Gerechtshof Amsterdam, 07-01-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:360, 23/1196
Gerechtshof Amsterdam, 07-01-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:360, 23/1196
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 januari 2025
- Datum publicatie
- 28 februari 2025
- Annotator
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2023:8906, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/1196
- Relevante informatie
- Art. 2 Wet Vpb 1969, Art. 4 Wet Vpb 1969, Art. 8e Wet Vpb 1969
Inhoudsindicatie
DA Vpb 2016. Gemeente drijft met reclameactiviteiten een materiële onderneming. Duurzame organisatie van arbeid en kapitaal. Overheidstakenvrijstelling is niet van toepassing.
Uitspraak
kenmerk 23/1196
7 januari 2025
uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de Gemeente [X] , belanghebbende,
(gemachtigden: mr. drs. J.G. Bakker en drs. J. Boer)
tegen de uitspraak van 6 september 2023 in de zaak met kenmerk HAA 22/189 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2016 een aanslag vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) opgelegd, berekend naar een belastbare winst en een belastbaar bedrag van € 20.963.622. Bij afzonderlijke beschikking is € 976.004 aan belastingrente in rekening gebracht.
Bij brief van 15 april 2021 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de aanslag.
Bij uitspraak op bezwaar van 12 november 2021 heeft de inspecteur het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een naar een belastbare winst en een belastbaar bedrag van € 20.212.415.
Met dagtekening 4 december 2021 heeft de inspecteur aan belanghebbende de verminderingsbeschikking gestuurd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank.
Bij uitspraak van 6 september 2023 heeft de rechtbank als volgt op het beroep beslist (belanghebbende en de inspecteur worden in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiseres’ respectievelijk ‘verweerder’) :
“De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag vennootschapsbelasting 2016 tot een berekend naar een belastbare winst van € 15.748.612;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar en,
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden.”
Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 16 oktober 2023 en nader gemotiveerd bij brief van
12 januari 2024. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Met dagtekening 8 oktober 2024 heeft belanghebbende een nader stuk ingediend. Op
28 november 2024 hebben beide partijen een nader stuk ingediend en belanghebbende heeft op 10 december 2024 een pleitnota ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2024. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft in haar uitspraak de volgende feiten vastgesteld:
“1. Eiseres is een gemeente in de provincie [provincie] . Zij is eigenaar van de grond, licht- en trammasten , verkeersregelkasten en tramkasten in de gemeente.
2. Eiseres sluit - binnen het beleid van de gemeente - privaatrechtelijke overeenkomsten voor het plaatsen en/of exploiteren van reclameobjecten op en aan de gemeentelijke eigendommen. Hierdoor kunnen reclame-exploitanten in de openbare ruimte reclame maken. De reclame-exploitant is verantwoordelijk voor het plaatsen en/of onderhouden van objecten, het verkrijgen van de benodigde vergunningen en het sluiten van contracten met bedrijven en instellingen die reclame willen maken. De reclame-exploitant betaalt een jaarlijkse (vaste) vergoeding aan eiseres [Hof hierna: de reclameactiviteiten].
3. Voorheen sloten de stadsdelen van de gemeente de verschillende reclamecontracten. Tot medio 2016 was ieder stadsdeel verantwoordelijk voor het opstellen van zijn eigen reclamebeleid. De gemeente heeft in 2016 het “Stedelijk Kader Buitenreclame” gepubliceerd, waarin de visie van de gemeente ten aanzien van buitenreclame is vastgelegd en waarin het beleid is geharmoniseerd. In paragraaf 1.2 van het “Stedelijk Kader Buitenreclame” staat het volgende:
“(…) Deze beleidsnota geeft ook de visie op buitenreclame weer. De visie op buitenreclame is drieledig: objecten met buitenreclame, zoals abri’s, dragen bij aan de leefbaarheid van de stad en worden gezien als een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte. Dit geldt ook voor multifunctioneel straatmeubilair met buitenreclame, waarbij reclamevlakken kunnen worden ingezet ten behoeve van bijvoorbeeld crowdmanagement en bewegwijzering. Op de derde plaats wordt buitenreclame gezien als middel om straatmeubilair en delen van de openbare ruimte op een hoog niveau en in gezamenlijkheid te beheren.
Naast beheer en onderhoud levert buitenreclame ook inkomsten op voor de gemeente (…). Het beleidskader dient als uitgangspunt bij nieuwe aanbestedingen en het aangaan van overeenkomsten. Met het aangaan van overeenkomsten wil de gemeente de inkomsten uit reclame in de openbare ruimte optimaliseren, met inachtneming van de ruimtelijke kwaliteit en verkeersveiligheid. (…)
Pijler 2:
De economische belangen van de gemeente (…);
De gemeente (…) kan in vergelijking met andere grote gemeenten in Nederland relatief hoge inkomsten verwerven uit de uitbating van de openbare ruimte door de grond in zijn hoedanigheid als eigenaar te exploiteren. Daarom laat de gemeente zich actief in met dit taakgebied. (…).”
4. In paragraaf 4.2 van het “Stedelijk Kader Buitenreclame” staat het volgende:
“(…) Gezien het feit dat de gemeente (…) eigenaar is van de grond waarop de objecten worden geplaatst hanteert de gemeente (…) het beleid dat voor objecten waarbij voor de plaatsing een omgevingsvergunning noodzakelijk is en/of sprake is van reclame-exploitatie, een privaatrechtelijke overeenkomst wordt aangegaan waarmee het maken van reclame in de openbare ruimte wordt gereguleerd.
Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een reclamemast of billboard die op gemeentegrond geplaatst wordt. Daarvoor is een omgevingsvergunning vereist en de gemeente zal daarnaast ook een overeenkomst sluiten met de exploitant van de mast om die tegen een bepaalde vergoeding te mogen exploiteren. (…).”
5. In paragraaf 6.1 van het “Stedelijk Kader Buitenreclame” staat het volgende:
“Tot medio 2016 was ieder stadsdeel verantwoordelijk voor het opstellen van eigen reclamebeleid. Daarbij lag de uitvoering van het beleid zowel bij de stadsdelen als bij de centrale diensten. Vanaf maart 2014 zijn deze taken anders verdeeld en gecentraliseerd. In de periode 2016-2017 werken we verder aan het bundelen van de huidige vakkennis binnen een van de gemeentelijke clusters en het aanwijzen van een aanspreek- en coördinatiepunt voor buitenreclame. Dit organisatieonderdeel zal zich onder andere bezighouden met de opdrachtverlening bij aanbestedingen en het beheer van overeenkomsten. Bovendien kan dit onderdeel fungeren als backoffice en adviseren aan de afdelingen vergunningen en de handhaving. (…)”
6. Op 21 januari 2020 is het “Kader Buitenreclame” gepubliceerd. Dit betreft een actualisatie van het “Stedelijk Kader Buitenreclame”. In paragraaf 4.2 van het “Kader Buitenreclame” staat het volgende:
“(…) Het organisatieonderdeel Verkeer & Openbare Ruimte (V&OR) houdt zich bezig met de opdrachtverlening bij aanbestedingen en het beheer van de overeenkomsten. Bovendien fungeert dit onderdeel als backoffice en adviseur aan de afdelingen vergunningen en handhaving. Ook het beleid wordt door V&OR geformuleerd. De stadsloketten behandelen de mededelingen en de aanvragen om ontheffing. (…)”
7. De directie Verkeer & Openbare ruimte (hierna: V&OR) (voorheen Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer) houdt zich thans bezig met de opdrachtverlening bij aanbestedingen en het beheer van de contracten met de reclame-exploitanten. V&OR adviseert het gemeentebestuur, initieert verkeersbeleid, stelt verkeersplannen op, realiseert grote infrastructurele projecten en beheert de stedelijke infrastructuur. Het strategisch beheer (waaronder beleid- en beheerplannen, programmering en planning) wordt door V&OR uitgevoerd. De werkzaamheden met betrekking tot het beheer van de reclamecontracten worden tevens binnen V&OR uitgevoerd.
De senior adviseur buitenreclame is de contactpersoon namens de gemeente voor de reclame-exploitanten. In totaal houdt 1,8 fte zich bezig met het beheren van de contracten en het reguleren van alle vormen van (illegale) reclame in de openbare ruimte. Hiervan wordt 1 fte toegerekend aan de senior adviseur buitenreclame. De werkzaamheden van de senior adviseur buitenreclame zien voor 60% op het beheer van de contracten en 40% op advieswerkzaamheden.
De senior adviseur buitenreclame maakt onderdeel uit van de afdeling Stedelijk Beheer (circa 140 personeelsleden). Het onderdeel Stedelijk Beheer, dat bestaat uit zeven teams, valt vervolgens weer onder het dienstonderdeel V&OR (circa 800 personeelsleden), dat weer onderdeel uitmaakt van het cluster Ruimte en Economie.
De afdeling Kennis en Kaders, die eveneens onderdeel uitmaakt van V&OR, houdt zich bezig met het opstellen van reclamebeleid. Met deze afdeling wordt in overleg getreden door de senior adviseur buitenreclame als er een aanbesteding aankomt. Ook is de directie Toezicht en Handhaving Openbare ruimte (hierna: directie THOR) betrokken bij de buitenreclame, met name de handhaving. De senior adviseur buitenreclame is de contactpersoon en coördinator richting de directie THOR. Incidenteel worden andere afdelingen, zoals de juridische afdeling, de afdeling Bureau Onderzoek en Statistiek, een inkoopadviseur van het Ingenieursbureau (bij aanbesteding) en het klantcontactcentrum, betrokken bij de reclameactiviteiten. Eiseres huurt daarnaast externe deskundigheid in, zoals van Nationaal Advies Bureau Buitenreclame (hierna: NABB) en/of een (externe) advocaat/jurist.
De feitelijke werkzaamheden met betrekking tot de reclameactiviteiten (periodiek en incidenteel) zijn als volgt:
het sluiten van contracten met reclame-exploitanten;
het bepalen en periodiek herijken van beleid rondom reclame;
het ontwikkelen van de mogelijkheid reclameobjecten voor bredere communicatiedoeleinden te gebruiken en informatieve boodschappen met reclame te combineren;
het voorbereiden en voeren van gerechtelijke procedures;
het houden van enquêtes onder bewoners en bezoekers;
het voeren van overleg met de wethouder;
het informeren van het college en de raad en behandeling door college en raad;
het voeren van overleg met de reclame-exploitanten;
het onderhandelen met reclame-exploitanten;
het (eventueel) leveren van elektriciteit en/of het doorbelasten daarvan;
het voeren van evaluatiegesprekken met de reclame-exploitanten;
het in behandeling nemen / doorzetten van klachten / meldingen en vragen van reclame-exploitanten, inwoners en raadsleden;
het beoordelen van de geschiktheid van lichtmasten voor de bevestiging van een lichtbak;
het toezicht houden en surveilleren op illegaal geplaatste reclameobjecten;
het toezicht houden op naleving van de gesloten overeenkomsten;
het zorgdragen voor een goede bereikbaarheid/zichtbaarheid van de reclameobjecten;
het zorgdragen dat binnen de overeengekomen afstand geen andere reclame exploitatie plaatsvindt dan contractueel overeengekomen;
het beoordelen van de door de reclame-exploitant ontvangen rapportages;
het factureren van de overeengekomen vergoedingen en de controle of deze worden afgedragen.
8. In 2016 heeft eiseres meerdere reclamecontracten met (diverse) reclame-exploitanten in beheer, die (behalve voor steigerdoekreclamecontracten) voor een langere tijd zijn gesloten. De privaatrechtelijke overeenkomsten hebben betrekking op billboards, mupi’s, abri’s, reclamemasten, driehoeksborden, frames en lichtbakken (de reclameobjecten). De billboards, mupi’s, abri’s en reclamemasten zijn in eigendom van de reclame-exploitanten. De driehoeksborden en frames en lichtbakken zijn in eigendom van de gemeente.
9. Contractueel is ten aanzien van de billboards, mupi’s en abri’s vastgelegd dat de gemeente aan de reclame-exploitant het (exclusieve) recht geeft om het reclameobject op de grond te plaatsen en te exploiteren. Ten aanzien van de reclamemasten is contractueel vastgelegd dat de gemeente de grond verhuurt aan de reclame-exploitant en het recht verleent een reclamemast te plaatsen. Ten aanzien van de driehoeksborden, frames en lichtbakken is contractueel vastgelegd dat de gemeente de reclame-exploitant het recht geeft deze reclameobjecten te gebruiken en te exploiteren.”
Desgevraagd ter zitting hebben partijen verklaard dat ook het Hof van deze feiten uit kan gaan (met inachtneming van de onder 2.3 opgenomen verduidelijking) waarbij belanghebbende de kanttekening heeft gemaakt dat deze feitenvaststelling, in haar optiek, onvolledig is. Het Hof vult de feiten als volgt aan.
De juridische eigendom van de onder 8 van de rechtbankuitspraak genoemde billboards, mupi’s, abri’s en reclamemasten berust bij de gemeente; de economische eigendom berust bij de reclame-exploitanten.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is in geschil of de aanslag verder dient te worden verminderd.
Meer specifiek houdt partijen verdeeld of belanghebbende met de reclameactiviteiten (zie onder 2 van de rechtbankuitspraak) een materiële onderneming drijft en zo ja, of daarvoor de overheidstakenvrijstelling geldt.