Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-10-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7164, 21/4917

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-10-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7164, 21/4917

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 oktober 2023
Datum publicatie
23 oktober 2023
Annotator
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:7164
Zaaknummer
21/4917
Relevante informatie
Art. 6:6 Awb, Art. 6:11 Awb, Art. 120 GW

Inhoudsindicatie

BRE 21/4917 t/m BRE 21/4920. Ontvankelijkheid bezwaren.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 21/4917 tot en met BRE 21/4920

[belanghebbende] B.V., gevestigd in [plaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 oktober 2021.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor de onroerende zaak, [adres] in [plaats] , de volgende aanslagen opgelegd:

 met dagtekening 31 januari 2020 een aanslag reinigingsrecht voor het jaar 2020 met [aanslagnummer 1] ;

 met dagtekening 30 november 2020 de op één biljet vermelde aanslagen onroerendezaakbelasting gebruiker, rioolheffing gebruiker en reclamebelasting voor het jaar 2020 met [aanslagnummer 2] ;

 met dagtekening 31 december 2020 een aanslag precariobelasting voor het jaar 2020 met [aanslagnummer 3] ;

 met dagtekening 31 januari 2021 de op één biljet vermelde aanslagen onroerendezaakbelasting gebruiker, rioolheffing gebruiker, reinigingsrecht en reclamebelasting voor het jaar 2021 met [aanslagnummer 4] .

Belanghebbende heeft tegen deze aanslagen bezwaar gemaakt.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft bij brief van 5 oktober 2021 in een keer de beslissing op alle bezwaren van belanghebbende tegen de hiervoor genoemde aanslagen (zie 1.2) bekend gemaakt (de uitspraken op bezwaar). De beslissing is dat de bezwaren te laat zijn ingediend en daarom in juridische vaktermen niet-ontvankelijk worden verklaard. Tegen deze beslissing is belanghebbende in beroep gekomen.

1.4.

Belanghebbende heeft met dagtekening 24 juni 2023 een nader stuk ingediend, maar heeft daarin geen toestemming gegeven om in de zaken te beslissen zonder voorafgaande mondelinge behandeling.

1.5.

De rechtbank heeft de beroepen op 20 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens belanghebbende, [naam 1] , bijgestaan door zijn echtgenote, [echtgenote] . Namens de heffingsambtenaar is niemand verschenen.

1.6.

Aan het einde van de mondelinge behandeling van de zitting heeft de rechtbank aangekondigd dat de uitspraak na 6 weken zou worden gedaan. Helaas is het niet mogelijk gebleken om binnen die termijn uitspraak te doen. De rechtbank heeft dat partijen per brief laten weten. De rechtbank betreurt het dat de uitspraak lang op zich heeft laten wachten.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep