Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-08-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2778, 22/00305

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-08-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2778, 22/00305

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30 augustus 2023
Datum publicatie
20 oktober 2023
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:2778
Formele relaties
Zaaknummer
22/00305
Relevante informatie
Art. 7 lid 1 Wet OB 1968, Art. 15 lid 1 Wet OB 1968

Inhoudsindicatie

Geen aftrek omzetbelasting van bouwkosten van nieuwbouwwoning voor geïntegreerde zonnepanelen. Tegen een hersteluitspraak van de rechtbank staat geen hoger beroep open (ECLI:NL:HR:2013:1449).

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 22/00305

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 19 januari 2022, nummer BRE 20/9360, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft met betrekking tot het jaar 2019 bij aangifte om teruggaaf van omzetbelasting verzocht (hierna: het teruggaafverzoek). De inspecteur heeft het teruggaafverzoek bij beschikking gedeeltelijk afgewezen (hierna: de teruggaafbeschikking).

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de teruggaafbeschikking. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft schriftelijk op het verweerschrift gereageerd.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2023 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen als gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde] , en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .

1.7.

Belanghebbende heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en aan de andere partij.

1.8.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.9.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen is verzonden.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende heeft een woning laten bouwen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). Op de woning zijn 97 geïntegreerde zonnepanelen geïnstalleerd. Geïntegreerde zonnepanelen verschillen van niet-geïntegreerde zonnepanelen doordat de eerstgenoemde zonnepanelen tevens als dakbedekking dienen.

2.2.

De met betrekking tot de levering en montage van de zonnepanelen in rekening gebrachte omzetbelasting bedraagt € 3.159,85. Daarnaast is omzetbelasting aan belanghebbende in rekening gebracht met betrekking tot de overige bouwkosten, waaronder wordt verstaan de bouwkosten exclusief de kosten die samenhangen met de levering en montage van de zonnepanelen (hierna: de overige bouwkosten).

2.3.

De stroom die door belanghebbende niet wordt gebruikt, wordt geleverd aan het energiebedrijf. Belanghebbende is voor de levering van opgewekte stroom aan het energiebedrijf aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB 1968). Belanghebbende heeft geen andere belaste activiteiten. Belanghebbende heeft de woning tot het ondernemingsvermogen gerekend.

2.4.

Op 30 juni 2020 heeft belanghebbende met betrekking tot het jaar 2019 aangifte omzetbelasting gedaan (hierna: de aangifte). In de aangifte is verzocht om teruggaaf van € 13.521, met dien verstande dat de verschuldigde omzetbelasting is gesteld op € 180 en de voorbelasting op € 13.701. De in de aangifte geclaimde aftrek van voorbelasting heeft zowel betrekking op de zonnepanelen als op de overige bouwkosten. Belanghebbende heeft de berekening van de met betrekking tot de overige bouwkosten in aanmerking te nemen aftrek gebaseerd op de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 november 2017.1

2.5.

Bij teruggaafbeschikking van 1 augustus 2020 heeft de inspecteur de in de aangifte geclaimde teruggaaf gedeeltelijk afgewezen. De inspecteur heeft uitsluitend aftrek van voorbelasting verleend met betrekking tot de zonnepanelen en heeft aftrek van voorbelasting met betrekking tot de overige bouwkosten geweigerd. De inspecteur heeft de voorbelasting vastgesteld op € 3.159 en de verschuldigde omzetbelasting op € 180 resulterend in een teruggaaf van € 2.979.

2.6.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de teruggaafbeschikking. Bij uitspraak op bezwaar van 15 oktober 2020 heeft de inspecteur het bezwaar afgewezen.

2.7.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de teruggaafbeschikking vastgesteld op een bedrag van € 3.160, de inspecteur veroordeeld in de kosten van bezwaar en beroep van, in totaal, € 704 en gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 178 aan hem vergoedt. Bij berekening van de (proces)kostenvergoeding heeft de rechtbank een wegingsfactor van 0,25 gehanteerd.

2.8.

Nadat de rechtbank op 19 januari 2022 uitspraak had gedaan heeft de inspecteur bij beschikking van 18 februari 2022 de teruggaaf ambtshalve vastgesteld op een bedrag van € 2.980. Het bijstellen van de teruggaafbeschikking van € 2.979 naar € 2.980 heeft te maken met correctie van een afrondingsfout.

2.9.

Nadat op 23 februari 2023 belanghebbende hoger beroep had ingesteld bij het hof en het hof de rechtbank bij brief van 10 maart 2022 op de hoogte had gesteld van dit hoger beroep heeft de rechtbank vervolgens op 9 mei 2022 een hersteluitspraak gedaan,2 waarin de rechtbank een omissie in het dictum van de onder 2.7 genoemde uitspraak heeft hersteld. Bij hersteluitspraak is de teruggaafbeschikking nader vastgesteld op een bedrag van € 2.980 in plaats van € 3.160.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

1. Is de teruggaafbeschikking tot een te laag bedrag vastgesteld?

2. Heeft de rechtbank de (proces)kostenvergoeding voor bezwaar en beroep tot een te laag bedrag vastgesteld?

3.2.

Belanghebbende concludeert tot verhoging van de teruggaafbeschikking en (proces)kostenvergoeding. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing