Bijzondere waarderingsvoorschriften woningen gelden niet voor waardering certificaten van aandelen in vastgoed bv
Bijzondere waarderingsvoorschriften woningen gelden niet voor waardering certificaten van aandelen in vastgoed bv
Gegevens
- Nummer
- 2025/601
- Publicatiedatum
- 4 april 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Successiewet
- Relevante informatie
De vader van belanghebbende heeft certificaten van aandelen in een bv aan belanghebbende geschonken. Deze bv bezit een vastgoedportefeuille, mede bestaande uit 57 verhuurde woningen. De vraag of bij de waardering van de certificaten in het kader van de schenkbelasting rekening moet worden gehouden met een waardedrukkend effect van de verhuurde staat van de woningen, is door hof Amsterdam (
) bevestigend beantwoord. Volgens het hof is waardering op grond van de WOZ-waarde aangewezen met inachtneming van een leegwaarderatio. De hofuitspraak houdt in cassatie echter geen stand.De Hoge Raad zet uiteen dat bij de heffing van schenk- en erfbelasting geen verplichting bestaat om bij de verkrijging van certificaten van aandelen in een bv tot het vermogen waarvan woningen behoren, de bijzondere waarderingsvoorschriften voor (verhuurde) woningen van art. 21 leden 5 en 8 SW toe te passen. De door de wetgever met deze bijzondere waarderingsvoorschriften voor woningen beoogde vereenvoudiging doet daaraan niet af. Wel kan de vastgestelde WOZ-waarde van een woning, eventueel met correcties (bijvoorbeeld voor verhuurde staat), worden gebruikt als een hulpmiddel (informatiebron) voor de vaststelling van de waarde in het economische verkeer van de certificaten van aandelen ten tijde van de verkrijging.
De zaak wordt verwezen. Door het verwijzingshof moet worden onderzocht wat op het moment van de schenking de waarde in het economische verkeer van de woningen was als onderdeel van de intrinsieke waarde. Daarbij zal het verwijzingshof moeten onderzoeken of de verhuurde staat van de woningen een waardedrukkend effect heeft.
(Volgt vernietiging en verwijzing.)