Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-03-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1263, BRE 24/2976

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-03-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1263, BRE 24/2976

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 maart 2025
Datum publicatie
10 maart 2025
Annotator
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:1263
Zaaknummer
BRE 24/2976
Relevante informatie
Art. 45 Wet IB 1964, Art. 1 EP EVRM

Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur in de aanslag IB/PVV 2020 van belanghebbende terecht de contante waarde van een saldolijfrenteverzekering in aanmerking heeft genomen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat een onbelast saldo aanwezig was in de polis van belanghebbende en de inspecteur heeft de saldolijfrenteverzekering ook niet tot een te hoog bedrag in de aanslag betrokken. In het betoog van belanghebbende dat het in het licht van de “box 3-arresten” van de Hoge Raad onredelijk is om belasting te heffen over uitkeringen die nog niet zijn gerealiseerd, gaat de rechtbank ook niet mee. De wetgever is niet getreden buiten de hem toekomende ruime beoordelingsmarge door de belastingheffing over de lijfrenteverzekering toe te staan, en er is geen sprake van een schending van de fair balance op regelniveau. Tot slot is in het geval van belanghebbende ook geen sprake van een individuele en buitensporige last.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/2976

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 23 februari 2024.

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 168.839 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.448 (de aanslag). Bij de aanslag heeft de inspecteur € 4.232 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).

1.2.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag afgewezen. Belanghebbende heeft tegen die beslissing beroep ingesteld.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2].

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep