Home

Gerechtshof Den Haag, 07-11-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2286, BK-23/715

Gerechtshof Den Haag, 07-11-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2286, BK-23/715

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
7 november 2024
Datum publicatie
19 december 2024
Annotator
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2286
Zaaknummer
BK-23/715
Relevante informatie
Art. 6:6 Awb, Art. 8:24 Awb

Inhoudsindicatie

Artikel 8:24, lid 2, Awb: bevoegdheid gemachtigde; doorlopende machtiging; geen recente machtiging overgelegd in beroep; de Rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-23/715

in het geding tussen:

(feitelijk indiener hoger beroep: [A] ; hierna: [A] )

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (de Rechtbank) van 26 juni 20243, nummer ROT 22/1372.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (de Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] te [woonplaats] (de woning), voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 117.000 (de beschikking). Met de beschikking zijn betreffende de woning in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan belanghebbende voor het jaar 2021 opgelegde aanslag in de onroerende zaakbelastingen (de aanslag) en de aanslag in de rioolheffing van de gemeente Rotterdam.

1.2.

De Heffingsambtenaar heeft het tegen de beschikking en aanslag gemaakte bezwaar afgewezen.

1.3.

[A] heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 50. De Rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

1.4.

[A] heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 136. De Heffingsambtenaar heeft een nader stuk met het opschrift ‘verweerschrift’ ingediend.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 3 oktober 2024. [A] en de Heffingsambtenaar zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

De in de onderhavige procedure door [A] overgelegde machtiging vermeldt onder meer:

“De ondergetekende:

Naam: [belanghebbende]

Adres: […]

Postcode: […]

hierna te noemen: "volmachtgever"

Verleent hierbij volmacht aan:

Oordeel van de Rechtbank

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Proceskosten

Beslissing