Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-11-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3486, 23/1585, 23/1586, 23/1587, 23/1588
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 06-11-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3486, 23/1585, 23/1586, 23/1587, 23/1588
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 november 2024
- Datum publicatie
- 27 februari 2025
- Annotator
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:7164, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/1585, 23/1586, 23/1587, 23/1588
- Relevante informatie
- Art. 6:11 Awb
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft niet binnen zes weken bezwaar gemaakt tegen de aan hem opgelegde aanslagen. Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 23/1585, 23/1586, 23/1587, 23/1588
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] BV,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 oktober 2023, nummers BRE 21/4917 t/m 21/4920, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor de onroerende zaak [adres]
in [vestigingsplaats] (hierna: de onroerende zaak), de volgende aanslagen opgelegd:
- -
-
een aanslag reinigingsrecht voor het jaar 2020;
- -
-
de op één biljet vermelde aanslagen onroerendezaakbelasting gebruiker, rioolheffing gebruiker en reclamebelasting voor het jaar 2020;
- -
-
een aanslag precariobelasting voor het jaar 2020;
- -
-
de op één biljet vermelde aanslagen onroerendezaakbelasting gebruiker, rioolheffing gebruiker, reinigingsrecht en reclamebelasting voor het jaar 2021.
Belanghebbende heeft in één brief bezwaar gemaakt tegen deze aanslagen. De heffingsambtenaar heeft uitspraken gedaan en de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.
De zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, bijgestaan door zijn echtgenote [echtgenote] . Namens de heffingsambtenaar is verschenen [heffingsambtenaar] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende is op 1 januari 2020 en op 1 januari 2021 gebruiker van de onroerende zaak.
In de onroerende zaak was tot 9 oktober 2021 de schoenenwinkel van belanghebbende gevestigd.
Aan belanghebbende zijn de in 1.1 genoemde aanslagen opgelegd.
De aanslag reinigingsrecht 2020, met dagtekening 31 januari 2020, is door belanghebbende op 26 februari 2020 betaald.
Met dagtekening 29 januari 2021 verzoekt belanghebbende de gemeente om een betalingsregeling voor de aanslagen onroerendezaakbelasting gebruiker, rioolheffing gebruiker en reclamebelasting voor het jaar 2020 met dagtekening 30 november 2020 en de aanslag precariobelasting met dagtekening 31 december 2020.
Met dagtekening 9 februari 2021 verzoekt belanghebbende de gemeente om een betalingsregeling voor de aanslagen onroerendezaakbelasting gebruiker, rioolheffing gebruiker, reinigingsrecht en reclamebelasting voor het jaar 2021 met dagtekening 31 januari 2021.
Met dagtekening 8 juni 2021 vraagt belanghebbende de gemeente om twee jaar uitstel van betaling.
Met dagtekening 5 augustus 2021 verleent de gemeente belanghebbende uitstel van betaling voor onder andere de nog niet betaalde aanslagen, genoemd in 2.5 en 2.6, tot 31 juli 2022.
Belanghebbende heeft bij brief van 24 augustus 2021, door de heffingsambtenaar ontvangen op 26 augustus 2021, bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de vier in 1.1 genoemde aanslagen in de uitspraken van 5 oktober 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de bezwaren van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en vernietiging van de aanslagen. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.