Home

Hoge Raad, 26-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:115, 19/02970

Hoge Raad, 26-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:115, 19/02970

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 januari 2021
Datum publicatie
26 januari 2021
Annotator
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:115
Formele relaties
Zaaknummer
19/02970

Inhoudsindicatie

Medeplegen mensenhandel door vanuit Duitsland vrouw naar Nederland/België mee te nemen met het oogmerk haar seksuele handelingen tegen betaling te laten verrichten, art. 273f.1.3 Sr. 1. Is sprake van uitbuiting? 2. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m. niet geven van cautie. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02976.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02970

Datum 26 januari 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2019, nummer 20-002462-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2021.