Home

Gerechtshof Den Haag, 12-12-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2607, BK-23/722

Gerechtshof Den Haag, 12-12-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2607, BK-23/722

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12 december 2024
Datum publicatie
25 februari 2025
Annotator
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2607
Formele relaties
Zaaknummer
BK-23/722
Relevante informatie
Art. 69 Wet MRB 1994

Inhoudsindicatie

Artikel 69 Wet MRB. De Inspecteur mag op grond van artikel 69 Wet MRB twee naheffingsaanslagen opleggen omdat met betrekking tot twee verschillende voertuigen op dezelfde kalenderdag een overtreding is begaan.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-23/722

in het geding tussen:

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 26 juni 2023, nummer SGR 22/7292.

Procesverloop

1.1.

Belanghebbende zijn twee naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete opgelegd.

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur het bezwaar afgewezen.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Ter zake daarvan is een griffierecht van € 50 geheven. De beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:

“De rechtbank:

- verklaart het beroep met zaaknummer SGR 22/7291 ongegrond:

- verklaart het beroep met zaaknummer SGR 22/7292 gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot aanslagvolgnummer [aanslagnummer] en

vernietigt de naheffingsaanslag met aanslagvolgnummer [aanslagnummer] ;

- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.”

1.4.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft geen verweerschrift ingediend. De Inspecteur heeft voorts medegedeeld dat hij de verzuimboete ambtshalve heeft verminderd tot 50% van de nageheven belasting, conform het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst per 1 juli 2023.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 21 november 2024. Belanghebbende is fysiek verschenen. Als gevolg van een misverstand aan de zijde van het Hof heeft de Inspecteur per telefoon deelgenomen aan de zitting. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2. Belanghebbende is vanaf 22 januari 2019 houder van een handelaarskenteken met kenteken [kenteken 1] . In de bedrijfsvoorraad van belanghebbendes onderneming zijn vanaf 16 oktober 2019 een Fiat Panda met het kenteken [kenteken 2] (auto 1) en een Volkswagen Polo met het kenteken [kenteken 3] (auto 2) opgenomen. Op 26 mei 2022 is met beide auto's gebruik gemaakt van de openbare weg zonder dat de handelaarskentekenplaten over de originele kentekenplaten waren aangebracht. Naar aanleiding van deze constateringen zijn de naheffingsaanslagen en de verzuimboete opgelegd.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangemerkt als eiser en de Inspecteur als verweerder:

De naheffingsaanslagen

3. Bij de zogenoemde handelaarsregeling van de Wet op de motorrijtuigenbelasting

1994 (Wet Mrb) wordt de motorrijtuigenbelasting geheven voor het opgegeven

handelaarskenteken. [1] Voor de handelaarsregeling gelden voorwaarden [2] (de voorwaarden).

Een van die voorwaarden is dat bij het gebruik van een auto die tot de bedrijfsvoorraad

behoort, het handelaarskenteken moet worden gebruikt [3] en dat de handelaarskentekenplaten

op de daartoe bestemde plaats zijn aangebracht aan de voor- en de achterkant van de auto. [4]

Als niet aan de voorwaarden van de handelaarsregeling wordt voldaan kan de

motorrijtuigenbelasting voor de desbetreffende auto worden nageheven over een tijdsduur

van twaalf maanden waarbij als laatste dag geldt de dag waarvan wordt geconstateerd dat op

die dag niet wordt voldaan aan de voorwaarden. [5] Verweerder heeft de naheffingsaanslagen

daarom in beginsel kunnen en mogen opleggen over het tijdvak 27 mei 2021 tot en met 26

mei 2022.

4. Gezien het feit dat in artikel 69. tweede lid Wet Mrb wordt gesproken over "dat op

die dag niet wordt voldaan aan de (...) voorwaarden” kan naar het oordeel van de rechtbank

slechts één naheffingsaanslag worden opgelegd, ook wanneer er op die dag meerdere keren

wordt vastgesteld dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden.[6] Niet in geschil is dat in

onderhavig geval beide waarnemingen zeer kort na elkaar op dezelfde dag hebben

plaatsgevonden. Verweerder heeft dan ook ten onrechte twee naheffingsaanslagen opgelegd.

Dat de waarnemingen betrekking hebben op twee verschillende voertuigen, maakt dat niet

anders. De belasting wordt immers niet nageheven ter zake van het gebruik van de weg

maar ter zake van het niet nakomen van de voorwaarden die aan de handelaarsregeling zijn

verbonden.

De verzuimboete

5. Verweerder kan vanwege het gebruik van de weg met een auto uit een

bedrijfsvoorraad waarbij niet is voldaan aan de voorwaarden, een verzuimboete opleggen

van maximaal 100%. [7] Wanneer eiser geen enkel verwijt kan worden gemaakt dat hij de

verschuldigde belasting niet heeft betaald en dus sprake is van afwezigheid van alle schuld,

wordt de verzuimboete niet opgelegd. [8]

6. Eiser heeft verzocht de handelaarsregeling te mogen toepassen en heeft daarom het

handelaarskenteken gekregen. Hij had dan ook zonder meer op de hoogte kunnen en moeten

zijn van de daaraan gestelde voorwaarden. Van afwezigheid van alle schuld is dan ook geen

sprake. Eiser heeft met zijn stelling dat de handelwijze van verweerder tot gevolg heeft dat

mensen verder in de schulden worden gewerkt, niet aannemelijk gemaakt dat vanwege zijn

financiële omstandigheden de verzuimboete zou moeten worden verminderd. Andere

omstandigheden die reden zouden kunnen zijn om de verzuimboete te matigen, zijn niet

gebleken. De rechtbank acht de boete daarmee passend en geboden.

7. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep met zaaknummer SGR 22/7291

ongegrond verklaard en het beroep met zaaknummer SGR 22/7292 gegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat geen kosten

zijn gesteld die voor vergoeding in aanmerking komen..

11. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep gegrond verklaard.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat sprake is van

een ambtshalve verlaging van de boete.

(…)

1. Artikel I, tweede lid. van de Wet Mrb.

2 Artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 in samenhang met artikel 3 van het

Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.

3 Artikel 37. derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 44, vierde lid, van het

Kentekenreglement.

4 Artikel 7, eerste lid, van de Regeling kentekens en kentekenplaten.

5 Artikel 69 Wet Mrb.

6 Vergelijk Hoge Raad 17 februari 2006, ECL1:NL:HR:2OO6:AVI7I7.

7 Artikel 70 en 69 van de Wet Mrb in samenhang met artikel 67c van de Algemene wet inzake

rijksbelastingen en paragraaf 34 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.

8 Paragraaf 4 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.”

Geschil in hoger beroep en conclusie

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing