Home

Gerechtshof 's-Gravenhage, 08-04-2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:5677, BK-10/00035

Gerechtshof 's-Gravenhage, 08-04-2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:5677, BK-10/00035

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak
8 april 2011
Datum publicatie
14 juli 2022
ECLI
ECLI:NL:GHSGR:2011:5677
Formele relaties
Zaaknummer
BK-10/00035

Inhoudsindicatie

Artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964. Belanghebbende is een besloten vennootschap. Een vereniging houdt alle aandelen in het kapitaal van belanghebbende. A en zijn echtgenote komen 100 van het totaal van 103 stemmen in de ledenvergadering van de vereniging toe. A verricht arbeid ten behoeve van belanghebbende. Het Hof oordeelt dat A met zijn echtgenote direct dan wel indirect, dat wil zeggen via de Vereniging, een aanmerkelijk belang in belanghebbende heeft en dat de gebruikelijkloonregeling op hem van toepassing is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

nummer BK-10/00035

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer van 8 april 2011

in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V. te [Z] , hierna: belanghebbende,

en

de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst Randmeren (kantoor Apeldoorn), hierna: de Inspecteur,

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 december 2009, nummer AWB 07/8343 LB/PVV, betreffende na te melden naheffingsaanslag.

Naheffingsaanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1.

Aan belanghebbende is over het tijdvak van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag in de loonbelasting en de premie volksverzekeringen van € 33.730 opgelegd.

1.2.

De Inspecteur heeft bij uitspraak op het door belanghebbende tegen de naheffing gemaakte bezwaar de naheffingsaanslag verminderd tot € 2.225.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 285.

1.4.

Bij de in de aanhef vermelde uitspraak heeft de rechtbank de uitspraak op bezwaar vernietigd, de rechtsgevolgen ervan in stand gelaten en de Inspecteur gelast de door belanghebbende gemaakte kosten van bezwaar en beroep ten bedrage van € 1.127 en het betaalde griffierecht van € 285 aan belanghebbende te vergoeden.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1.

Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 447.

2.2.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.3.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 25 februari 2011, gehouden te ’s-Gravenhage. Daar zijn partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is in hoger beroep, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1.

Belanghebbende is opgericht op 8 november 2000. De ondernemingsactiviteiten van belanghebbende bestaan onder meer in de uitoefening van een dienstverlenend bedrijf, met name gericht op advisering, psychologische testen, studiebegeleiding en bedrijfsconsultancy, zulks ten behoeve van onder andere individuele klanten, scholen voor basis- en middelbaar onderwijs, onderzoeks- en opleidingsinstituten en de overheid.

3.2.

Belanghebbende is opgericht door de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging [naam vereniging] (hierna: de Vereniging). De Vereniging houdt alle aandelen in het kapitaal van belanghebbende. Blijkens artikel 2 van haar Statuten heeft de Vereniging ten doel: "het bevorderen van de onderlinge band tussen de leden van de vereniging mede gericht op een verhoging van de kennis van de leden met betrekking tot de effectiviteit en efficiency van menselijke processen in een generieke omgeving en voorts het verhogen van het persoonlijk en maatschappelijk welzijn van de leden, en al hetgeen daarmede rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords."

3.3.

De Vereniging kent zogenoemde A-leden en B-leden. A-leden kunnen bij de algemene ledenvergadering 50 stemmen uitbrengen, B-leden kunnen 1 stem uitbrengen. Uit het register van ultimo 2004 blijkt dat de Vereniging toen de volgende leden kende:

A-leden:

- [A] (hierna: [A] )

- [B] (de echtgenote van [A] )

B-leden:

- [C]

- [D]

- [E]

Aan [A] en zijn echtgenote gezamenlijk komen volgens artikel 14 van de Statuten 100 van het totaal van 103 stemmen toe. De A-leden van de Vereniging hebben - via de Vereniging - ieder 25% en de B-leden ieder circa 13% van het startkapitaal van belanghebbende ter beschikking gesteld. [A] en zijn echtgenote zijn beiden bestuurder van de Vereniging.

3.4.

Artikel 8 van de Statuten luidt, voor zover van belang, als volgt:

"3. De bestuursleden worden benoemd door de algemene ledenvergadering.

(...)

5. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een besluit van de algemene ledenvergadering, genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte van de uitgebrachte stemmen.

6. Indien geen voordracht is opgemaakt of indien aan alle voordrachten het bindend karakter is ontnomen, is de algemene ledenvergadering vrij in haar keuze.

(...)

8. De bestuursleden kunnen te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden geschorst en ontslagen, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte van de uitgebrachte stemmen."

3.5.

Artikel 10 van de Statuten luidt, voor zover van belang, als volgt:

"1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging.

2. Het bestuur is – na vooraf verkregen schriftelijke goedkeuring van de algemene ledenvergadering – ook bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen."

3.6.

Artikel 16 van de Statuten bepaalt, voor zover van belang, het volgende:

"1. Een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte van de stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin een zodanig aantal leden van de vereniging aanwezig of vertegenwoordigd is, als bevoegd is tot het uitbrengen van tenminste de helft van het totaal aantal stemmen, is vereist voor besluiten strekkende tot wijziging van de statuten van de vereniging of tot ontbinding van de vereniging.

(...)

5. Ieder lid ontvangt uit het liquidatiesaldo van de vereniging zo mogelijk het door hem gestorte en nog niet terugontvangen entreegeld. Mocht het liquidatiesaldo daartoe niet toereikend zijn, dan vindt een zodanige verdeling plaats, dat ieder lid een zelfde percentage van bedoeld entreegeld ontvangt. Indien na uitkering van de entreegelden nog een saldo resteert zal dit ponds-ponds gewijze tussen de leden worden verdeeld."

3.7.

Belanghebbende heeft in de jaren 2002, 2003 en 2004 dividend uitgekeerd aan de Vereniging. Ter zitting in eerste aanleg heeft belanghebbende verklaard dat in totaal € 7.500 à € 8.000 dividend is uitgekeerd en dat dit bedrag nagenoeg geheel is besteed aan studie- en cultuurreizen van de leden naar onder meer Duitsland om daar het schoolsysteem te bestuderen. Nu staat nog ongeveer € 1.500 op de bankrekening van de Vereniging.

3.8.

Een groot deel van de inkomsten van belanghebbende wordt gegenereerd uit overeenkomsten die zijn gesloten met [organisatie] waarbij de arbeid van [A] aan [organisatie] beschikbaar is gesteld. Voor het jaar 2004 heeft belanghebbende ter zake daarvan een bedrag van € 51.835, inclusief btw, van [organisatie] ontvangen. Per 1 juli 2004 is [A] bij [organisatie] in dienst getreden.

3.9.

Op basis van de uitkomsten van een boekenonderzoek, ingesteld op 18 juni 2005, heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat [A] en zijn echtgenote gezamenlijk via hun stemrecht in de Vereniging de volledige zeggenschap in de algemene ledenvergadering hebben en dat daarmee ook het volledige economische belang in belanghebbende aan hen toekomt. Hij heeft op basis daarvan geconcludeerd dat [A] en zijn echtgenote een onmiddellijk aanmerkelijk belang hebben in belanghebbende. Omdat [A] tevens arbeid verricht ten behoeve van belanghebbende, is de Inspecteur van mening dat het bepaalde in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) op hem van toepassing is.

Het oordeel van de rechtbank

Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen

Conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing