Vrijgestelde WKR-loonbestanddelen vallen onder loonbegrip voor pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding
Vrijgestelde WKR-loonbestanddelen vallen onder loonbegrip voor pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding
Gegevens
- Nummer
- 2025/600
- Publicatiedatum
- 4 april 2025
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Arbeid, loon en resultaat
- Relevante informatie
In 2018 is de dienstbetrekking tussen belanghebbende en een werknemer beëindigd. Deze werknemer kwam tot dat moment in aanmerking voor toepassing van de 30%-regeling. De werknemer heeft in 2018 en 2019 van belanghebbende vertrekvergoedingen gekregen van in totaal € 8,3 mln. De inspecteur heeft vanwege de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding in de zin van art. 32bb Wet LB een naheffingsaanslag loonbelasting aan belanghebbende opgelegd van 75% van € 8,3 mln, ofwel € 6,2 mln. Bij de berekening van de excessieve vertrekvergoeding zijn de aan de werknemer toe te rekenen (individualiseerbare) eindheffingsbestanddelen, waaronder de vergoedingen in het kader van de 30%-regeling, tot het loon gerekend. Hof Den Bosch (21 februari 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:521, ) heeft belanghebbende in het gelijk gesteld door te oordelen dat de vrijgestelde WKR-loonbestanddelen niet tot het loon in de zin van art. 32bb Wet LB behoren. De naheffingsaanslag is daarom verminderd tot € 4,7 mln. De staatssecretaris heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en oordeelt onder verwijzing naar de conclusie van A-G Pauwels (20 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1422, ) dat ook na de invoering van de WKR het Wet LB-loonbegrip onverkort leidend is voor het art. 32bb-loonbegrip. Dit betekent dat onder het art. 32bb-loonbegrip ook loonbestanddelen vallen die zijn aangewezen als WKR-bestanddelen en onder de WKR zijn vrijgesteld. De naheffingsaanslag van € 6,2 mln. blijft daarom in stand.
(Volgt vernietiging van de hof- en rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring van het tegen de uitspraak van de inspecteur ingestelde beroep.)