Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4738, 22/799
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4738, 22/799
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 juli 2024
- Datum publicatie
- 9 augustus 2024
- Annotator
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2022:734, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 22/799
- Relevante informatie
- Art. 9 BPM, Art. 10 BPM, Art. 3:2 Awb, Art. 110 VWEU
Inhoudsindicatie
BPM. Vermindering (afschrijving).
Uitspraak
locatie Leeuwarden
nummer BK-ARN 22/799
uitspraakdatum: 16 juli 2024
Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van 16 juli 2024
de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale Administratieve Processen (hierna: de Inspecteur)
en het incidentele hoger beroep van
[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 15 maart 2022, zaaknummer LEE 21/2262, ECLI:NL:RBNNE:2022:734, in het geding tussen belanghebbende en de Inspecteur en
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) (hierna: de Staat)
1 Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: BPM) opgelegd van € 1.732. De Inspecteur heeft geen belastingrente berekend.
Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft in zijn uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. De Rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag BPM verminderd tot een bedrag van € 1.349 en aan belanghebbende vergoedingen toegekend voor griffierecht en proceskosten.
De Inspecteur heeft daartegen op 13 april 2022 hoger beroep ingesteld.
Belanghebbende heeft op 13 oktober 2022 een verweerschrift ingediend en incidenteel hoger beroep ingesteld.
De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend inzake het incidentele hoger beroep.
Belanghebbende heeft voor de zitting nadere stukken ingediend met onder meer een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2024 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. H. van Dam, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de Inspecteur, bijgestaan door [naam2] .
2 Feiten
Belanghebbende heeft op 16 april 2020 aangifte BPM gedaan ter zake van de registratie van een Renault Captur 0.9 TCe Intens (hierna: de auto) naar een te betalen bedrag van € 587. De kilometerstand bedroeg volgens de aangifte 11.396. De datum eerste toelating van de auto is 13 december 2018. De auto is een ex-rental en heeft een CO2-uitstoot van 123 gr/km. Voor de op aangifte verschuldigde BPM baseert belanghebbende zich op een taxatierapport van [naam3] B.V. met datum 31 maart 2020.
In het taxatierapport van [naam3] B.V is de verschuldigde BPM berekend op basis van een aan de hand van een XRAY-koerslijst bepaalde historische nieuwprijs van € 25.184, een bruto BPM van € 5.552 en een handelsinkoopwaarde van € 2.664, welke als volgt berekend:
Handelsinkoopwaarde voor correctie |
€ 11.344 |
|
Af: correctie conform schadecalculatie taxatierapport: |
€ 7.380 |
|
Bij: correctie conform XRAY matrix |
€ 200 |
|
Af: correctie i.v.m. geen oordeel over km stand |
€ 1.500 |
|
Waarde correctie totaal: |
€ 8.680 |
|
Handelsinkoopwaarde na correctie |
€ 2.664 |
Na daartoe te zijn uitgenodigd door de Inspecteur heeft belanghebbende de auto op 28 april 2020 getoond bij Domeinen Roerende Zaken (hierna: DRZ). DRZ heeft met dagtekening 30 april 2020 een taxatierapport opgesteld. In dit rapport heeft DRZ de historische nieuwprijs bepaald op € 25.045. Daartoe heeft DRZ gebruik gemaakt van de koerslijst Autotelex Pro van een vergelijkbare auto met een CO2-uitstoot van 122 gr/km. DRZ heeft een waardevermindering wegens schade van € 360 (72% van € 500) in mindering gebracht op de koerslijstwaarde (op basis van de XRAY koerslijst) van € 11.243 en de handelsinkoopwaarde bepaald op € 10.883.
De tenaamstelling van de auto in het kentekenregister heeft plaatsgevonden op 16 juni 2020.
De Inspecteur heeft de verschuldigde BPM met toepassing van extra leeftijdskorting bepaald op € 2.318 en voor het verschil met de op aangifte voldane BPM een naheffingsaanslag van € 1.732 opgelegd.
De Rechtbank heeft een waardevermindering wegens schade toegepast van € 2.160, zijnde 72% van het in goede justitie bepaalde schadebedrag van € 3.000, en de handelsinkoopwaarde voor de auto aldus vastgesteld op € 9.083. Gelet daarop heeft de Rechtbank de naheffingsaanslag, rekening houdend met een extra leeftijdskorting van € 78, verminderd tot € 1.349. De overige stellingen van belanghebbende heeft de Rechtbank verworpen.
3 Geschil
In geschil is de hoogte van de naheffingsaanslag.
De Inspecteur betoogt in hoger beroep dat de Rechtbank de schade niet in goede justitie heeft mogen vaststellen. Nu belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor het bepalen van de handelsinkoopwaarde meer dan € 500 aan schade in aanmerking moet worden genomen, heeft de Rechtbank de naheffingsaanslag, daargelaten het onder 3.5 genoemde, ten onrechte verminderd.
In incidenteel hoger beroep betoogt belanghebbende dat bij het bepalen van de verschuldigde BPM alsnog rekening dient te worden gehouden met een consumentenprijs van € 25.184, gebaseerd op een CO2-uitstoot van de auto van 123 gr/km, en met een hoger bedrag aan waardevermindering wegens schade dan de Rechtbank in aanmerking heeft genomen, daarbij verwijzend naar het taxatierapport van [naam3] B.V. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot verdere vermindering van de naheffingsaanslag.
Ter zitting van het Hof hebben partijen eenparig verklaard dat de op aangifte betaalde BPM € 586 bedraagt, de handelsinkoopwaarde van de auto in onbeschadigde staat € 11.243, de bruto BPM € 5.552 en de historische nieuwprijs van de auto € 25.184 waarin is begrepen een nieuwprijscorrectie vanwege een afwijkende CO2-uitstoot van de referentie-auto. Partijen hebben de extra leeftijdskorting onderling bepaald op € 78.
Niet in geschil is dat bij het gelijk van de Inspecteur de naheffingsaanslag BPM met € 13 moet worden verminderd wegens een hogere afschrijving die verband houdt met de hogere historische nieuwprijs van de auto waarover partijen overeenstemming hebben bereikt.
Belanghebbende heeft een verzoek gedaan om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.