Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-03-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1406, AWB - 19 _ 4144
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-03-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1406, AWB - 19 _ 4144
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 maart 2022
- Datum publicatie
- 5 april 2022
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:1406
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2024:2225, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- AWB - 19 _ 4144
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting. Artikel 27e AWR. Artikel 2.17 Wet IB 2001. Aan belanghebbende zijn belastingaanslagen over de jaren 2008 tot en met 2013 opgelegd waarbij is afgeweken van de aangifte. De correcties hebben betrekking op het Box 3-inkomen, omdat volgens de inspecteur belanghebbende en haar echtgenoot meer vermogen hebben dan zij hebben aangegeven. Uitgaande van een beoordeling op basis van de normale bewijslast komt de rechtbank tot lagere correcties van het Box 3-inkomen dan de inspecteur. Voor de jaren 2008, 2009, 2012 en 2013 resteren geen correcties, zodat de navorderingsaanslagen worden vernietigd. Voor de jaren 2010 en 2011 resteren wel correcties, maar die zijn niet zodanig hoog dat geoordeeld kan worden dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Op die beoordeling heeft geen invloed het verzoek om de gezamenlijke rendementsgrondslag van belanghebbende en haar fiscaal partner toe te rekenen aan belanghebbende. De navorderingsaanslagen over die jaren worden verminderd. Daarbij is wel rekening gehouden met het toerekeningsverzoek.
Uitspraak
Belastingrecht, meervoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 19/4144 tot en met 19/4149
uitspraak van 24 maart 2022
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[Persoon C] , wonende te [plaats] ,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
en
Minister van Justitie en Veiligheid,
de Minister.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2008 tot en met 2013 (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd.
De inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de belastingaanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende heeft daartegen op 7 augustus 2019 beroep ingesteld. Ter zake van deze beroepen heeft de griffier van belanghebbende éénmaal een griffierecht geheven van € 47.
De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) heeft op verzoek van de inspecteur 23 verhuisdozen met ordners naar de rechtbank gebracht. Deze ordners bevatten stukken uit een strafrechtelijk onderzoek. De inspecteur heeft twee andere ordners ingebracht met stukken uit dat onderzoek die, volgens de inspecteur, voor de fiscale procedures van belang zijn.
Op 10 februari 2020 heeft een regiezitting plaatsgevonden met als doel, onder andere, het bespreken van een (praktische) werkwijze voor de ingebrachte 23 verhuisdozen met stukken. Een kopie van het proces-verbaal van die regiezitting is op 17 februari 2020 aan partijen toegestuurd. De regiezitting heeft uiteindelijk geleid tot een tussenuitspraak van 20 mei 2020,1 waarbij is beslist dat de stukken in de 23 verhuisdozen buiten beschouwing worden gelaten nu de inspecteur niet aan zijn substantiëringsplicht als omschreven in artikel 8:32a van de Awb heeft voldaan. De stukkenwisseling die in verband met de regiezitting heeft plaatsgevonden, is vermeld in de tussenuitspraak.
Het verdere procesverloop is, voor zover relevant, te kennen uit het volgende:
- -
-
De aanvullende motivering door belanghebbende bij brief van 1 november 2020;
- -
-
De brief van de rechtbank van 20 mei 2021 met een beslissing op het verzoek een getuige te horen;
- -
-
Een nadere reactie op het verweerschrift door belanghebbende bij brief van 26 oktober 2021;
- -
-
Een nadere reactie van belanghebbende van 26 oktober 2021 die ziet op het verweerschrift in de (hiermee samenhangende) zaken van [Persoon A] , welke reactie ook voor de onderhavige zaken is ingebracht;
- -
-
Het overleggen van stukken door de inspecteur op 28 oktober 2021 op verzoek van de rechtbank;
- -
-
Een nadere reactie op het verweerschrift door belanghebbende bij brief van 4 november 2021;
- -
-
De pleitnota van belanghebbende, toegestuurd op 18 november 2021.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2021 te Breda.
Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens belanghebbende, mr. A.M.E. Nuyens, mr. P.J. Draijer en L.A.K. Kroneman (stagiaire), verbonden aan De Bont Advocaten te Breda en namens de inspecteur, [inspecteur] , [inspecteur] en [inspecteur] . Voor het verhandelde ter zitting verwijst de rechtbank naar het proces-verbaal van die zitting waarvan een afschrift tegelijk met een afschrift van deze uitspraak aan partijen is verstuurd. Ter zitting zijn tegelijk met de zaken van de belanghebbende ook (samenhangende) zaken van vijf andere belastingplichtigen behandeld.
Voor elk van de zaken is het onderzoek ter zitting gesloten en een schriftelijke uitspraak aangekondigd binnen twaalf weken.
Bij brief van 7 februari 2022 is gemeld dat het niet gelukt is om uitspraak te doen binnen de aangekondigde termijn en dat wordt gestreefd om binnen zes weken uitspraak te doen.
2 Feiten
Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:
Voor een weergave van de algemene feiten die voor alle gelijktijdig ter zitting behandelde zaken van belang zijn, verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak (hierna: de bijlage).
Nadere feiten betrekking hebbende op belanghebbende
Belanghebbende – in de bijlage aangeduid met [C] – heeft voor de jaren 2008 tot en met 2013 de volgende aangiften IB/PVV van de volgende bedragen gedaan:
- -
-
jaar 2008: een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 54.756 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.889;
- -
-
jaar 2009: een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 55.020 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 141;
- -
-
jaar 2010: een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.303;
- -
-
jaar 2011: voor het jaar 2011 heeft belanghebbende twee keer aangifte IB/PVV gedaan2. De eerste keer heeft belanghebbende aangifte gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 95.033 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 8.000. De tweede keer heeft zij aangifte gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 95.033.
- -
-
jaar 2012: een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.429;
- -
-
jaar 2013: een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.429.
In het kader van het strafrechtelijk onderzoek is een proces-verbaal3 opgesteld met bevindingen ten aanzien van het binnenlands vermogen van belanghebbende en [A] (hierna: proces-verbaal binnenlands vermogen). In dit proces-verbaal is het volgende overzicht opgenomen met de saldi, per 31 december van de jaren 2008 tot en met 2015, van de Nederlandse bankrekeningen die volgens de inspecteur aan belanghebbende en/of [A] toebehoren (hierna: overzicht binnenlands vermogen):
Saldo Bankrekening per 31-12 |
||||||||
Bankrekening |
||||||||
nummer |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
2015 |
[rekeningnummer 1] |
€ 17.299 |
|||||||
[rekeningnummer 2] |
€ 11.604 |
|||||||
[rekeningnummer 3] |
€ 8.544 |
|||||||
[rekeningnummer 4] |
€ 11.563 |
|||||||
[rekeningnummer 5] |
€ 13.753 |
€ 51 |
€ 2.005 |
|||||
[rekeningnummer 6] |
€ 2.999 |
€ 1.205 |
€ 1.038 |
|||||
[rekeningnummer 7] |
€ 964 |
|||||||
[rekeningnummer 8] |
€ 2.950 |
€ 1.156 |
€ 988 |
|||||
[rekeningnummer 9] |
€ 1.099 |
|||||||
[rekeningnummer 10] |
€ 1.066 |
|||||||
[rekeningnummer 11] |
€ 24.010 |
€ 20.513 |
€ 18.330 |
€ 18.551 |
€ 17.717 |
|||
[rekeningnummer 11] |
€ 1.412 |
€ 1.733 |
€ 3.230 |
€ 4.982 |
€ 2.797 |
|||
[rekeningnummer 11] |
€ 151 |
|||||||
[rekeningnummer 12] |
€ 448 |
|||||||
[rekeningnummer 13] |
€ 16.576 |
|||||||
[rekeningnummer 14] |
€ 693 |
|||||||
[rekeningnummer 15] |
€ 793 |
|||||||
[rekeningnummer 16] |
€ 741 |
|||||||
[rekeningnummer 17] |
€ 1.522 |
|||||||
[rekeningnummer 18] |
€ 956 |
|||||||
[rekeningnummer 19] |
€ 3.878 |
€ 5.539 |
€ 1.764 |
€ 2.227 |
€ 6.248 |
€ 4.134 |
€ 3.802 |
€ 2.825 |
[rekeningnummer 20] |
€ 11.332 |
€ 5.762 |
€ 4.837 |
€ 8.430 |
€ 66.162 |
€ 40.640 |
€ 7.959 |
€ 46.387 |
[rekeningnummer 21] |
€ 430 |
€ 221 |
€ 231 |
|||||
[rekeningnummer 22] |
€ 3.427 |
€ 2.956 |
€ 3.001 |
€ 3.047 |
€ 2.599 |
€ 1.736 |
€ 1.757 |
|
[rekeningnummer 23] |
€ 6.776 |
€ 4.452 |
€ 496 |
€ 305 |
€ 1.116 |
€ 390 |
||
[rekeningnummer 24] |
€ 109 |
€ 91 |
||||||
[rekeningnummer 25] |
€ 5.383 |
€ 7.819 |
€ 1.985 |
€ 1.192 |
||||
[rekeningnummer 26] |
€ 868 |
|||||||
[rekeningnummer 26] |
€ 3.736 |
€ 902 |
||||||
[rekeningnummer 27] |
€ 3.097 |
€ 3.098 |
€ 3.098 |
€ 3.099 |
€ 3.100 |
€ 3.025 |
€ 3.026 |
|
[rekeningnummer 28] |
€ 845 |
|||||||
Totaal |
€ 37.577 |
€ 38.290 |
€ 88.727 |
€ 49.188 |
€ 105.216 |
€ 73.722 |
€ 43.408 |
€ 76.650 |
In het kader van het strafrechtelijk onderzoek is eveneens een proces-verbaal4 opgesteld met bevindingen met betrekking tot het buitenlands vermogen van belanghebbende en/of [A] (hierna: proces-verbaal buitenlands vermogen). In dit proces-verbaal is het volgende overzicht opgenomen met het vermoedelijk buitenlands in de jaren 2008 tot en met 2014, waarbij voor zover het bankrekeningen betreft de saldi per 31 december van het betreffende jaar zijn vermeld (hierna: overzicht buitenlands vermogen):
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
||
6.1.1 |
[SA 2] |
€ 448,25 |
€ 64.601,58 |
€ 1.339,12 |
€ 263.339,88 |
€ - |
||
6.1.1 |
[SA 2] |
€ 1.233.570,22 |
€ 1.212.181,53 |
€ 1.988.379,26 |
€ 918.136,83 |
€ - |
||
6.1.2 |
[SA 2] |
€ 448,25 |
€ 64.601,58 |
|||||
6.1.2 + 7 |
[SA 2] |
€ 1.233.570,22 |
€ 1.212.181,53 |
€ 1.252.257,65 |
||||
6.1.3 |
[SA 2] |
€ 250.000,00 |
€ 500.000,00 |
€ - |
||||
6.1.4 |
[Loan 1] |
€ 100.000,00 |
||||||
6.2.1 |
[Ltd] |
€ 835,17 |
€ - |
|||||
6.2.2 + 7 |
[Ltd] |
€ 835,17 |
€ 931,43 |
€ 746,43 |
||||
6.3.1 |
[SA 1] |
€ 47.200,89 |
€ 39.116,46 |
€ 43,33 |
€ 65.094,64 |
|||
6.3.2 |
[Real Estate] |
€ 424.600,00 |
€ 424.600,00 |
€ 424.600,00 |
€ 424.600,00 |
€ 424.600,00 |
||
6.3.3 |
[B Value] |
€ 400.000,00 |
€ 400.000,00 |
€ - |
||||
6.3.4 |
[Claim] |
€ - |
||||||
6.3.5 |
Porsche |
€ 13.000,00 |
€ 13.000,00 |
€ 13.000,00 |
€ 13.000,00 |
|||
6.3.6 |
[Bank 1] |
€ - |
||||||
6.3.7 |
ING Private |
€ 155.432,41 |
€ 284.402,68 |
€ 40.549,82 |
€ 44.964,78 |
|||
6.3.7 |
ING Private |
€ - |
€ - |
€ 572.157,22 |
€ 246.572,18 |
|||
6.3.8 + 7 |
Spanish Account |
€ 30.000,00 |
€ 30.000,00 |
€ 41.671,00 |
€ 28.086,52 |
|||
6.3.9 + 7 |
Spanish Account Private |
€ 33.936,00 |
€ 303.482,11 |
|||||
6.4.1 |
[Singapore] |
€ 1.999.863,06 |
€ 298.332,99 |
€ - |
||||
6.4.2 |
[Y-shares] 19-03-2012 |
€ 1.000.000,00 |
€ 1.000.000,00 |
|||||
6.4.2 |
[Y-shares] 22-10-2012 |
€ 300.000,00 |
€ 300.000,00 |
|||||
6.4.2 |
[Y-land] 31-10-2012 |
€ 496.187,00 |
€ 496.187,00 |
|||||
6.4.3 |
[Debt] |
€ -900.000,00 |
€ -900.000,00 |
|||||
6.4.4 |
[Loan 2] |
€ 1.700.000,00 |
€ - |
|||||
6.4.5 |
[Bank 2] |
€ 850.000,00 |
||||||
7 |
Kluis |
€ 290.000,00 |
||||||
8 |
Thailand |
€ 1.148.014,40 |
€ 4.000.000,00 |
In het rapport fiscaal onderzoek ten aanzien van belanghebbende (de bijlage, onderdeel 1.45; hierna: het onderzoeksrapport) heeft de inspecteur geconcludeerd dat belanghebbende meer inkomen uit sparen en beleggen heeft genoten dan zij heeft aangegeven in haar aangiften IB/PVV.
Omdat aan belanghebbende al eerder aanslagen IB/PVV waren opgelegd, conform de door haar ingediende aangiften, heeft de inspecteur de correcties uit het onderzoeksrapport verwerkt in aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen. De volgende aanslagen zijn aan belanghebbende opgelegd:
- -
-
over het jaar 2008 een navorderingsaanslag IB/PVV naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 54.756 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 32.242, alsmede de bij gelijktijdige beschikking in rekening gebrachte heffingsrente van € 2.493 (aanslagnummer: [aanslagnummer] .H.87, BRE 19/4144);
- -
-
over het jaar 2009 een navorderingsaanslag IB/PVV naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 55.020 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 23.882, alsmede de bij gelijktijdige beschikking in rekening gebrachte heffingsrente van € 1.908 (aanslagnummer: [aanslagnummer] .H.97, BRE 19/4145);
- -
-
over het jaar 2010 een navorderingsaanslag IB/PVV naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.303 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 48.968, alsmede de bij gelijktijdige beschikking in rekening gebrachte heffingsrente van € 3.388 (aanslagnummer: [aanslagnummer] .H.07, BRE 19/4146);
- -
-
over het jaar 2011 een navorderingsaanslag IB/PVV naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 95.033 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 78.665, alsmede de bij gelijktijdige beschikking in rekening gebrachte heffingsrente van € 4.809 (aanslagnummer: [aanslagnummer] .H.17.01);
- -
-
over het jaar 2012 een navorderingsaanslag IB/PVV naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.429 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 99.301, alsmede de bij gelijktijdige beschikking in rekening gebrachte belastingrente van € 4.986 (aanslagnummer: [aanslagnummer] .H.27.01);
- -
-
over het jaar 2013 een navorderingsaanslag IB/PVV naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.429 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 97.311, alsmede de bij gelijktijdige beschikking in rekening gebrachte belastingrente van € 3.845 (aanslagnummer: [aanslagnummer] .H.37.01).
De door de inspecteur doorgevoerde correcties met betrekking tot het inkomen uit sparen en beleggen van belanghebbende in de jaren 2008 tot en met 2013 zijn weergegeven in de navolgende overzichten (opgemaakt door de rechtbank5):
2008 |
Box 3 |
Box 3 |
|
Rendementsgrondslag aangifte |
€ 170.268 |
Corr. vermogensbestanddelen buitenland |
€ 617.009 |
Corr. vermogensbestanddelen Nederland |
€ 18.788 |
Rendementsgrondslag sparen en beleggen |
€ 806.065 |
Vastgesteld box 3 inkomen |
€ 32.242 |
2009 |
Box 3 |
Box 3 |
|
Corr. vermogensbestanddelen buitenland |
€ 638.392 |
Heffingsvrij vermogen |
€ 41.322 |
Rendementsgrondslag sparen en beleggen |
€ 597.070 |
Vastgesteld box 3 inkomen |
€ 23.882 |
2010 |
Box 3 |
Box 3 |
|
Corr. vermogensbestanddelen buitenland |
€ 1.221.175 |
Corr. vermogensbestanddelen Nederland |
€ 44.363 |
Heffingsvrij vermogen |
€ 41.322 |
Grondslag sparen en beleggen |
€ 1.224.216 |
Vastgesteld box 3 inkomen |
€ 48.968 |
2011 |
Box 3 |
Box 3 |
|
In aangifte aangegeven schulden (na drempel)6 |
€ 54.514 |
Corr. vermogensbestanddelen buitenland |
€ 2.017.346 |
Corr. vermogensbestanddelen Nederland |
€ 24.594 |
Heffingsvrij vermogen |
€ 20.785 |
Grondslag sparen en beleggen |
€ 1.966.641 |
Vastgesteld box 3 inkomen |
€ 78.665 |
2012 |
Box 3 |
Box 3 |
|
Corr. vermogensbestanddelen buitenland |
€ 2.386.061 |
Corr. vermogensbestanddelen Nederland |
€ 117.608 |
Heffingsvrij vermogen |
€ 21.139 |
Grondslag sparen en beleggen |
€ 2.482.530 |
Vastgesteld box 3 inkomen |
€ 99.301 |
2013 |
Box 3 |
Box 3 |
|
Rendementsgrondslag aangifte |
€ 78.090 |
Corr. vermogensbestanddelen buitenland |
€ 2.352.075 |
Corr. vermogensbestanddelen Nederland |
€ 23.771 |
Heffingsvrij vermogen |
€ 21.139 |
Grondslag sparen en beleggen |
€ 2.432.797 |
Vastgesteld box 3 inkomen |
€ 97.311 |
3 Geschil
Tussen partijen is de juistheid van de diverse belastingaanslagen en beschikkingen in geschil. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de door de inspecteur in de belastingaanslagen doorgevoerde correcties terecht en niet te hoog zijn.
Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging dan wel vermindering van de belastingaanslagen. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.