Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-06-2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3923, AWB - 14 _ 4440
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-06-2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3923, AWB - 14 _ 4440
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 19 juni 2015
- Datum publicatie
- 8 juli 2015
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2015:3923
- Zaaknummer
- AWB - 14 _ 4440
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting/Belastingverdrag met België/compensatieregeling grensarbeiders.
Belanghebbende is grensarbeider (woont in Nederland en werkt in België). In België betaalt hij naast belasting, premies voor sociale verzekeringen (RSZ-premies).
Ingevolge artikel 27 van het Belastingverdrag met België tellen - bij de berekening van de compensatieregeling voor grensarbeiders - in België betaalde premies mee voor zover deze vergelijkbaar zijn met de Nederlandse premies voor volksverzekeringen.
De rechtbank oordeelt dat RSZ-premies - anders dan de Nederlandse volksverzekeringen - werknemersverzekeringen zijn en daarom niet meetellen. Beide landen hebben dat ook expliciet afgesproken.
Uitspraak
Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer AWB 14/4440
uitspraak van 19 juni 2015
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats],
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft belanghebbende, met dagtekening 28 november 2011, over 2010 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd (aanslagnummer [aanslagnummer].H.06).
Bij uitspraak op bezwaar van 7 juni 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen deze aanslag heeft de inspecteur de aanslag verminderd.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. Het beroepschrift is op 19 juli 2014 bij de rechtbank binnengekomen. De griffier heeft van belanghebbende een griffierecht geheven van € 45.
De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 januari 2015 te Middelburg. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Den Haag, en namens de inspecteur, [verweerder].
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om partijen de gelegenheid te geven nadere stukken in te dienen. Zowel belanghebbende als de inspecteur hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn steeds in afschrift aan de wederpartij verstrekt.
De rechtbank heeft met toestemming van partijen het onderzoek gesloten en een schriftelijke uitspraak aangekondigd.
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt waarvan een afschrift tegelijkertijd met deze uitspraak aan partijen is verzonden.
2 Feiten en omstandigheden
Belanghebbende is inwoner van Nederland was dat ook in 2010. Hij ontving in 2010 inkomsten uit dienstbetrekking en een werkloosheidsuitkering uit België.
Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2010 – ingediend op 30 juli 2011 – een bedrag van € 34.798 vermeld als loon uit Belgische dienstbetrekking en een bedrag van € 747 aan Belgische werkloosheidsuitkering. Als ingehouden Belgische bedrijfsvoorheffing is vermeld € 10.975. Het aangegeven verzamelinkomen was € 32.032.
De inspecteur heeft het ontvangen Belgisch inkomen gecorrigeerd naar € 37.818. Dat bedrag is als volgt berekend (alle bedragen in €):
brutoloon |
39.156 |
ingehouden premies RSZ |
-4.954 |
bijz.bijdrage soc zekerheid (BBSZ) |
-327 |
subtotaal |
33.875 |
bij: |
|
werknemersdeel premie geneeskundige verzorging |
1.338 |
werknemersdeel BBSZ |
88 |
werkgeversaandeel premie geneeskundige verzorging |
1.437 |
maaltijdcheques |
830 |
ecocheques |
250 |
Nederlands fiscaal loon |
37.818 |
Het verzamelinkomen is vastgesteld op € 34.319 en de ingehouden Belgische bedrijfsvoorheffing (tevens verschuldigde belasting) op € 9.906. Bij de aanslagregeling is aftrek verleend ter voorkoming van dubbele belasting voor het Belgisch loon en vrijstelling voor de premie volksverzekeringen. Bij de aanslag is de compensatie zoals bedoeld in artikel 27 van het belastingverdrag tussen Nederland en België 2001 (het Verdrag) berekend op
€ 540. Dat bedrag is als volgt berekend (alle bedragen in €):
Loon |
37.818 |
|
Belgische belasting en opcentiemen |
9.906 |
|
Daarover zou zijn verschuldigd in Nederland |
||
inkomstenbelasting |
2.645 |
|
premieheffing |
10.197 |
|
totaal heffing |
12.842 |
|
heffingskorting |
-3.476 |
|
totaal heffing |
9.366 |
|
verschuldigd in België |
9.906 |
|
tegemoetkoming |
540 |
3 Geschil
In geschil is of de in België ingehouden premies RSZ (deels) in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van de compensatie. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de inspecteur is de tegenovergestelde mening toegedaan. Niet meer in geschil is dat het bedrag van de verschuldigde Belgische belasting € 9.906 is.
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en op wat zij ter zitting nog hebben aangevoerd.
Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag.
De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.