Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-02-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:849, 20/7650

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-02-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:849, 20/7650

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17 februari 2025
Datum publicatie
24 februari 2025
Annotator
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:849
Zaaknummer
20/7650
Relevante informatie
Art. 8:42 Awb, Art. 84 AWR

Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft zijn vermogen ondergebracht in een SPF, gevestigd op Curacao, en is geëmigreerd naar Bonaire. Vanuit de SPF zijn schenkingen verricht aan de zoon van belanghebbende.

Naar aanleiding van een FIOD-onderzoek zijn aan belanghebbende navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd.

In geschil is of alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van schending van artikel 8:42 van de Awb en verwerpt het betoog van belanghebbende dat de stukken die in bezit zijn van de contactambtenaar ook ter beschikking staan van de inspecteur. De strafdossierstukken zijn daarom niet aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken.

Verder ziet de rechtbank geen aanleiding om stukken buiten beschouwing te laten wegens strijd met het fair play beginsel. Aan de omstandigheid dat zich onder de stukken ook een advies bevindt worden geen gevolgen verbonden.

De rechtbank is verder van oordeel dat de verlengde navorderingstermijn terecht is toegepast omdat sprake is van in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen. Er is namelijk sprake van betalingen van dividend aan een SPF op Curacao en belanghebbende kon daarbij beschikken over het vermogen van de SPF als ware het zijn eigen vermogen.

Ook is sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en hoefde de inspecteur in dit geval in redelijkheid niet te twijfelen aan de juistheid van de in de aangiften opgenomen gegevens van belanghebbende.

De rechtbank is van oordeel dat de bewijslast voor beide jaren moet worden omgekeerd en verzwaard omdat de trustvraag niet is aangekruist in de aangiften. Vervolgens is het niet onredelijk dat de inspecteur de aan de SPF uitgekeerde dividenden bij belanghebbende in de heffing heeft betrokken en heeft belanghebbende niet doen blijken dat de navorderingsaanslagen tot te hoge bedragen zijn opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 20/7650 en 20/7651

[belanghebbende] , uit [plaats 1] (Bonaire), belanghebbende

(gemachtigde: mr. M. Hendriks),

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur

en

de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), (de Staat).

Inleiding

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep