Aflevering 17

Gepubliceerd op 28 april 2022

NTFR 2022/1707 - Oorlog en belastingen

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 geschreven door prof. mr. dr. J.L.M. Gribnau
De oorlog in Oekraïne heeft het Westen wakker geschud. Er bestaat weinig twijfel over Poetins droom van een machtig Russisch rijk. Democratie, mensenrechten, respect voor minderheden en dergelijke passen niet in het beeld van sterke staten en leiders. Poetins heerschappij is gebaseerd op macht, geweld en oorlog. Dat maak het voor fiscalisten interessant om een blik op het verleden te werpen. Oorlog kost geld, vaak veel geld – dat via belastingen kan worden verkregen. Oorlog en belastingen zijn dan ook innig met elkaar verbonden. Maar belastingen zijn ook verbonden met de ontwikkeling van ideeën over instemming, de verdeling van de belastinglast en de spreiding van macht.

NTFR 2022/1710 - Wetsvoorstel Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer aangenomen door Tweede Kamer

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022
De Tweede Kamer heeft op 19 april 2022 het wetsvoorstel Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer aangenomen (Kamerstukken 35261). Dit wetsvoorstel wijzigt bepalingen over elektronisch bestuurlijk verkeer in de Awb en onder meer enkele verwijzingen in de AWR en de IW 1990. Sinds de inwerkingtreding van de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer in 2004 hebben zich zo veel technologische en maatschappelijke ontwikkelingen voorgedaan, dat het wenselijk is om de regels over elektronisch bestuurlijk verkeer te moderniseren. Het computergebruik en het gebruik van internet hebben een hoge vlucht genomen. Daarnaast zijn er veel mogelijkheden van verkeer via de elektronische weg bij gekomen. Burgers en organisaties verwachten tegenwoordig dat bestuursorganen (zoals gemeenten) ook langs elektronische weg bereikbaar zijn. Burgers en bedrijven krijgen met dit voorstel meer mogelijkheden om via digitale kanalen met de overheid in contact te treden waarbij de keuze tussen het volgen van de elektronische of de papieren weg blijft bestaan. Het verplichte gebruik van de elektronische weg kan wel in andere wetten dan de Awb worden voorgeschreven.

NTFR 2022/1712 - Algemene Rekenkamer wil focus op handhaving Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 geschreven door mr. A.C. Smale
Op 5 april 2022 is het rapport ‘Focus op handhaving Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid’ van de Algemene Rekenkamer verschenen. In dit rapport wordt ingegaan op de handhaving van de Belastingdienst op het gebied van schijnzelfstandigheid. Meer in het bijzonder heeft de Algemene Rekenkamer onderzocht welke handhavingsinstrumenten de Belastingdienst inzet om schijnzelfstandigheid te voorkomen, op te sporen en te bestraffen. Ook is onderzocht welke knelpunten daarbij worden ervaren door de Belastingdienst, bedrijven en zelfstandigen.

NTFR 2022/1713 - NOB wil aanpassing regelgeving tijdelijke uitbreiding uren

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022
Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is de WW-premie gedifferentieerd. Bij contractflexibiliteit geldt als hoofdregel een hoog percentage. In de praktijk blijken de uitzonderingen op deze regel voor onduidelijkheden te zorgen. Soms is het ondanks een tijdelijke urenuitbreiding of vermindering toch mogelijk dat het lage percentage van toepassing is. Dit strookt niet met de oorspronkelijke bedoeling van de WAB.

NTFR 2022/1714 - Recreatiewoning kan niet als eigen woning worden aangemerkt (art. 80a Wet RO)

ECLI:NL:HR:2022:611, datum uitspraak 22-04-2022, publicatiedatum 22-04-2022
Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022
Belanghebbende was eigenaar van een woning die geheel 2015 te koop stond. Deze woning is op 31 december 2015 verkocht en is op 28 juli 2016 geleverd. Belanghebbende stond tot 1 augustus 2016 op dit adres in de BRP ingeschreven. Belanghebbende is voorts eigenaar van een recreatiewoning. Belanghebbende stond van 1 augustus 2016 tot 20 augustus 2018 op een ander adres in de BRP ingeschreven. In geschil is onder meer of belanghebbende de voor de recreatiewoning betaalde hypotheekrente kon aftrekken. Hof Den Haag 28 april 2021, nrs. 20/00765 en 20/00766, NTFR 2021/1785, heeft geoordeeld dat in 2015 en 2016 de recreatiewoning belanghebbende niet als hoofdverblijf ter beschikking stond. Daartoe heeft het hof van belang geacht dat belanghebbende nimmer in de BRP op het adres van de recreatiewoning stond ingeschreven. Daarnaast is met betrekking tot de recreatiewoning permanente bewoning op basis van de gemeentelijke verordening verboden, welk verbod, naar belanghebbende heeft verklaard, strikt werd gehandhaafd. Verder is de recreatiewoning in 2015 en 2016 (regelmatig) aan derden verhuurd. Het hof heeft dan ook geoordeeld dat de recreatiewoning niet als eigen woning kan worden aangemerkt en dat de inspecteur terecht de betaalde hypotheekrente met betrekking tot de recreatiewoning niet in aftrek heeft toegestaan.

NTFR 2022/1715 - Scheidingsregeling niet van toepassing indien geen sprake is van eigendom

ECLI:NL:PHR:2022:360, datum uitspraak 28-03-2022, publicatiedatum 15-04-2022
Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 met annotatie van mr. A.J.M. Arends
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil over de zogenoemde scheidingsregeling van art. 3.111, lid 4, Wet IB 2001. Moet een vertrekkende partner die de woning niet meer bewoont, maar die toch de eigenwoningregeling nog wil toepassen, een vorm van eigendom van de woning bezitten?

NTFR 2022/1719 - Kamervragen beantwoord over rechtsherstel Kerstarrest box 3

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022
De staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst heeft Tweede Kamervragen beantwoord over het rechtsherstel naar aanleiding van het Kerstarrest over box 3 (NTFR 2022/37). De vragen zijn gesteld naar aanleiding van twee media-artikelen over het rechtsherstel. Op bijna alle vragen geeft de staatssecretaris antwoord in de zogeheten Voorbereidingsbrief met opties voor rechtsherstel, die tegelijk met de antwoorden op de Kamervragen aan de Tweede Kamer is gestuurd.

NTFR 2022/1720 - Lijst met adviezen over juridische houdbaarheid box 3

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022
De staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst heeft de Tweede Kamer een lijst gestuurd met documenten waarin adviezen zijn uitgebracht over de vraag of de box 3-tarieven mogelijk een schending van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) opleveren. Hij heeft daarbij vooral laten zoeken naar interne nota’s aan bewindspersonen die over box 3 in samenhang met het EVRM gaan. Als bijlage bij de brief is een inventarislijst gevoegd. Daarin staan ook al eerder gepubliceerde adviezen van externen, alsmede een uitgebreid intern onderzoek dat nog niet eerder gepubliceerd is. Adviezen van de landsadvocaat om advies over box 3 in het licht van het EVRM zijn niet aangetroffen. In een apart document zijn alle documenten samengevoegd.

NTFR 2022/1728 - Lidstaat mag eisen dat landbouwregeling alleen door beide echtgenoten tezamen kan worden toegepast (W.G.)

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 met annotatie van mr. dr. J.B.O. Bijl
W.G. en haar echtgenoot – beiden landbouwers – pasten tot en met 2010 de landbouwregeling toe. Op 31 december 2010 deed W.G. afstand van de status van forfaitair belaste landbouwer door het indienen van een btw-registratieaangifte. De verwijzende rechter vraagt zich af of een lidstaat mag uitsluiten dat echtgenoten die landbouwactiviteiten binnen hetzelfde bedrijf uitvoeren als afzonderlijke btw-plichtigen kunnen worden beschouwd, met als gevolg dat enkel gezamenlijk gekozen kan worden voor het al dan niet toepassen van de landbouwregeling.

NTFR 2022/1730 - Btw-nultarief op de levering en installatie van zonnepanelen op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022
De Btw-richtlijn kent de mogelijkheid om op verschillende producten en diensten een verlaagd tarief en een nultarief toe te passen. Het is lidstaten sinds kort toegestaan om een nultarief toe te passen op de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van particuliere woningen, huisvesting en openbare en andere gebouwen die worden gebruikt voor activiteiten van algemeen belang. Het kabinet wil gebruikmaken van deze mogelijkheid om de administratieve lasten voor zonnepaneelhouders en de Belastingdienst te verminderen en investeringen in zonnepanelen te stimuleren. De consultatie betreft het wetsvoorstel voor de toepassing van een btw-nultarief op de levering en installatie van zonnepanelen op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen. Reacties worden gepubliceerd tijdens de loop van de consultatie. Alleen die reacties worden gepubliceerd waarvan is aangeven, door de inzender, dat deze openbaar mogen zijn. De einddatum voor de consultatie is 20 mei 2022.

NTFR 2022/1733 - Internetconsultatie intrekking verhuurderheffing

Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 geschreven door drs. R. van Haperen
Op 11 april 2022 heeft het kabinet het wetsvoorstel Wet intrekking verhuurderheffing opengesteld ter consultatie. In dit wetsvoorstel wordt naast de intrekking van de verhuurderheffing ook de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gewijzigd. De in die wet vastgelegde maximering van de jaarlijkse huurverhoging voor vrijesectorwoningen zal per 1 januari 2023 worden vervangen door een bij ministeriële regeling vast te stellen maximering. Door de oplopende inflatie vindt de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het onwenselijk om vast te houden aan de wettelijke inflatie + 1% zoals die was geregeld in de Wet maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten (wet Nijboer). De internetconsultatie loopt tot 9 mei 2022.

NTFR 2022/1734 - Niet opleggen primitieve aanslag tegen einde aanslagtermijn bij lopend boekenonderzoek kan tot ambtelijk verzuim leiden

ECLI:NL:HR:2022:638, datum uitspraak 22-04-2022, publicatiedatum 22-04-2022
Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 met annotatie van mr. drs. A.J. Meijer
In november 2014 liep bij belanghebbende een boekenonderzoek voor onder meer de IB/PVV 2011. Voor dat jaar is geen aangifte door hem gedaan. De inspecteur heeft geen primitieve aanslagen IB/PVV en Zvw 2011 opgelegd binnen de driejaarstermijn die ultimo 2014 verstreek. Op basis van het controlerapport van 5 januari 2017 heeft de inspecteur aan belanghebbende navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw opgelegd over 2011. Volgens Hof Den Haag (22 september 2020, nrs. 20/00001 t/m 20/00005, NTFR 2020/3488) heeft de inspecteur geen ambtelijk verzuim begaan. In cassatie houdt deze beslissing geen stand. Als uitgangspunt geldt dat de inspecteur de resultaten van een lopend boekenonderzoek dient af te wachten alvorens hij een aanslag oplegt. Doet hij dat niet, dan begaat hij als regel een ambtelijk verzuim. Dat is alleen anders indien er gegronde redenen zijn waarom het geboden is de aanslag al op te leggen voordat de boekenonderzoeksresultaten bekend zijn. Dat kan zich voordoen wanneer de primitieve aanslagtermijn bijna verstrijkt. Ook indien geen aangifte is gedaan, is de inspecteur gehouden om binnen die termijn een primitieve aanslag op te leggen indien hij bij het einde van die termijn over zodanige informatie beschikt of had behoren te beschikken dat hij op basis daarvan in redelijkheid tot de conclusie had moeten komen dat belasting is verschuldigd, en hij in verband daarmee het opleggen van een primitieve aanslag bij een behoorlijke taakuitoefening niet had mogen nalaten. De informatie waarover de inspecteur bij het einde van de aanslagtermijn had behoren te beschikken, is de informatie waarover hij op dat moment zou hebben beschikt bij een behoorlijke en voldoende voortvarende taakuitoefening. Wanneer er nog onduidelijkheid bestaat over de omvang van de belastingschuld, dient de inspecteur de primitieve aanslag te baseren op een redelijke schatting. Komen uit het vervolg van het onderzoek feiten naar voren die meebrengen dat de belastingschuld hoger is dan het geschatte bedrag, dan zijn dat nieuwe feiten die in zoverre navordering rechtvaardigen.

