Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13-11-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3559, 22/1153 en 22/1154
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13-11-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3559, 22/1153 en 22/1154
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 13 november 2024
- Datum publicatie
- 27 februari 2025
- Annotator
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2024:3559
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2022:2098, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 22/1153 en 22/1154
Inhoudsindicatie
IB/PVV. Rozenkwekerij en webwinkel kwalificeren niet als bron van inkomen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een objectieve voordeelverwachting. Verder is onvoldoende onderbouwd dat recht bestaat op een hogere aftrek voor zakelijke kosten. Hoger beroep ongegrond. Gelet op HR 17 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1370, maakt belanghebbende aanspraak op een immateriële schadevergoeding.
Uitspraak
Team belastingrecht
Enkelvoudige belastingkamer
Nummer: 22/1153 en 22/1154
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 21 april 2022, nummers BRE 21/161 en 21/667, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur,
en
de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid),
hierna: de minister.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft de aanslagen inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) voor de jaren 2017 en 2018 opgelegd (hierna: de aanslagen). Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht (hierna: de rentebeschikkingen).
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen. De inspecteur heeft uitspraken op bezwaar gedaan en het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2017 niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2018 ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.
De inspecteur heeft het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2017 in behandeling genomen als een verzoek om ambtshalve vermindering en dit verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking afgewezen. Partijen hebben bij de rechtbank ingestemd met een rechtstreeks beroep tegen de afwijzingsbeschikking.
De rechtbank heeft het beroep met betrekking tot het jaar 2017 ongegrond en het beroep met betrekking tot het jaar 2018 gegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2023 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen, belanghebbende, en, namens de inspecteur, [inspecteur] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Sinds [datum] 1999 presenteert belanghebbende zijn activiteiten als een onderneming in de vorm van een eenmanszaak, genaamd [onderneming] (hierna: [onderneming] ). Belanghebbende heeft een groot aantal variërende activiteiten verricht, bijvoorbeeld een adviesbureau voor mens, natuur, techniek en realisatie, een markthandel in sieraden, kristallen en hobbymaterialen, edelstenen en mineralen, biologisch geteelde planten, bomen en bloemen, een biologische rozenkwekerij en een poffertjeskraam.
In de jaren 2017 en 2018 heeft belanghebbende zorgtaken verricht in het kader van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb). In de aangiften IB/PVV over deze jaren heeft belanghebbende de inkomsten met deze werkzaamheden (hierna: de pgb-werkzaamheden) als winst uit onderneming aangegeven.
In het jaar 2017 is belanghebbende gestart met chauffeurswerkzaamheden voor [bedrijf 1] . De inkomsten van deze werkzaamheden heeft belanghebbende in de aangiften IB/PVV voor de jaren 2017 en 2018 aangegeven als loon uit dienstbetrekking.
In het jaar 2018 is belanghebbende tevens werkzaam geweest als chauffeur voor [bedrijf 2] (hierna: de chauffeurswerkzaamheden). In de aangifte IB/PVV heeft belanghebbende deze inkomsten als winst uit onderneming aangegeven.
In de jaren 2017 en 2018 heeft belanghebbende daarnaast activiteiten verricht in het kader van een rozenkwekerij en een webwinkel. De webwinkel was te vinden op [website] .
In de aangiften IB/PVV over 2008 tot en met 2019 heeft belanghebbende omtrent de activiteiten in het kader van [onderneming] de volgende gegevens opgenomen:
Jaar |
Omzet |
Kosten |
Buitengewone baten |
Winst (voor ondernemersaftrek) |
2008 |
€ 6.914 |
€ 18.895 |
-/- € 11.981 |
|
2009 |
€ 3.083 |
€ 12.324 |
-/- € 9.241 |
|
2010 |
€ 3.407 |
€ 8.397 |
-/- € 4.990 |
|
2011 |
€ 3.912 |
€ 15.576 |
-/- € 11.664 |
|
2012 |
€ 6.900 |
€ 22.125 |
-/- € 15.225 |
|
2013 |
€ 6.277 |
€ 30.888 |
€ 825 |
-/- € 23.786 |
2014 |
€ 2.374 |
€ 23.658 |
-/- € 21.284 |
|
2015 |
€ 1.686 |
€ 24.381 |
-/- € 22.695 |
|
2016 |
€ 136 |
€ 14.673 |
€ 5.704 |
-/- € 8.833 |
2017 |
€ 4.096 |
€ 10.468 |
-/- € 6.372 |
|
2018 |
€ 15.034 |
€ 12.925 |
€ 513 |
€ 2.622 |
2019 |
€ 28.533 |
€ 17.206 |
€ 11.327 |
Uit de door de adviseur van belanghebbende gegeven toelichting op de aangiften volgt dat:
- -
-
in 2017 € 1.467 van de omzet en € 8.845 van de kosten ziet op de rozenkwekerij en de webwinkel, resulterend in een negatief resultaat van € 7.378. De resterende omzet en kosten zien op de pgb-werkzaamheden.
- -
-
in 2018 € 1.880 van de omzet en € 11.435 van de kosten ziet op de rozenkwekerij en de webwinkel, resulterend in een negatief resultaat van € 9.555. De resterende omzet en kosten zien op de chauffeurs- en pgb-werkzaamheden.
- in 2019 € 5.246 van de omzet en € 14.895 van de kosten ziet op de rozenkwekerij en de webwinkel, resulterend in een negatief resultaat van € 9.649. De resterende omzet en kosten zien op de chauffeurs- en pgb-werkzaamheden.
Belanghebbende huurde een brievenbus en opslagruimte in [plaats] . In 2017 en 2018 heeft belanghebbende respectievelijk € 4.483 en € 4.926 aan huisvestingskosten gemaakt. Deze kosten zijn volledig toegerekend aan de omzet van de rozenkwekerij en de webwinkel.
In de aangifte IB/PVV voor het jaar 2017 heeft belanghebbende een inkomen uit werk en woning aangegeven van € 23.913, bestaande uit de volgende inkomsten:
Omzet rozenkwekerij/webwinkel |
€ 1.467 |
|
Pgb-werkzaamheden |
€ 2.629 |
|
Kosten |
€ 10.468 (-/-) |
|
MKB-winstvrijstelling |
€ 892 (-/-) |
|
Winst uit onderneming |
€ 5.480 -/- |
|
Loon uit dienstbetrekking |
€ 6.072 |
|
Loon uit vroegere dienstbetrekking |
€ 22.648 |
|
Buitenlands inkomen |
€ 673 + |
|
Box 1-inkomen |
€ 23.913 |
Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2017 is de inspecteur afgeweken van de door belanghebbende ingediende aangifte. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende geen winst uit onderneming geniet, omdat de rozenkwekerij en de webwinkel geen bron van inkomen vormen en de inkomsten uit pgb-werkzaamheden resultaten uit overige werkzaamheden zijn. De door belanghebbende aangegeven vaste telefoonkosten zijn niet in aftrek toegestaan. De mobiele telefoonkosten en internetkosten zijn beperkt tot een aftrek van 50%. De aanslag is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 31.068, bestaande uit de volgende inkomsten:
Loon uit dienstbetrekking |
€ 6.072 |
|
Loon uit vroegere dienstbetrekking |
€ 22.648 |
|
Buitenlands inkomen |
€ 673 |
|
Pgb-werkzaamheden |
€ 2.269 |
|
Daaraan toegerekende kosten |
€ 594 (-/-) |
|
Resultaat uit overige werkzaamheden |
€ 1.675 + |
|
Box 1-inkomen |
€ 31.068 |
In de aangifte IB/PVV voor het jaar 2018 heeft belanghebbende een inkomen uit werk en woning aangegeven van € 34.694, bestaande uit de volgende inkomsten:
Omzet chauffeurswerkzaamheden |
€ 9.764 |
|
Omzet rozenkwekerij/webwinkel |
€ 1.880 |
|
Pgb-werkzaamheden |
€ 3.390 |
|
Kosten |
€ 12.925 (-/-) |
|
Buitengewone bate |
€ 513 |
|
Zelfstandigenaftrek |
€ 2.622 (-/-) |
|
Belastbare winst uit onderneming |
€ 0 |
|
Loon uit dienstbetrekking |
€ 11.158 |
|
Loon uit vroegere dienstbetrekking |
€ 22.863 |
|
Buitenlands inkomen |
€ 673 |
|
Box 1-inkomen |
€ 34.694 |
Bij het opleggen van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2018 is de inspecteur afgeweken van de door belanghebbende ingediende aangifte. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de winst uit onderneming enkel bestaat uit de resultaten van de chauffeurswerkzaamheden voor [bedrijf 2] . De rozenkwekerij en de webwinkel vormen geen bron van inkomen. De inkomsten uit pgb-werkzaamheden zijn door de inspecteur aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden en zijn verminderd met de door de inspecteur vastgestelde daarbij horende kosten (telefoonkosten, internetkosten, computerkosten en zakelijke kilometers). De door belanghebbende aangegeven vaste telefoonkosten zijn niet in aftrek toegestaan. De aftrek van de mobiele telefoonkosten en internetkosten is beperkt tot 50%, waarbij 25% in aanmerking is genomen als kosten ten aanzien van de chauffeurswerkzaamheden en 25% in het kader van de pgb-werkzaamheden. De computerkosten en zakelijke kilometers zijn voor 50% in aanmerking genomen als kosten ten aanzien van de chauffeurswerkzaamheden en 50% van de kosten zijn in aanmerking genomen in het kader van het persoonsgebonden budget. De aanslag is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 37.569, bestaande uit de volgende inkomsten:
Omzet chauffeurswerkzaamheden |
€ 9.764 |
|
Kosten |
€ 515 (-/-) |
|
Zelfstandigenaftrek |
€ 3.640 (-/-) |
|
Zelfstandigenaftrek voorgaande jaren |
€ 5.609 (-/-) |
|
Belastbare winst uit onderneming |
€ 0 |
|
Loon uit dienstbetrekking |
€ 11.158 |
|
Loon uit vroegere dienstbetrekking |
€ 22.863 |
|
Buitenlands inkomen |
€ 673 |
|
Pgb-werkzaamheden |
€ 3.390 |
|
Daaraan toegerekende kosten |
€ 515 (-/-) |
|
Resultaat uit overige werkzaamheden |
€ 2.875 + |
|
Box 1-inkomen |
€ 37.569 |
Tevens is een (impliciete) beschikking niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek afgegeven ten bedrage van € 2.773.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB/PVV 2017 en 2018. Het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2017 is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het bezwaar is tevens in behandeling genomen als een verzoek om ambtshalve vermindering, welk verzoek is afgewezen. Het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2018 is ongegrond verklaard.
In de beroepsfase heeft de inspecteur het standpunt ingenomen dat voor het jaar 2018 de verleende aftrek van kosten voor € 14 te laag is geweest. Dit bedrag zit in de in aanmerking genomen kosten voor mobiele telefonie en internet. Zowel het bedrag van de aan de pgb-werkzaamheden toegerekende kosten als de ondernemingskosten dient met € 7 verhoogd te worden. Het belastbaar inkomen uit werk en woning bedraagt dan € 37.562 en het bedrag aan niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt dan verhoogd tot € 2.780. Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep met betrekking tot het jaar 2018 gegrond verklaard.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:
-
Kwalificeren de rozenkwekerij en de webwinkel als een bron van inkomen voor belanghebbende?
-
Dient een hoger bedrag aan telefoon- en internetkosten in aftrek toegelaten te worden?
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.