Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-06-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2150, BKDH-21/00825 t/m BKDH-21/00828

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14-06-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2150, BKDH-21/00825 t/m BKDH-21/00828

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14 juni 2022
Datum publicatie
4 juli 2022
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:2150
Formele relaties
Zaaknummer
BKDH-21/00825 t/m BKDH-21/00828

Inhoudsindicatie

Aanslagen IB/PVV 2014 en 2015; artikel 8, lid 1, AWR, vereiste aangifte; omkering en verzwaring van de bewijslast; inkomsten uit mensensmokkel; redelijke schatting; strafrechtelijke ontnemingsprocedure; artikel 3.14, lid 3, letter a, Wet IB 2001; vergrijpboetes.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH

Zittingsplaats Den Haag

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BKDH-21/00825 tot en met BKDH-21/00828

Uitspraak van 14 juni 2022

in het geding tussen:

[X] te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: J.H. Sligchers)

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 juli 2021, nummers BRE 18/6426 tot en met BRE 18/6429.

Procesverloop

1.1.1. Belanghebbende is voor het jaar 2014 een aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 111.884. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 5.013 aan belastingrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete opgelegd van € 24.830.

1.1.2. Belanghebbende is voor het jaar 2014 een aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd naar een bijdrage-inkomen van € 109.175. Aangezien het maximum bijdrage-inkomen voor 2014 € 51.414 bedraagt en over € 2.709 reeds een bijdrage Zvw is geheven, is de bijdrage Zvw uiteindelijk berekend over € 48.705. Bij gelijktijdig gegeven beschikking is € 267 aan belastingrente in rekening gebracht.

1.2.1. Belanghebbende is voor het jaar 2015 een aanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 72.783. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 1.849 aan belastingrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete opgelegd van € 14.177.

1.2.2. Belanghebbende is voor het jaar 2015 een aanslag Zvw opgelegd naar een maximaal bijdrage-inkomen van € 51.976. Bij gelijktijdig gegeven beschikking is € 164 aan belastingrente in rekening gebracht.

1.3. Bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur het bezwaar afgewezen.

1.4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. De Rechtbank heeft een griffierecht geheven van € 46. De beslissing van de Rechtbank luidt:

“De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die ziet op de boetebeschikkingen;

- vermindert de boetebeschikking 2014 tot € 16.884;

- vermindert de boetebeschikking 2015 tot € 9.640;

- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de immateriële schade van € 210,53;

- veroordeelt de minister tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.789,47;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.761;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 46 aan hem vergoedt.”

1.5. Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 134. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6. In de Tijdelijke aanwijzing gerechtshof Den Haag voor hoger beroepszaken rijksbelastingen van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (Stcrt. 2021, 9365) is het gerechtshof Den Haag aangewezen als gerechtshof waarvan de zittingsplaats tijdelijk mede wordt aangemerkt als zittingsplaats van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Op grond van voornoemde regeling heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in Den Haag op 3 mei 2022. Partijen zijn verschenen. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1. Belanghebbende is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om aangifte IB/PVV te doen voor de jaren 2014 en 2015. Belanghebbende heeft voor beide jaren geen aangifte gedaan.

2.2. Naar aanleiding van een proces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen is op 19 september 2014 een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar belanghebbende. Er bestond een verdenking dat belanghebbende zich schuldig maakte aan mensensmokkel.

2.3. De bevindingen van het strafrechtelijk onderzoek zijn onder meer neergelegd in een “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e, 2e lid Sr” (het rapport WVV), opgesteld door de Koninklijke Marchaussee. Het rapport WVV vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

“Uit het onderzoek [onderzoek 1] bleek dat bij deze smokkels de verdachte [belanghebbende] een prominente rol had in de smokkels vanuit Italië, Hongarije en Oostenrijk. Met name uit de afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken bleek dat de verdachte [belanghebbende] telefonisch zaken regelde met betrekking tot de smokkels. Een groot aantal telefoongesprekken gingen met name over de (verdere) smokkel van personen van Syrische afkomst naar Europese landen. Voor deze smokkels benaderde hij in de beginperiode personen in Nederland om tegen betaling naar Italië, Oostenrijk of Hongarije te rijden om deze gesmokkelden op te halen en naar hun eindbestemming te brengen. Later maakte [belanghebbende] gebruik van "regelaars" die het transport en chauffeurs regelden. Deze personen kwamen tijdens het onderzoek ook naar voren in de afgeluisterde telefoongesprekken

(…)

Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte [belanghebbende] zal per feit berekend worden wat het voordeel van de verdachte [belanghebbende] is geweest. Deze feiten zijn reeds uitgebreid gerelateerd in het strafdossier [onderzoek 1] .

5.1.1 Uitgangspunten berekening wederrechtelijk verkregen voordeel

Mensensmokkel

Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebruik gemaakt van onder andere afgeluisterde en opgenomen telefoongesprekken, afgelegde verklaringen, politie-informatie en overige bevindingen met betrekking tot inkomsten en uitgaven.

Eveneens zijn in de berekening meegenomen de eventuele kosten die de verdachte [belanghebbende] heeft gehad.

Periode berekening wederrechtelijk verkregen voordeel:

De datum van 01-04-2014 zal in de berekening gebruikt worden als beginperiode van het smokkelen van personen:

Deze datum komt voort uit het feit dat er in 2014 informatie was (o.a. afgeluisterde telefoongesprekken) er smokkels waren gepleegd waarvan het vermoeden bestaat dat de verdachte [belanghebbende] deze regelde en het onderzoek [onderzoek 2] ook opgestart is in 2014.

De datum van 11-09-2015 zal in de berekening gebruikt worden als eindperiode zijnde de datum van aanhouding van de verdachte [belanghebbende].

Betalingen gesmokkelden

Uit onderzoek is vast komen te staan dat verdachte [belanghebbende] personen vanuit Italië, Hongarije en Oostenrijk naar overige West-Europese landen smokkelde.

De bedragen die de gesmokkelden dienden te betalen varieerden per land.

Smokkels vanuit Italië:

Vanuit Italië naar Duitsland of een ander West-Europees land betaalden de klanten (gesmokkelden) afhankelijk van de plek waar ze naar toe gebracht wilden worden een geldbedrag van 500 euro tot 700 euro per persoon afhankelijk van de plaats van bestemming.

Smokkels vanuit Oostenrijk (Wenen) en Hongarije (Boedapest):

Vanuit Oostenrijk en Hongarije betaalden de klanten (gesmokkelden) tussen de 400 en 1200 euro afhankelijk van of ze naar Nederland, België, Duitsland en of Denemarken wilden reizen. Ook was de periode van smokkelen van belang. In de beginperiode waren de prijzen lager dan aan het einde van de periode.

Resume:

Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden de navolgende betalingen per persoon gehanteerd:

Landen

Euro per persoon

Gemiddeld bedrag WVV

Italie

500 en 700 euro

600 euro per persoon

Oostenrijk / Hongarije

400 en 1200 euro

800 euro per persoon

Aantal gesmokkelde personen:

Uit het onderzoek [onderzoek 1] is vastgesteld dat een groot aantal smokkels hebben plaatsgevonden vanuit bovengenoemde landen. Deze smokkels vonden plaats met gebruikmaking van personenauto’s en zogenoemde mini-busjes geschikt voor het vervoer van 8 personen. Omdat niet vast te stellen is bij elke smokkel die plaats heeft gevonden of er gebruik is gemaakt van een personenauto of een zogenoemd mini-busje is voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel een gemiddelde genomen

van het aantal personen per smokkel gedurende de onderzoeksperiode.

Vast is komen te staan dat in een personenauto minimaal 3 gesmokkelden vervoerd werden.

(Uit diverse zaakdossiers en afgeluisterde telefoongesprekken bleek dat er in meerdere smokkels ook meer dan 3 personen in een personenauto zaten)

Vast is komen te staan dat in een mini-bus minimaal 7 gesmokkelden vervoerd werden.

(Uit diverse zaakdossiers en afgeluisterde telefoongesprekken bleek dat er geregeld meer dan 7 personen gesmokkeld werden met name als er kinderen bij aanwezig waren)

Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte [belanghebbende] wordt per smokkel uitgegaan van een gemiddelde van 5 personen per smokkel.

Uit afgeluisterde telefoongesprekken en verklaringen van verdachten is naar voren gekomen dat er evenredig met zowel mini-busjes als met personenauto's personen gesmokkeld werden.

Resume:

Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden de navolgende betalingen per smokkel gehanteerd:

Land(en)

Euro per smokkel

Totaal WVV

Italie

5x 600 euro

3000 euro per smokkel

Oostenrijk / Hongarije

5x 800 euro

4000 euro per smokkel

Kosten:

Uit het onderzoek [onderzoek 1] blijkt dat de verdachte [belanghebbende] ook kosten had met het smokkelen van de personen. Dit waren onder andere de kosten voor de chauffeurs, het transport en transportmiddel. Verder had hij kosten voor de persoon die er voor zorgde dat de personen ingeladen werden in de auto’s die gestuurd werden.

Inladen gesmokkelden vertreklocatie ("INLADER"):

Uit de opgemaakte zaakdossiers in het onderzoek [onderzoek 1] blijkt dat medeverdachte [A] voor het inladen van de auto's op de locatie (Italië, Hongarije) de navolgende vergoedingen ontving:

€ 250,00 tot € 300,00 voor het inladen van een grote bus (mini-bus) (gemiddeld € 275,00)

€ 150,00 voor het inladen van een personenauto (gemiddeld € 150,00)

Voor de berekening van de kosten van de verdachte [belanghebbende] aan de medeverdachte [A] zal het gemiddelde bedrag per smokkel gehanteerd worden. Dit betreft een bedrag van € 212,50 per smokkel.

(€ 275,00 + € 150,00 :2 = € 212,50)

Deze kosten zuilen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden meegenomen.

(…)

5.2

Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel:

Naar aanleiding van de feiten en omstandigheden genoemd in het einddossier van het onderzoek [onderzoek 1] , de telefoongesprekken, de verklaringen van verdachte(n) / getuige(n), ontvangen en verzonden moneytransfers, de legale inkomsten en overige bevindingen is het zeer aannemelijk dat verdachte [belanghebbende] wederrechtelijk voordeel heeft gehad van mensensmokkel.

Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van het aantal gesmokkelde personen, de verdiensten van [belanghebbende] minus zijn gemaakte kosten over een periode van: 01-01-2014 tot 11-09-2015

Bovengenoemde periode wordt verdeeld in twee hoofdstukken. De periode dat hij smokkelde vanuit Italie en de periode dat hij smokkelde vanuit Oostenrijk/Hongarije.

PERIODE ITALIË

In de periode dat verdachte [belanghebbende] personen smokkelde vanuit Italië maakte hij gebruik van een aantal ronselaars die de voertuigen voor de verdachte [belanghebbende] op de locatie in Italië deden inladen.

Gedurende het onderzoek zijn twee van deze zogenoemde ronselaars gehoord en tevens zijn over deze periode een groot aantal telefoongesprekken tussen de diverse verdachten opgenomen en weergegeven.

De navolgende ronselaars werden tijdens het onderzoek [onderzoek 1] gehoord en hebben over het aantal smokkels vanuit Italië het navolgende verklaard:

[A]

Totaal: 33 auto's.

Kosten inlader / ronselaar:

Dit betreft een bedrag van 33 x 212,50 = totaal € 7012.50

Kosten chauffeur:

Kosten regelaar:

[C]

[E]

Totaal: 56 auto's.

Kosten inlader / ronselaar:

Dit betreft een bedrag van 56 x 212,50 = totaal € 11.900.00

Kosten chauffeur:

Kosten regelaar: