Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-02-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:857, 24/212
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-02-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:857, 24/212
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 februari 2025
- Datum publicatie
- 21 februari 2025
- Annotator
- Zaaknummer
- 24/212
- Relevante informatie
- Art. 6:7 Awb, Art. 22j AWR
Inhoudsindicatie
IB/PVV, hulp bij aangifte, vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/212
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 30 november 2023.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 38.591. Bij gelijktijdige beschikking is € 146 aan belastingrente in rekening gebracht.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 31 januari 2025 op zitting behandeld. Belanghebbende heeft aan de zitting deelgenomen. Namens de inspecteur zijn ter zitting verschenen: mr. [inspecteur 1], drs. [inspecteur 2] en [inspecteur 3].
Belanghebbende heeft na de zitting nadere stukken ingediend. De rechtbank heeft in die stukken geen aanleiding gezien voor heropening van het onderzoek. De reden is dat de rechtbank de inspecteur in deze uitspraak zal opdragen om het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.