Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-08-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2742, 22/1432

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-08-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2742, 22/1432

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28 augustus 2024
Datum publicatie
5 december 2024
Annotator
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2742
Formele relaties
Zaaknummer
22/1432
Relevante informatie
Wet op de accijns [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2026] art. 2, Wet op de accijns [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2026] art. 51, Art. 2 WA, Art. 51 WA

Inhoudsindicatie

Art. 2 en art. 51 Wet op de accijns, art. 7 en art. 8 Richtlijn 2008/118/EG (Accijnsrichtlijn).

Belanghebbende is huurder van een opslagunit waarin onveraccijnsde sigaretten worden aangetroffen. Belanghebbende had bij het aangaan van de huurovereenkomst de sleutels en unieke toegangscode in bezit. Niet gesteld of aannemelijk is dat belanghebbende alle sleutels heeft afgestaan aan anderen. Belanghebbende had daarmee de fysieke toegang tot de opslagunit en kan daarom worden aangemerkt als degene die de onveraccijnsde sigaretten voorhanden heeft gehad. Daarnaast was belanghebbende minst genomen betrokken bij het voorhanden hebben, nu vaststaat dat haar echtgenoot in de opslagunit is geweest en aannemelijk is dat belanghebbende (één van) de sleutels en de toegangscode met haar echtgenoot heeft gedeeld.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 22/1432

Uitspraak op het hoger beroep van

de inspecteur van de Douane,

hierna: de inspecteur,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 27 juni 2022, nummer BRE 21/1020, in het geding tussen de inspecteur en

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft een naheffingsaanslag accijns opgelegd (hierna: de naheffingsaanslag).

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.

1.4.

De inspecteur heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

1.6.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.7.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak in Mijn Rechtspraak wordt geplaatst dan wel aan partijen wordt verzonden.

2 Feiten

2.1.

In de jaren 2018 en 2019 heeft de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst van de Belastingdienst (hierna: de Belastingdienst/FIOD) een onderzoek verricht naar de handel in onveraccijnsde sigaretten (hierna: het strafrechtelijk onderzoek). De bevindingen van de Belastingdienst/FIOD zijn neergelegd in een overzichtsprocesverbaal met documentcode [code] onderzoeknummer [nummer 1] (hierna: het OPV). Belanghebbende is in het strafrechtelijk onderzoek niet als verdachte aangemerkt. De echtgenoot van belanghebbende, [echtgenoot] , en [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ) zijn wel als verdachten aangemerkt.

2.2.

Bij brief van 23 december 2019 is namens de inspecteur op grond van artikel 55 Algemene wet inzake rijksbelastingen verzocht om de gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek aan hem te verstrekken. In dit verzoek worden namen genoemd van een aantal verdachten uit het strafrechtelijk onderzoek. De naam van belanghebbende wordt niet in het verzoek genoemd. De officier van justitie heeft getekend voor akkoord en de strafrechtelijke gegevens zijn aan de inspecteur verstrekt.

2.3.

De inspecteur heeft de Belastingdienst/FIOD op 6 juli 2022 om aanvullende stukken gevraagd. Hierop is op 18 juli 2022 een aanvullend dossier, opgemaakt en ondertekend op 9 juni 2021 (hierna: de aanvulling op het OPV), aan de inspecteur verstrekt. De inspecteur heeft de aanvulling op het OPV in hoger beroep in het geding gebracht.

2.4.

Op 18 juli 2018 zijn door de Belastingdienst/FIOD in een opslagunit met nummer [nummer 2] (hierna: de opslagunit) van een vestiging van het bedrijf ‘ [bedrijf] ’ aan de [adres 1] in [plaats] in het totaal 669.980 onveraccijnsde sigaretten aangetroffen van verschillende merken.

2.5.

De opslagunit werd tot 23 mei 2017 gehuurd door [persoon 1] . Het huurcontract is op 23 mei 2017 overgezet op naam van belanghebbende. In het OPV is hierover het volgende opgenomen1:

‘8.1.19 Vordering identificerende gegevens opslagunit [nummer 2]

Op 18 juli 2018 zijn door opsporingsambtenaren van de Belastingdienst/FIOD op grond van artikel 81 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen alle voorwerpen gevorderd die betrekking hebben op de huurder van opslagunit [nummer 2] , [bedrijf] [adres 1] in [plaats] . Door [bedrijf] zijn een huurovereenkomst, machtigingsformulier en logboekgegevens van opslagunit [nummer 2] verstrekt.

De bovengenoemde gegevens zijn onderzocht. Hieruit is naar voren gekomen dat opslagunit [nummer 2] tot 23 mei 2017 werd gehuurd door [persoon 1] en daarna is overgezet op naam van mevrouw [mevrouw] uit [woonplaats] . (…)’

2.6.

De aanvulling op het OPV bevat een proces-verbaal vordering en inbeslagname (AMB-057)2, waarbij kopieën van een huurovereenkomst en een machtigingsformulier van de opslagunit als bijlagen zijn gevoegd. De huurovereenkomst3 bevat – voor zover van belang – de volgende informatie:

HUUROVEREENKOMST

1. Verhuurder

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] (…), gevestigd te ( [postcode 1] ) [plaats] aan de [adres 1] (…).

2. Huurder

2A. huurder: Mevrouw [mevrouw]

2B. ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door:

[belanghebbende] (…)

2D. legitimatie (…)

Rijbewijs: [rijbewijsnummer]

2E. aan de [adres 2]

2F. (…) wonende te: [postcode 2] [woonplaats]

2G. mobiel telefoonnummer: [mobielnummer 1]

2H. alternatief telefoonnummer [mobielnummer 2]

21. e-mail: [e-mailadres]

2J IBAN: [IBAN-nummer] (…)

3. Aard en duur van de overeenkomst

3A. unitnummer [nummer 2] (…)

3C. opgeslagen wordt: Voorraad

3D. Ingaand 23-05-2017 (…)

4. Huurprijs, verzekeringspremie en overig

4A huurprijs per maand € 175.00

4B. verzekeringspremie per maand € 54,00

(…)

4C. eenmalige registratiekosten € 0,00

4D. totaal maandelijks te betalen € 229,00

4E. waarborgsom € 175,00

(…)

7 2 Huurder verklaart, bij de aanschaf van het slot, drie sleutels te hebben ontvangen.

(…)

Aldus in tweevoud opgemaakt te [plaats] , d.d. 23-05-2017 16:15.52

Handtekening verhuurder Handtekening huurder

Naam: (…) Naam: [belanghebbende] ’

Het machtigingsformulier4 bevat – voor zover van belang – de volgende informatie:

Machtiging [bedrijf] Mini Opslag

Hierbij machtig ik, , huurder van unit

[bedrijf] Mini Opslag [plaats] om (…)

Toegang geven tot de door mij gehuurde unit aan: (…)

[persoon 1] / [persoon 2] ’

2.7.

Uit het onder 2.6 genoemde proces-verbaal vordering en inbeslagname volgt verder dat een medewerker van [bedrijf] een activiteitenlogboek heeft verstrekt. Dit logboek is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd.5 In het logboek staat een overzicht van het gebruik van de unieke toegangscode van de opslagunit voor de slagbomen van de [bedrijf] vestiging in [plaats] over de periode 12 juni 2018 tot en met 18 juli 2018. Uit het logboek volgt dat de unieke toegangscode, op naam van klant ‘ [belanghebbende] ’, in voornoemde periode meermalen is gebruikt, in ieder geval op 14 juni 2018, 18 juni 2018, 20 juni 2018 en (de avond van) 17 juli 2018.

2.8.

In de aanvulling op het OPV bevinden zich foto’s van camerabeelden die bij de opslagunit zijn gemaakt. Hierover is het volgende geverbaliseerd:6

Vorderen camerabeelden behorende bij opslagunit [nummer 2]

Door medewerkers van het onderzoeksteam zijn op grond van artikel 126nda Wetboek van Strafvordering, van [bedrijf] [plaats] , de camerabeelden van de bovengenoemde opslagunit gevorderd en verkregen.

Onderzoek camerabeelden

Ik heb onderzoek gedaan naar de bovengenoemde camerabeelden aan de hand van het door [bedrijf] verstrekte logboek. Ik zag dat de beelden over de periode van 25 mei 2018 omstreeks 19:52 uur tot 18 juli 2018 omstreeks 09:39 uur zijn verstrekt. In het logboek staan de datums en tijdstippen waarop de persoonlijke toegangscode voor opslagunit [nummer 2] is gebruikt. (…)

Ik merk op dat de persoon welke is afgebeeld op de meest linker foto (persoon 1), regelmatig op de camerabeelden te zien is.

Mastercases verpakkingen met vermoedelijk illegale sigaretten

Op de camerabeelden zag ik persoon 1 en persoon 3 met zogenoemde mastercase verpakkingen lopen. Gelet op de bevindingen van 18 juli 2018 heb ik het vermoeden dat de bovengenoemde mastercase verpakkingen illegale sigaretten bevatten. In een mastercase zitten 50 sloffen sigaretten met in elke slof 200 sigaretten. (…) Ik heb drie schermafbeeldingen als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.7

Vermoedelijke levering illegale sigaretten met internationaal karakter

Opmerkelijk is dat hierboven afgebeelde persoon 3 zich verplaatst in een auto met Duitse kentekenplaten ( [kenteken] ) en dat hij twee keer op de camerabeelden te zien is, namelijk op 18 juni 2018 en 20 juni 2018. Persoon 1 is daarbij aanwezig. Het vermoeden bestaat dat persoon 3 illegale sigaretten heeft gekocht en deze door persoon 1 geleverd krijgt.8 (…)

Bevoorrading van de opslagunit

Ik zag op de camerabeelden dat op 14 juni 2018 omstreeks 18:15 uur, 14 juni 2018 omstreeks 18:44 uur, 17 juli 2018 omstreeks 20:48 uur vermoedelijk opslagunit [nummer 2] , door persoon 1 wordt aangevuld met illegale sigaretten.’

En in het OPV het volgende:9

‘Op de foto's F-063 en F-064 is te zien dat een manspersoon, vermoedelijk de verdachte [echtgenoot] , op 14 juni 2018 omstreeks 18.16 uur vanuit een zwarte bestelbus ten name van [A] dozen lost in opslagunit [nummer 2] .

Op de foto’s F-065 en F-066 is te zien dat een manspersoon, vermoedelijk de verdachte [echtgenoot] , op 14 juni 2018 omstreeks 18.47 uur vanuit een witte bestelbus dozen lost in opslagunit [nummer 2] .

Op de foto's F-067 en F-068 is te zien dat een manspersoon, vermoedelijk de verdachte [echtgenoot] , op 17 juli 2018 omstreeks 20.50 uur vanuit een zwarte bestelbus dozen lost in opslagunit [nummer 2] .’

De foto’s F-063 tot en met F-06810 zijn opgenomen in de aanvulling op het OPV.

2.9.

De aanvulling op het OPV bevat verder een proces-verbaal van verhoor van belanghebbende (G-004-01)11 op 29 maart 2019. Hierin is – voor zover van belang – het volgende in opgenomen:

Vraag verbalisanten:

Tonen gehoorde een huurcontract ( [huurcontract] ) voor unitnummer [nummer 2] bij [bedrijf] Mini Opslag vesting [plaats] aan de [adres 1] , ingaande 23-05-2017 en vragen gehoorde wat zij hierover kan verklaren?

