Home

Gerechtshof Den Haag, 18-01-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:41, BK-22/00255 en BK-22/00256

Gerechtshof Den Haag, 18-01-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:41, BK-22/00255 en BK-22/00256

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18 januari 2023
Datum publicatie
1 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:41
Formele relaties
Zaaknummer
BK-22/00255 en BK-22/00256
Relevante informatie
Art. 16 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Art. 16, aanhef en letter a en d, Wet WOZ.

Objectafbakening. Twee tuinbouwbedrijven, die meer dan 2 kilometer uit elkaar zijn gelegen, afzonderlijk voor het productieproces zijn uitgerust en operationeel zijn alsmede afzonderlijk verkoopbaar zijn, vormen geen samenstel in de zin van de Wet WOZ.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-22/00255 en BK-22/00256

in het geding tussen:

(gemachtigde: E. Staas)

en

( […] )

inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 2 februari 2022, nummers SGR 21/1106 en SGR 21/1112.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft bij beschikkingen van 29 februari 2020 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde per 1 januari 2019 van de onroerende zaken, plaatselijk bekend als [adres 1] (BK-22/00255; SGR 21/1106) en [adres 2] (BK-22/00256; SGR 21/1112), te [woonplaats] , voor het jaar 2020 vastgesteld op respectievelijk € 2.653.000 en € 2.082.000 (de beschikkingen).1

1.2.

Met de beschikkingen zijn in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de door de gemeente Westland aan belanghebbende voor het jaar 2020 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelasting ter zake van de eigendom en het gebruik van de onroerende zaken alsmede de door de gemeente aan belanghebbende opgelegde aanslagen rioolheffing, eveneens ter zake van de eigendom en het gebruik van de onroerende zaken (de aanslagen).

1.3.

Bij in één geschrift bekend gemaakte uitspraken op bezwaar heeft de Heffingsambtenaar het bezwaar tegen de beschikkingen en de aanslagen ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Er is in totaal € 720 aan griffierecht geheven. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 548. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. De Heffingsambtenaar heeft op 8 september 2022 een nader stuk ingediend.

1.6.

De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 7 december 2022 te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

Belanghebbende, die onder de naam [A] een kwekerij voor pot- en groenteplanten exploiteert, is op 1 januari 2020 eigenaar en gebruiker van de onroerende zaken. In het bedrijf worden onder andere potrozen, potchrysanten, celosia's, calimero's, tomaten-, paprika-, en aubergineplanten (op)gekweekt. De onroerende zaak [adres 1]2 is sinds 2007 en de onroerende zaak [adres 2]3 is sinds 2017 bij belanghebbende in eigendom.

2.2.

De [adres 1] is een glastuinbouwlocatie, bestaande uit glasopstanden, een opslagruimte met koelcellen, een kantine/kleedruimte voor personeel en een kantoorruimte. De onroerende zaak omvat per 1 januari 2020 kadastraal de percelen grond [woonplaats] [4 kadastrale nummers] . De oppervlakte van de percelen samen bedraagt 60.432 m2.

2.3.

De [adres 2] is een glastuinbouwlocatie, bestaande uit glasopstanden, een opslagruimte met koelcellen, een kantoor/kleedruimte voor personeel en een woonhuis. De onroerende zaak omvat per 1 januari 2020 kadastraal de percelen grond [woonplaats] [7 kadastrale nummers] . De oppervlakte van deze percelen samen bedraagt 38.807 m2.

2.4.

Het productieproces van de planten vindt op beide onroerende zaken plaats. Er vindt transport plaats tussen de onroerende zaken, bijvoorbeeld om potrozen te verplaatsen naar de [adres 1] en koelcellen optimaal te benutten. Het personeel van belanghebbende is (deels) op beide onroerende zaken werkzaam.

2.5.

De afstand tussen de onroerende zaken bedraagt over de weg meer dan twee kilometer.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Heffingsambtenaar als verweerder:

“9. Artikel 16, aanhef en onder d, van de Wet WOZ luidt:

"Voor de toepassing van de wet wordt als één onroerende zaak aangemerkt:

(…)

d. een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

10. De rechtbank overweegt dat verweerder bij de objectafbakening geen beleidsvrijheid heeft. De objectafbakening vloeit immers rechtstreeks voort uit artikel 16 van de Wet WOZ en deze wordt door de rechtbank ambtshalve getoetst.

11. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een samenstel, dient de rechtbank te beoordelen, voor zover hier van belang, of de locaties naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar behoren. In het zogenoemde Schiphol-arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2003[2] is overwogen dat bij de beantwoording van de vraag in hoeverre (gedeelten van) eigendommen als een samenstel moeten worden aangemerkt, beslissend is of dat bedrijf als één samenhangend geheel moet worden beschouwd, waarbinnen alle (gedeelten van) eigendommen - die onmiskenbaar een geografisch samenhangend geheel vormen - voor één organisatorisch doel worden aangewend. Daarnaast heeft de Hoge Raad in het arrest van 13 november 2009[3] overwogen dat de vraag of derden een samenhang kunnen waarnemen weliswaar een belangrijke rol kan spelen bij de beoordeling of sprake is van een samenstel als bedoeld in artikel 16, aanhef en onder d, van de Wet WOZ, maar dat deze factor niet als enige bepalend is. Gelet op de tekst van deze bepaling dienen de omstandigheden van het geval, in onderlinge samenhang bezien, in aanmerking te worden genomen. Daartoe kunnen ook omstandigheden behoren die voor derden niet waarneembaar zijn.

12. De rechtbank overweegt dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een samenstel, binnen de kaders van de hiervóór onder 11 aangehaalde jurisprudentie, alle omstandigheden van het geval een rol kunnen spelen en dat deze omstandigheden in onderlinge samenhang moeten worden bezien. Met betrekking tot de vraag of de locaties onmiskenbaar een geografisch samenhangend geheel vormen, is de rechtbank van oordeel dat daarvan in het onderhavige geval geen sprake is. Daartoe overweegt zij dat de beide locaties op ruime afstand (twee kilometer) van elkaar liggen en dat tussen de locaties, naast wegen, een groot aantal andere (agrarische) bedrijven en woningen zijn gelegen. Gelet hierop horen de locaties niet zonder meer bij elkaar. Ook de aanwezigheid van voor eenieder duidelijk waarneembare kenmerken die erop duiden dat de locaties bij dezelfde onderneming in gebruik zijn, maakt, gezien deze aanzienlijke afstand, nog niet dat de samenhang tussen de locaties voor derden redelijkerwijs waarneembaar is. Daarnaast heeft verweerder gesteld dat de locaties individueel verkoopbaar zijn. In reactie daarop heeft eiseres ter zitting desgevraagd verklaard dat het, in verband met de noodzaak tot schaalvergroting die binnen de sector bestaat, niet relevant is op welke afstand van de oorspronkelijke locatie een eventueel nieuw aan te kopen locatie zich bevindt. Hieruit leidt de rechtbank af dat de locaties afzonderlijk van elkaar verkoopbaar zijn.

13. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat bij de waardebepaling en waardevaststelling is uitgegaan van een juiste objectafbakening in die zin dat terecht twee verschillende objecten zijn onderscheiden, voor elk waarvan een waarde is bepaald en vastgesteld.

14. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

(…)

Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing