Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1312, BRE 22/4421
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1312, BRE 22/4421
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 februari 2024
- Datum publicatie
- 7 maart 2024
- Zaaknummer
- BRE 22/4421
- Relevante informatie
- Art. 3.111 Wet IB 2001, Art. 5.3 Wet IB 2001
Inhoudsindicatie
Garagebox is geen aanhorigheid van de eigen woning en terecht als box 3 bezitting in aanmerking genomen. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Eindhoven
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/4421
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 27 juli 2022.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 10.366 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 822 (de aanslag). De aanslag is vastgesteld op nihil. Daarbij is ook een beschikking bedrag rendementsgrondslag gegeven.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep op 18 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en, namens de inspecteur [inspecteur 1] en mr. drs. [inspecteur 2] .