Antwoord gehoorde:

“Het is ongeveer een jaar of twee geleden gebeurd, een kennis van mijn man van [buitenlandse] afkomst heeft ons gevraagd om deze box te huren. Die kennis van mijn man heeft een zaak in [plaats] . Die kennis van mijn man gebruikt dit magazijn voor zijn zaak. Het klopt dat het huurcontract op onze naam staat. Wij betalen de huur niet, de kennis van onze man betaald en gebruikt de ruimte. U vraagt mij naar de naam van de kennis van mijn man. Ik weet het niet. Zijn naam is [buitenlandse] , hij heeft zijn naam ooit genoemd maar ik ben het vergeten.”

Mededeling verbalisanten:

Tonen gehoorde nogmaals dit huurcontract ( [huurcontract] ) en wijzen gehoorde op punt 2A van deze huurovereenkomst waar vermeld staat “huurder: Mevrouw [mevrouw] ”.

Vraag verbalisanten:

Wat kunt u hierover verklaren?

Antwoord gehoorde:

“Dat is mijn naam [mevrouw] .”

Mededeling verbalisanten:

Tonen gehoorde nogmaals dit huurcontract ( [huurcontract] ) en wijzen gehoorde op punt 2B van deze huurovereenkomst waar vermeld staat “ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door [belanghebbende] ”.

Vraag verbalisanten:

Wie is [belanghebbende] en heeft zij u hiervoor om toestemming gevraagd?

Antwoord gehoorde:

“Dat ben ik, [voornaam] is mijn voornaam, maar zonder H omdat je het uitspreekt zonder H. Dit is mijn complete naam.” (…)

Vraag verbalisanten:

Kent u de persoon [persoon 1] uit [plaats] ?

Antwoord gehoorde:

“Ik weet wel dat de voornaam met een H begint. De achternaam ken ik niet. Ik heb de man één keer gezien. U vraagt mij of [persoon 1] de kennis is van mijn man, ik kan u vertellen dat het misschien kan zijn. U vraagt mij waar ik die kennis van mijn man heb gezien. Dat was op het moment dat wij het contract gingen registeren en dat was in [plaats] , maar ik weet niet waar. U vraagt mij of wij iets hebben gekregen/ontvangen om het contract op mijn naam te zetten. Het was de bedoeling om hulp te bieden aan die persoon, wij hebben hier niets voor gekregen.’

Ten aanzien van een drietal foto’s heeft belanghebbende verklaard dat daarop haar echtgenoot te zien is. In de aanvulling op het OPV is hierover het volgende opgenomen12:

Vraag verbalisanten:

Tonen gehoorde een afdruk van een foto (AMB059-bijlage 1) en vragen gehoorde wie dit zijn?

Antwoord gehoorde:

“De man op de foto is mijn man, die vrouw op de foto is mijn dochter. U vraagt mij of de vrouw op de foto dezelfde vrouw is die vanmorgen de deur opende. Ja dat is zij.” (…)

Vraag verbalisanten:

Tonen gehoorde een afdruk van een foto (AMB059-bijlage 4) en vragen gehoorde wie dit zijn?

Antwoord gehoorde:

“De linker man met het gestreepte shirt is mijn man (…)”

Vraag verbalisanten:

Tonen gehoorde een afdruk van een foto (AMB059-bijlage 5) en vragen gehoorde wie dit zijn?

Antwoord gehoorde:

“De linker man is mijn echtgenoot (…).”

2.10.

De inspecteur heeft met dagtekening 5 augustus 2020 de naheffingsaanslag accijns van € 126.611 aan belanghebbende opgelegd.

2.11.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag vernietigd, bepaald dat de inspecteur het griffierecht van € 181 aan belanghebbende moet vergoeden en de inspecteur veroordeeld tot betaling van € 1.518 aan proceskosten aan belanghebbende.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of belanghebbende als belastingplichtige in de zin van de Wet op de accijns (hierna: WA) kan worden aangemerkt.

Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een belastbaar feit voor de WA. Voor het geval de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd, is de berekening van de naheffingsaanslag niet in geschil.

3.2.

De inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en tot ongegrondverklaring van het bij de rechtbank ingestelde beroep.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing