Gerechtshof Den Haag, 19-05-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:895, 200.275.624/01
Gerechtshof Den Haag, 19-05-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:895, 200.275.624/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 mei 2020
- Datum publicatie
- 19 mei 2020
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2020:895
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2020:1756
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2020:2500
- Zaaknummer
- 200.275.624/01
Inhoudsindicatie
art. 351 Rv incident
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.275.624/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/585947/ KG ZA 19/1257
arrest in het incident van 19 mei 2020
inzake
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: [appellant] c.s. (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. K.D. Smeele te 's-Gravenhage,
tegen
Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst),
gevestigd te Den Haag,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de Belastingdienst,
advocaat: mr. W.I. Wisman te 's-Gravenhage.
Het geding
Bij exploot van 16 maart 2020 is [appellant] c.s. in hoger beroep gekomen van het door de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 18 februari 2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:1756; hierna: het bestreden vonnis). Daarbij is verzocht om behandeling van het hoger beroep met verkorte termijnen als bedoeld in paragraaf 9.1 van het Landelijk procesreglement. Dat verzoek is afgewezen.In de appeldagvaarding, tevens houdende memorie van grieven, heeft [appellant] c.s. vier grieven aangevoerd en een incidentele vordering ex artikel 351 Rechtsvordering ingesteld. Bij memorie van antwoord tevens houdende memorie van antwoord in het incident heeft de Belastingdienst verweer gevoerd in het incident en de grieven (in de hoofdzaak) bestreden.Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en is arrest in het incident gevraagd.