NTFR 2022/1735 - Geen cassatieberoep mogelijk tegen tussenbeslissing van geheimhoudingskamer van hof

ECLI:NL:HR:2022:639, datum uitspraak 22-04-2022, publicatiedatum 22-04-2022
Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 met annotatie van mr. R.C.H. Graves
Belanghebbende was aanvankelijk woonachtig in Nederland. Volgens de gemeentelijke basisadministratie is belanghebbende in 2001 geëmigreerd naar Zwitserland. In januari 2015 heeft de inspecteur een tip ontvangen dat belanghebbende in Nederland woonachtig zou zijn. Vervolgens is aan belanghebbende als binnenlands belastingplichtige een navorderingsaanslag IB/PVV 2011 opgelegd naar een verzamelinkomen van € 21 miljoen. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar en (hoger) beroep ingesteld. De geheimhoudingskamer van Hof Arnhem-Leeuwarden (28 april 2021, nr. 20/00569, NTFR 2021/1652) heeft het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van stukken – onder meer ter zake van de identiteit van de tipgever – toegewezen. Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen deze tussenbeslissing van de geheimhoudingskamer van het hof. De Hoge Raad verklaart dit cassatieberoep niet-ontvankelijk. Tegen de tussenbeslissing van de geheimhoudingskamer kan worden opgekomen tegelijkertijd met het cassatieberoep tegen de einduitspraak van het hof. Daarom ziet de Hoge Raad ook geen aanleiding het rechtsmiddelverbod ter zake van deze tussenbeslissing te doorbreken.

NTFR 2022/1736 - Bij verhindering wegens ziekte moet rechter verzoek om uitstel van zitting in de regel inwilligen

ECLI:NL:HR:2022:525, datum uitspraak 22-04-2022, publicatiedatum 22-04-2022
Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 met annotatie van mr. J. van de Merwe
Belanghebbende heeft een advocatenpraktijk. In een procedure over een naheffingsaanslag OB is belanghebbende uitgenodigd om op een zitting van Hof Den Haag te verschijnen. Een dag voor de zitting heeft een advocaat die optreedt als waarnemend contactpersoon van de advocatenpraktijk van belanghebbende het hof verzocht de zitting uit te stellen omdat belanghebbende om medische redenen de zitting niet kan bijwonen. Het hof heeft geen uitstel verleend. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het hof nog een verklaring van de huisarts ontvangen over de gezondheid van belanghebbende. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak. Indien de belanghebbende wegens ziekte is verhinderd op zitting te verschijnen en daarom om uitstel van de zitting verzoekt, moet de rechter dit verzoek als regel inwilligen. Een dergelijk verzoek kan ook worden gedaan door een ander dan de belanghebbende of zijn procesvertegenwoordiger. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat ondanks de ziekte van de belanghebbende de zitting toch doorgang vindt. In dit geval heeft het hof in wezen beslist dat belanghebbende niet ziek was en dus in staat was de zitting bij te wonen. De Hoge Raad acht dit oordeel onbegrijpelijk.

NTFR 2022/1741 - Nederland als woonstaat dient kwalificatie van bronstaat Duitsland aangaande werkgeversbegrip te volgen

ECLI:NL:PHR:2022:250, datum uitspraak 16-03-2022, publicatiedatum 08-04-2022
Aflevering 17, gepubliceerd op 28-04-2022 met annotatie van dr. R.W.G. Rouwers
Belanghebbende woont in Nederland en werkt in het kader van een leidinggevende functie voor concernvennootschappen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Voor al zijn werkzaamheden is belanghebbende verantwoording verschuldigd aan de CEO van moedermaatschappij LLC. Hij is in dienstbetrekking bij de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap Limited, maar werkt tevens voor de in Duitsland gevestigde vennootschap GmbH, waar hij de hoogste functie vervult. Limited en GmbH hebben een overeenkomst gesloten die is aangeduid als Management Service Agreement (MSA) en waarin is vastgelegd dat Limited als ‘Supplier’ een service fee in rekening brengt bij GmbH als ‘Recipient’ voor ten behoeve van haar verrichte werkzaamheden. De Duitse belastingautoriteiten hebben het standpunt ingenomen dat belanghebbende voor zijn in Duitsland verrichte werkzaamheden aldaar belastingplichtig is.