actief in met dit taakgebied. (…).”

4. In paragraaf 4.2 van het “Stedelijk Kader Buitenreclame” staat het volgende:

“(…) Gezien het feit dat de gemeente (…) eigenaar is van de grond waarop de objecten worden geplaatst hanteert de gemeente (…) het beleid dat voor objecten waarbij voor de plaatsing een omgevingsvergunning noodzakelijk is en/of sprake is van reclame-exploitatie, een privaatrechtelijke overeenkomst wordt aangegaan waarmee het maken van reclame in de openbare ruimte wordt gereguleerd.

Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een reclamemast of billboard die op gemeentegrond geplaatst wordt. Daarvoor is een omgevingsvergunning vereist en de gemeente zal daarnaast ook een overeenkomst sluiten met de exploitant van de mast om die tegen een bepaalde vergoeding te mogen exploiteren. (…).”

5. In paragraaf 6.1 van het “Stedelijk Kader Buitenreclame” staat het volgende:

“Tot medio 2016 was ieder stadsdeel verantwoordelijk voor het opstellen van eigen reclamebeleid. Daarbij lag de uitvoering van het beleid zowel bij de stadsdelen als bij de centrale diensten. Vanaf maart 2014 zijn deze taken anders verdeeld en gecentraliseerd. In de periode 2016-2017 werken we verder aan het bundelen van de huidige vakkennis binnen een van de gemeentelijke clusters en het aanwijzen van een aanspreek- en coördinatiepunt voor buitenreclame. Dit organisatieonderdeel zal zich onder andere bezighouden met de opdrachtverlening bij aanbestedingen en het beheer van overeenkomsten. Bovendien kan dit onderdeel fungeren als backoffice en adviseren aan de afdelingen vergunningen en de handhaving. (…)”

6. Op 21 januari 2020 is het “Kader Buitenreclame” gepubliceerd. Dit betreft een actualisatie van het “Stedelijk Kader Buitenreclame”. In paragraaf 4.2 van het “Kader Buitenreclame” staat het volgende:

“(…) Het organisatieonderdeel Verkeer & Openbare Ruimte (V&OR) houdt zich bezig met de opdrachtverlening bij aanbestedingen en het beheer van de overeenkomsten. Bovendien fungeert dit onderdeel als backoffice en adviseur aan de afdelingen vergunningen en handhaving. Ook het beleid wordt door V&OR geformuleerd. De stadsloketten behandelen de mededelingen en de aanvragen om ontheffing. (…)”

7. De directie Verkeer & Openbare ruimte (hierna: V&OR) (voorheen Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer) houdt zich thans bezig met de opdrachtverlening bij aanbestedingen en het beheer van de contracten met de reclame-exploitanten. V&OR adviseert het gemeentebestuur, initieert verkeersbeleid, stelt verkeersplannen op, realiseert grote infrastructurele projecten en beheert de stedelijke infrastructuur. Het strategisch beheer (waaronder beleid- en beheerplannen, programmering en planning) wordt door V&OR uitgevoerd. De werkzaamheden met betrekking tot het beheer van de reclamecontracten worden tevens binnen V&OR uitgevoerd.

7.1

De senior adviseur buitenreclame is de contactpersoon namens de gemeente voor de reclame-exploitanten. In totaal houdt 1,8 fte zich bezig met het beheren van de contracten en het reguleren van alle vormen van (illegale) reclame in de openbare ruimte. Hiervan wordt 1 fte toegerekend aan de senior adviseur buitenreclame. De werkzaamheden van de senior adviseur buitenreclame zien voor 60% op het beheer van de contracten en 40% op advieswerkzaamheden.

7.2

De senior adviseur buitenreclame maakt onderdeel uit van de afdeling Stedelijk Beheer (circa 140 personeelsleden). Het onderdeel Stedelijk Beheer, dat bestaat uit zeven teams, valt vervolgens weer onder het dienstonderdeel V&OR (circa 800 personeelsleden), dat weer onderdeel uitmaakt van het cluster Ruimte en Economie.

7.3

De afdeling Kennis en Kaders, die eveneens onderdeel uitmaakt van V&OR, houdt zich bezig met het opstellen van reclamebeleid. Met deze afdeling wordt in overleg getreden door de senior adviseur buitenreclame als er een aanbesteding aankomt. Ook is de directie Toezicht en Handhaving Openbare ruimte (hierna: directie THOR) betrokken bij de buitenreclame, met name de handhaving. De senior adviseur buitenreclame is de contactpersoon en coördinator richting de directie THOR. Incidenteel worden andere afdelingen, zoals de juridische afdeling, de afdeling Bureau Onderzoek en Statistiek, een inkoopadviseur van het Ingenieursbureau (bij aanbesteding) en het klantcontactcentrum, betrokken bij de reclameactiviteiten. Eiseres huurt daarnaast externe deskundigheid in, zoals van Nationaal Advies Bureau Buitenreclame (hierna: NABB) en/of een (externe) advocaat/jurist.

7.4

De feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de reclameactiviteiten (periodiek en incidenteel) zijn als volgt:

-

het sluiten van contracten met reclame-exploitanten;

-

het bepalen en periodiek herijken van beleid rondom reclame;

-

het ontwikkelen van de mogelijkheid reclameobjecten voor bredere communicatiedoeleinden te gebruiken en informatieve boodschappen met reclame te combineren;

-

het voorbereiden en voeren van gerechtelijke procedures;

-

het houden van enquêtes onder bewoners en bezoekers;

-

het voeren van overleg met de wethouder;

-

het informeren van het college en de raad en behandeling door college en raad;

-

het voeren van overleg met de reclame-exploitanten;

-

het onderhandelen met reclame-exploitanten;

-

het (eventueel) leveren van elektriciteit en/of het doorbelasten daarvan;

-

het voeren van evaluatiegesprekken met de reclame-exploitanten;

-

het in behandeling nemen / doorzetten van klachten / meldingen en vragen van reclame-exploitanten, inwoners en raadsleden;

-

het beoordelen van de geschiktheid van lichtmasten voor de bevestiging van een lichtbak;

-

het toezicht houden en surveilleren op illegaal geplaatste reclameobjecten;

-

het toezicht houden op naleving van de gesloten overeenkomsten;

-

het zorgdragen voor een goede bereikbaarheid/zichtbaarheid van de reclameobjecten;

-

het zorgdragen dat binnen de overeengekomen afstand geen andere reclame exploitatie plaatsvindt dan contractueel overeengekomen;

-

het beoordelen van de door de reclame-exploitant ontvangen rapportages;

-

het factureren van de overeengekomen vergoedingen en de controle of deze worden afgedragen.

8. In 2016 heeft eiseres meerdere reclamecontracten met (diverse) reclame-exploitanten in beheer, die (behalve voor steigerdoekreclamecontracten) voor een langere tijd zijn gesloten. De privaatrechtelijke overeenkomsten hebben betrekking op billboards, mupi’s, abri’s, reclamemasten, driehoeksborden, frames en lichtbakken (de reclameobjecten). De billboards, mupi’s, abri’s en reclamemasten zijn in eigendom van de reclame-exploitanten. De driehoeksborden en frames en lichtbakken zijn in eigendom van de gemeente.

9. Contractueel is ten aanzien van de billboards, mupi’s en abri’s vastgelegd dat de gemeente aan de reclame-exploitant het (exclusieve) recht geeft om het reclameobject op de grond te plaatsen en te exploiteren. Ten aanzien van de reclamemasten is contractueel vastgelegd dat de gemeente de grond verhuurt aan de reclame-exploitant en het recht verleent een reclamemast te plaatsen. Ten aanzien van de driehoeksborden, frames en lichtbakken is contractueel vastgelegd dat de gemeente de reclame-exploitant het recht geeft deze reclameobjecten te gebruiken en te exploiteren.

Geschil 10. In geschil is of eiseres een onderneming drijft met haar reclameactiviteiten (door middel van het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten) en daarvoor belastingplichtig is op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb). Meer specifiek is in geschil of:

Beslissing

Rechtsmiddel