Home

Gerechtshof Amsterdam, 19-12-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3593, 23/122

Gerechtshof Amsterdam, 19-12-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3593, 23/122

cassatie ingesteld (rolnr HR: 25/00369)

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19 december 2024
Datum publicatie
31 januari 2025
Annotator
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3593
Zaaknummer
23/122
Relevante informatie
Art. 1 Wet MRB 1994, Art. 37 WvW, Art. 69 Wet MRB 1994

Inhoudsindicatie

Afwijzing BOBOG-verzoek in beroep en hoger beroep. Belanghebbende heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar inkomens- en vermogenspositie ten tijde van de verschuldigdheid van griffierecht, alsmede in de inkomens- en vermogenspositie van haar beherend vennoot en dier bestuurder. Vermindering boete vanwege nieuw standpunt inspecteur. Gemachtigde geen derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent.

Uitspraak

kenmerk 23/122

19 december 2024

uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] C.V., te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: [Persoon 1] )

tegen de uitspraak van 16 december 2022 in de zaak met kenmerk HAA 20/1683 van de rechtbank Noord-Holland (de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

2. de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

De rechtbank heeft als volgt beslist op (i) het beroep van belanghebbende betreffende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting van 16 mei 2019 over het tijdvak 23 maart 2018 tot en met 22 maart 2019 en de daarbij opgelegde verzuimboete en op (ii) haar verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn:

“De rechtbank:

-

verklaart het beroep ongegrond;

-

vernietigt de uitspraak op bezwaar, doch uitsluitend voor zover die betrekking heeft op de verzuimboete;

-

vermindert de verzuimboete tot een bedrag van € 357;

-

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;

-

veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres, vastgesteld op een bedrag van € 105;

-

veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres, vastgesteld op een bedrag van € 1.895; en

-

draagt verweerder en de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden, elk voor een bedrag van € 172,50.”

1.2.

Belanghebbende heeft met een beroepschrift zonder gronden het hoger beroep ingesteld en heeft later de gronden aangevuld. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.3.

Belanghebbende heeft bij brief van 29 maart 2023 een verzoek gedaan tot ontheffing van de verplichting tot betaling van het griffierecht. Dat verzoek heeft de griffier op 6 juni 2023 (voorlopig) afgewezen, op de grond dat de bij het verzoek verstrekte gegevens niet volledig zijn. Daarna heeft belanghebbende het opnieuw geheven griffierecht voldaan.

1.4.

Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend met dagtekening 5 november 2024.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2024, gelijktijdig met dat in de zaken 23/121 en 23/123 tot en met 23/125. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is in het handelsregister ingeschreven als commanditaire vennootschap. Zij heeft één parttime (0,4 fte) werknemer in dienst in de persoon van [Persoon 1] (hierna ook: [Persoon 1] ) en verricht sinds 2006 geen economische activiteiten meer. Haar beherend vennoot is [Stichting] , wier enig bestuurder [Persoon 1] is.

2.2.

Op 22 maart 2019 om 13:15 uur heeft een ambtenaar van de Belastingdienst, de heer [Persoon 2] (controleur), geconstateerd dat een vrachtauto zonder kentekenplaten stond geparkeerd aan de [Straat] te [Plaats] . De controleur heeft verklaard dat hij de vrachtauto mede aan de hand van het chassisnummer heeft geïdentificeerd als de DAF [type] waarbij het kenteken [# 2] hoort. Een foto van een chassisnummer behoort tot de stukken van het geding, evenals diverse andere foto’s van een DAF-vrachtauto zonder kenteken, maar met de naam van belanghebbende daarop, op een parkeerplaats. Ten tijde van de constatering stond de vrachtwagen met voornoemd kenteken geregistreerd als zijnde opgenomen in de bedrijfsvoorraad van belanghebbende.

2.3.

Vanwege de in 2.2 bedoelde constatering heeft de inspecteur de onderwerpelijke naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting vastgesteld tot een bedrag van € 420 en heeft hij daarbij een verzuimboete opgelegd tot eenzelfde bedrag.

2.4.

In verband met het door hem op 31 januari 2020 namens belanghebbende ingestelde beroep heeft [Persoon 1] onder meer een nietgewaarmerkt afschrift van een uittreksel uit het handelsregister ingediend bij de rechtbank. Op dat afschrift is vermeld dat de gegevens zijn vervaardigd op 21 oktober 2019 (02:44 uur).

2.5.

Naar aanleiding van een verzoek om nadere informatie van de griffier van het Hof in verband met het verzoek tot ontheffing van de verschuldigdheid van het griffierecht vanwege betalingsonmacht, heeft belanghebbende een loonstrook overgelegd van [Persoon 1] over de periode van 30 januari 2023 tot en met 26 februari 2023. In de loonstrook is belanghebbende vermeld als werkgever en staat een bedrag aan netto loon van € 794,48.

3 Geschil in hoger beroep

4 De overwegingen van de rechtbank

5 Beoordeling

6 Kosten

7 Beslissing