Rechtbank Midden-Nederland, 15-04-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2930, AWB - 20 _ 2161
Rechtbank Midden-Nederland, 15-04-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2930, AWB - 20 _ 2161
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 15 april 2021
- Datum publicatie
- 5 december 2022
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2930
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2022:5099, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- AWB - 20 _ 2161
Inhoudsindicatie
WOZ objectafbakening - kantoorgebouw dat wordt omgezet naar appartementen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2161, 20/2163 t/m 20/2170, 20/2172 t/m 20/2176, 20/2178 t/m 20/2187, 20/2189 t/m 20/2202, 20/2204 t/m 20/2212, 20/2214 t/m 20/2259, 20/2261 t/m 20/2291
rectificatie 20-05-2021, pagina 1 tot en met 5
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,
(gemachtigde: M. van Campenhout RT RDMW),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: R. Janmaat).
1. Inleiding
Eiseres is eigenaar van het pand gelegen aan [adres] te [plaats] .
Dit pand was in gebruik als kantoorpand en wordt/is omgebouwd tot 124 appartementen met de adressen [adres] tot en met [nummer] . Verweerder heeft in een samengestelde beschikking van 28 februari 2019 een aanslag OZB voor het belastingjaar 2019 opgelegd voor onder meer de objecten [adres] tot en met [nummer] , gebaseerd op naar de waardepeildatum 1 januari 2018 per afzonderlijk appartement vastgestelde WOZ-waardes.
Eiser heeft tegen die beschikking bezwaar gemaakt omdat zij meent dat de Woz-waardes van de appartementen te laag is vastgesteld en moet worden verhoogd. Het bezwaar zag aanvankelijk op de wijze van berekening van de grondwaarde en de objectafbakening van de appartementen in aanbouw als zelfstandige objecten. Op 2 oktober 2019 heeft eiseres per e-mail het bezwaar tegen de objectafbakening ingetrokken.
In de uitspraak op bezwaar van 30 april 2020 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag voor de appartementen in aanbouw [adres] tot en met [nummer] vernietigd. Reden daarvoor is dat volgens verweerder de objecten in aanbouw ten onrechte zijn aangemerkt als zelfstandige gedeelten en niet als een samenstel.
Eiseres heeft op 3 juni 2020 beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak.
Op 30 juni 2020 heeft verweerder nieuwe WOZ-beschikkingen en OZB-aanslagen voor het object [adres] (overgang naar woonruimten) te [plaats] voor het belastingjaar 2019 gegeven. De WOZ-waarde is daarbij voor het belastingjaar 2019 bepaald op € 17.665.000. Ook tegen deze beschikking heeft eiseres bezwaar gemaakt.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend, waarop eiseres op 30 december
2020 nog heeft gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden via Skype-verbinding op 14 januari 2021. Eiseres is vertegenwoordigd door [A] , die is bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.