Naheffingsaanslagen vernietigd omdat levering paard niet in Nederland plaatsvond
Naheffingsaanslagen vernietigd omdat levering paard niet in Nederland plaatsvond
Gegevens
- Nummer
- 2025/589
- Publicatiedatum
- 2 april 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Omzetbelasting
- Relevante informatie
Belanghebbende handelt in paarden. Op 3 en 4 augustus 2017 heeft paard 1 van iemand uit Zweden meegedaan aan een concours in Nederland. Op 9 augustus 2017 is het paard medisch onderzocht en op 14 augustus 2017 heeft belanghebbende het paard gekocht. Dezelfde dag heeft belanghebbende het paard verkocht aan iemand uit Qatar voor € 245.000. Op de factuur staat geen omzetbelasting vermeld. Op 16 augustus is het paard in Zweden gekeurd en op 17 augustus naar Nederland vervoerd. In oktober en november heeft het paard deelgenomen aan wedstrijden in Nederland en op 7 december 2017 is het paard per vliegtuig naar Qatar gevlogen. De inspecteur heeft de omzetbelasting op de levering nageheven. Belanghebbende stelt dat dit onterecht is, omdat de levering in Zweden heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende deze stelling aannemelijk dient te maken aan de hand van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers. Belanghebbende heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat het paard tot 14 augustus 2017 eigendom van de Zweedse eigenaar was en dat het paard op 16 en 17 augustus in Zweden was. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat het paard na de wedstrijden in Nederland naar Zweden is vervoerd. De rechtbank heeft geen reden om aan de verklaringen te twijfelen en uit niets blijkt dat belanghebbende reeds voor 14 augustus 2017 de beschikkingsmacht over het paard had. Op het moment van aankoop was het paard in Zweden en de levering aan de koper in Qatar heeft in Zweden plaatsgevonden. Er is geen omzetbelasting verschuldigd.
In 2017 heeft belanghebbende tevens een 1/3 eigendom van sportpaard 2 verkocht aan een bedrijf in Ierland. Volgens belanghebbende is dit niet te kwalificeren als een levering, omdat de eigenaar van een aandeel in een paard niet kan beschikken over het paard als ware hij eigenaar. De rechtbank verwerpt deze stelling. De rechtbank acht aannemelijk dat de koper na de transactie steeds, al dan niet tezamen met de andere eigenaar, over het paard kon beschikken als ware hij mede-eigenaar.
Belanghebbende heeft voorts in 2018 paard 3 verkocht. Gelet op de verklaring van de koper is de feitelijke beschikkingsmacht over het paard overgegaan op 6 augustus 2018 en toen heeft de levering plaatsgevonden. Het paard was op dat moment in België. Daarom is Nederland niet heffingsbevoegd en is door de inspecteur ten onrechte nageheven.
(Twee beroepen gegrond, één beroep ongegrond.)