Home

Rechtbank Noord-Holland, 24-01-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:574, HAA - 21/390

Rechtbank Noord-Holland, 24-01-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:574, HAA - 21/390

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 januari 2022
Datum publicatie
1 februari 2022
Annotator
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:574
Zaaknummer
HAA - 21/390

Inhoudsindicatie

Eiseres is werkzaam als gastouder en oefent haar werkzaamheden uit in haar woning. In geschil is of de kosten in verband met het resultaat uit overige werkzaamheden tot de juiste bedragen in aanmerking zijn genomen. Zij wijst in dit kader op een onkostenspecificatie die zij van het gastouderbureau heeft ontvangen. Het betreft onder andere kosten van slijtage meubilair, elektriciteit, verwarming, water en schoonmaak. De kosten die eiseres heeft gemaakt in de uitoefening van haar werkzaamheden als gastouder voor de extra slijtage van het meubilair, elektriciteit, verwarming, waterverbruik en schoonmaak vallen onder de aftrekbeperking van artikel 3.16, eerste lid, in samenhang met artikel 3.95 van de Wet IB 2001. De uitdrukking ‘verband houden met’ moet ruim worden uitgelegd.

Uitspraak

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 21/390 en HAA 21/391

(gemachtigde: mr. I.J. Janssens),

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2016 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 46.803. Daarbij is belastingrente in rekening gebracht ten bedrage van € 479.

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2016 een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) opgelegd, berekend naar een maximum bijdrage-inkomen van € 52.763. Daarbij is belastingrente in rekening gebracht ten bedrage van € 53.

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2016 een navorderingsaanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 48.369. Daarbij is belastingrente in rekening gebracht ten bedrage van € 14.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de hiervoor genoemde aanslagen.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag ib/pvv 2016 vastgesteld tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 46.869.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag Zvw 2016 verminderd tot een aanslag berekend naar een bijdrage-inkomen van € 51.303.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag ib/pvv 2016 verminderd tot een bedrag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 46.869. De beschikkingen belastingrente zijn dienovereenkomstig verminderd.

Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2021 te Haarlem.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres woont tezamen met haar echtgenoot de heer [naam 3] in een woning aan de [de woning] (hierna: de woning).

2. Gedurende het jaar 2016 is eiseres werkzaam als gastouder en oefent haar werkzaamheden uit in de woning. Voor de opvang van de kinderen zijn overeenkomsten gesloten tussen de vraagouders en eiseres. De vraagouders en eiseres zijn door bemiddeling van gastouderbureau [naam 4] (hierna: [naam 4] ) met elkaar gekoppeld.

3. Eiseres heeft gedurende het jaar 2016 twee vraagouders, te weten haar twee dochters, en heeft in 2016 de opvang van haar zes kleinkinderen verzorgd.

4. Eiseres is bij brief van 28 februari 2017 uitgenodigd om aangifte ib/pvv 2016 te doen vóór 1 mei 2017. Verweerder heeft, na een verzoek van eiseres, aan eiseres uitstel verleend tot 1 september 2017 voor het indienen van haar aangifte ib/pvv 2016.

5.
Eiseres heeft op 31 augustus 2017 haar aangifte ib/pvv 2016 ingediend en in verband met haar werkzaamheden als gastouder een resultaat uit overige werkzaamheden aangegeven ten bedrage van € 49.761. Eiseres heeft daarbij aftrekbare kosten in aanmerking genomen ten bedrage van € 11.396. Het belastbare inkomen uit werk en woning bedraagt volgens de aangifte ib/pvv 2016 € 32.265.

6. Met dagtekening 25 januari 2019 heeft verweerder aan eiseres voor het jaar 2016 de aanslag ib/pvv opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 46.803. Verweerder heeft daarbij het resultaat uit overige werkzaamheden vastgesteld op een bedrag van € 56.844 en de voor aftrek in aanmerking komende kosten vastgesteld op € 4.041.

7. Met dagtekening 16 februari 2019 heeft verweerder aan eiseres voor het jaar 2016 de navorderingsaanslag ib/pvv 2016 opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 48.369.

8. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag ib/pvv 2016 vastgesteld op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 46.869. Hierbij zijn de aftrekbare kosten bij het resultaat uit overige werkzaamheden vastgesteld op € 5.541 en is een bedrag van € 1.566 aan loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in aanmerking genomen. De vastgestelde kosten bestaan uit: waskosten € 250 (€ 1,05 per wasbeurt), € 155 voor elektriciteit, € 155 voor waterverbruik, € 940 voor voeding en € 4.041 aan vervoerskosten.

9. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de navorderingsaanslag ib/pvv 2016 verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 46.869, conform de uitspraak op bezwaar inzake de aanslag ib/pvv 2016.

10. Tot de gedingstukken behoort een onkostenspecificatie die eiseres van [naam 4] heeft ontvangen.

Geschil 11. In geschil is of de aanslag en de navorderingsaanslag ib/pvv 2016 en de aanslag Zvw 2016 tot de juiste bedragen zijn opgelegd. Meer specifiek is in geschil of de kosten in verband met het resultaat uit overige werkzaamheden tot de juiste bedragen in aanmerking zijn genomen.

Beslissing

Rechtsmiddel