Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-09-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2946, 21/1284
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-09-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2946, 21/1284
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 18 september 2024
- Datum publicatie
- 23 januari 2025
- Annotator
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2021:4446, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 21/1284
- Relevante informatie
- Art. 6.17 Wet IB 2001, Art. 6.20 Wet IB 2001, Art. 6.39 Wet IB 2001, Art. 8 AWR, Art. 67a AWR, Art. 4a UR AWR 1994
Inhoudsindicatie
De inspecteur heeft een aanslag IB/PVV voor het jaar 2018 en een verzuimboete opgelegd.
Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht geen rekening heeft gehouden met zorgkosten en giften. De zorgkosten die (mogelijk) voor aftrek in aanmerking komen, komen namelijk niet boven het drempelbedrag uit. Belanghebbende heeft verder geen stukken laten zien die de door hem geclaimde giftenaftrek onderbouwen. Het hof vindt de door de inspecteur opgelegde boete wel te hoog, en acht een boete van € 100 in dit geval passend en geboden.
Het beroep is gegrond.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 21/1284
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] (Duitsland),
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 2 september 2021, nummer BRE 20/6981, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) over het jaar 2018 opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht en bij beschikking een verzuimboete opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar (deels) gegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende, samen met zijn echtgenote [echtgenote] , en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.
2 Feiten
Belanghebbende, geboren op [geboortedatum] 1951, woont sinds 2007 samen met zijn echtgenote in Duitsland aan de [adres] in [woonplaats] . Zij zijn eigenaar van die woning en waren in het onderhavige jaar ook eigenaar van een woning in Nederland.
Blijkens het overzicht Fiscale Loon Gegevens (hierna: FLG) van de Belastingdienst heeft belanghebbende in 2018 de volgende uitkeringen ontvangen;
- -
-
Sociale Verzekeringsbank € 8.274; ingehouden loonheffing € 0
- -
-
Aegon Levensverzekering N.V. € 18.475; ingehouden loonheffing € 414
Tot de gedingstukken behoort een jaaropgave 2018 van [bank] betreffende de hypotheek die op de woning in Duitsland is gevestigd. Daarop zijn de volgende bedragen vermeld: - rentelasten (Zinsen) € 2.257,43
- aflossing (Tilgung) € 1.636,93 en
- restkapitaal per 31 december 2018 € 47.800,16
Op 16 september 2019 heeft belanghebbende een “Einkommenserklärung 2018 Beschrankt steuerpflichtige Steuerauslander” (hierna: de inkomensverklaring) ingediend. Als bijlage heeft belanghebbende een handgeschreven optelling van het verzamelinkomen meegestuurd. Op de inkomensverklaring is onder meer vermeld:
“Sie benötigen diese Einkommenserklarung, wenn Sie als beschrankt steuerpflichtiger Steuerauslander eine Steuererklarung in den Niederlanden abgeben.”
Belanghebbende is per brief van 28 februari 2019 uitgenodigd om de aangifte IB/PVV 2018 uiterlijk voor 1 juli 2019 in te dienen (hierna: de aangiftebrief). Over de wijze van het doen van aangifte vermeldt de aangiftebrief het volgende:
“Hoe doet u aangifte?
U kunt online aangifte doen op twee manieren: met uw gebruikersnaam en wachtwoord of op Mijn Belastingdienst (met uw DigiD). (…) Hebt u geen gebruikersnaam en wachtwoord of DigiD? Op www.belastingdienst.nl/internationaal leest u wat u dan kunt doen.
Wilt u aangifte doen op papier? Dan gebruikt u het C-aangifteformulier dat u per post ontvangt.”
Met dagtekening 31 juli 2019 is aan belanghebbende een herinneringsbrief gestuurd waarin een uiterste reactiedatum van 21 augustus 2019 staat vermeld.
Met dagtekening 28 oktober 2019 is aan belanghebbende een aanmaning verzonden. In de aanmaning is vermeld dat de aangifte uiterlijk 18 november 2019 door de inspecteur moet zijn ontvangen. Ook is in de aanmaning vermeld dat als de aangifte niet op tijd is ontvangen, belanghebbende een boete kan krijgen.
Met dagtekening 26 februari 2020 heeft de inspecteur de aanslag IB/PVV opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.749 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.516. Daarbij is een verzuimboete van € 369 opgelegd wegens het niet doen van aangifte en is € 131 aan belastingrente in rekening gebracht.
Op een op 6 maart 2020 door de inspecteur ontvangen aangiftebiljet heeft belanghebbende een verzamelinkomen van € 22.573 aangegeven, gespecificeerd als volgt:
Sociale Verzekeringsbank € 8.274; ingehouden loonheffing € 447
Aegon Levensverzekering N.V. € 18.475; ingehouden loonheffing € 414
Eigenwoningforfait € 560
Af: hypotheekrente € 2.257
Af: specifieke zorgkosten € 2.359
Af: giftenaftrek € 120
Verzamelinkomen € 22.573
In de uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur het bij de aanslag vastgestelde belastbare inkomen uit sparen en beleggen verminderd tot € 0 en het belastbare inkomen uit werk en woning, tevens verzamelinkomen, verminderd tot € 25.052, als volgt opgebouwd:
Sociale Verzekeringsbank € 8.274; ingehouden loonheffing € 0
Aegon Levensverzekering N.V. € 18.475; ingehouden loonheffing € 414
Eigenwoningforfait € 560
Af: hypotheekrente € 2.257
Verzamelinkomen € 25.052
Verder is de aanslag PVV vernietigd omdat belanghebbende niet premieplichtig is in Nederland. De belastingrente is verminderd tot € 26. De verzuimboete is in stand gebleven.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
-
Is de aanslag zoals deze luidt na bezwaar tot een te hoog bedrag vastgesteld?
-
Is de verzuimboete terecht opgelegd?
Belanghebbende concludeert tot mindering van de aanslag en vernietiging van de boete. De inspecteur concludeert bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.